In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 35 min
Onderdelen in deze les
Toets hoofdstuk 8
2 Basis / Kader
Lees eerst de vragen
Vul daarna de antwoorden in
Veel succes
Slide 1 - Tekstslide
Koppel de begrippen aan de goede betekenis.
Belasting waardoor importproducten duurder worden.
Het kopen van goederen en diensten uit het buitenland.
Het verkopen van goederen en diensten naar het buitenland.
Maatregelen van de EU om de import van producten tegen te gaan
Import
Invoer-rechten
Export
Protectie
Slide 2 - Sleepvraag
Waarom krijg je vaak reclame voor producten uit China?
A
De producten zijn duurder
B
De producten zijn goedkoper
C
De producten zijn ongeveer even duur
Slide 3 - Quizvraag
De overheden van ontwikkelingslanden zijn arm. De inkomsten zullen omhoog gaan als de inkomsten van burgers omhoog gaan
Is dit juist of onjuist?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 4 - Quizvraag
Wat is het doel van ontwikkelingssamenwerking?
A
Infrastructuur verbeteren
B
Armoede bestrijden
C
Vriendschap opdoen
D
Grenzen duidelijk maken
Slide 5 - Quizvraag
Koppel de begrippen aan de goede betekenis.
De opkomst van moderne bedrijven in een land.
De aankoop van machines en andere kapitaalgoederen door bedrijven.
De hoeveelheid producten die je van je geld kan kopen.
Koopkracht
Investeren
Industrialisatie
Slide 6 - Sleepvraag
Er zijn verschillende redenen waarom wij als Nederland importen. Wat is hiervan GEEN reden
A
ons klimaat is niet geschikt om alles te verbouwen.
B
Buitenlandse producten kunnen goedkoper zijn.
C
Nederlandse consumenten willen een ruimere keuze aan producten.
D
Nederland is verplicht door de EU om producten te importeren
Slide 7 - Quizvraag
Katoen wordt gebruikt om kleding te maken. In Nederland wordt dit katoen tot lappen stof gemaakt. Met de verkoop van katoen verdiend Burundi (een land in Afrika) 12 cent per Euro, Nederland verdiend 88 cent per Euro. Nederland verkoopt voor € 1 200 000 aan katoenen lappen. Hoeveel van die opbrengst gaat naar Burundi?
Slide 8 - Open vraag
Burundi is exporteert erg veel katoen. De prijs van katoen stijgt soms heel erg en dan daalt het weer sterk. De regering wil graag wat minder afhankelijk van de prijs van katoen worden. Wat kunnen ze doen?
A
Meer katoen exporteren
B
Minder katoen exporteren
C
Ook andere producten gaan exporteren
Slide 9 - Quizvraag
Waarom worden er in Burundi minder luxe producten gemaakt?
A
De bevolking wil het niet kopen
B
De bevolking heeft niet genoeg koopkracht
C
Het land heeft niet genoeg grondstoffen
D
De regering wil geen luxe producten
Slide 10 - Quizvraag
Een katoenfabriek in Burundi is slecht bereikbaar voor de vrachtwagens die het katoen op komen halen. Waarom zal de fabriek niet uitbreiden?
A
Omdat de infrastructuur niet in orde is
B
Omdat er geen sociale zekerheid is
C
Omdat er geen onderwijs is
D
Omdat er geen collectieve voorzieningen zijn
Slide 11 - Quizvraag
Nederland leent 20 miljoen aan de regering van Burundi In plaats van 5% rente hoeven ze maar 3% rente te betalen. Bereken hoeveel de regering van Burundi bespaart door dit verschil in rente.
Slide 12 - Open vraag
De kledingindustrie in China heeft last van de maatregelen die de Europese Unie heeft getroffen. Europese klanten merken dit ook. Waarom zijn deze maatregelen nadelig voor Europese klanten?
A
Ze kunnen geen goedkope kleding meer kopen.
B
Ze moeten nu Chinese kleding importeren.
C
De kwaliteit van kleding in Europa daalt.
Slide 13 - Quizvraag
Wanneer zullen de inkomsten van ontwikkelingslanden omhoog gaan?
A
Als de inkomsten van burgers omhoog gaan
B
Als de uitgaven aan zorg omlaag gaan
C
Als de uitgaven aan onderwijs omlaag gaan
D
Als de uitgaven van mensen omlaag gaan.
Slide 14 - Quizvraag
Een Nederlands bedrijf koopt in van boeren in Ivoorkost cacaobonen om chocoladerepen van te gaan maken. De chocoladerepen kosten 2 euro per stuk. Per chocoladereep gaat er 20% naar de boeren in Ivoorkust.
Bereken hoeveel geld de boeren in Ivoorkust verdienen per chocoladereep.