Communicatie met de zorgvrager

Communicatie met de zorgvrager
Planning voor vandaag:
  • Theorie 
  • Oefenen in drietallen 
  • Klassikale nabespreking 
  • Aan de slag me de reflecties 
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Communicatie met de zorgvrager
Planning voor vandaag:
  • Theorie 
  • Oefenen in drietallen 
  • Klassikale nabespreking 
  • Aan de slag me de reflecties 

Slide 1 - Tekstslide

Soorten gesprekken
De onderstaande gesprekken vinden plaats op een specifiek moment:
  • Intakegesprek: Het doel van een intakegesprek is dat de instelling te weten wil komen wie de zorgvrager is, welke zorgvragen er zijn en of de instelling de zorgvrager hulp kan en wil verlenen.
  • Kennismakingsgesprek: Het kennismakingsgesprek is bedoeld om een relatie tussen jou, de zorgvrager en zijn naaste op te bouwen.
  • Introductiegesprek: De bedoeling van een introductiegesprek is iemand aan een ander voor te stellen. Je wilt een bijvoorbeeld een stagiaire introduceren bij de zorgvrager.
  • Evaluatiegesprek: Het doel van een evaluatiegesprek is het terugkijken met de zorgvrager naar de verleende zorg.

Slide 2 - Tekstslide

Soorten gesprekken
Er zijn verschillende soorten gesprekken afhankelijk van het doel van het gesprek.


Afhankelijk van het doel van het gesprek vinden de volgende gesprekken plaats:
  • een helpend gesprek;
  • een adviesgesprek;
  • een probleemoplossend gesprek;
  • een slechtnieuwsgesprek.


Wie kan concrete voorbeelden noemen?

Slide 3 - Tekstslide

Ik weet goed wat mijn grenzen zijn en weet deze goed te bewaken
A
Ja dat kan ik
B
Nee dat vind ik moeilijk
C
Soms wel soms niet

Slide 4 - Quizvraag

Grenzen bewaken

Zowel in een zorgsituatie als op andere momenten is het belangrijk dat anderen niet over jouw grenzen komen. Wanneer dit toch gebeurt, kunnen er verschillende omstandigheden ontstaan.

  • Je kunt je vertrouwen verliezen in degene die over je grens komt.

  • Je kunt echter ook onzeker worden en je niet meer veilig voelen bij anderen.

  • Dit kun je voorkomen door duidelijk tegen anderen te zeggen wat je wel en niet wilt. 

Slide 5 - Tekstslide

Welk onderscheid kun je maken tussen het stellen van grenzen?

Slide 6 - Woordweb

Grenzen bewaken

Onderscheid tussen grenzen:

Lichamelijke grenzen: Lichamelijke grenzen geven aan wanneer iemand je wel of niet mag aanraken.

Psychologische grenzen: Psychologische grenzen hebben te maken hebben met gevoelens en gedachten. Deze grenzen zijn moeilijker te beschrijven.

Werkgrenzen: Je functie van (leerling) Verzorgende-IG geeft de grens aan tussen wat je wettelijk wel en wettelijk niet mag doen in je werk.

Slide 7 - Tekstslide

Grenzen bewaken

Je psychologische grenzen worden door verschillende zaken gevormd:



  • Jeugdervaringen: je opvoeding, je ouders en dingen die je meemaakt in je jeugd;
  • Leerervaringen: bewuste of onbewuste leerervaringen kunnen ervoor zorgen dat je bijvoorbeeld liever niet ’s nachts alleen over straat gaat of in een vliegtuig stapt;
  • Psychologische problemen: mensen met angsten hebben moeite met het doen van dingen waar andere mensen totaal geen problemen mee hebben. Psychologische problemen zijn bijvoorbeeld ook ernstige depressiviteit of prikkelbaarheid;
  • Persoonlijkheid: hoe je bent (je karakter, je gedachten en je gevoelens) en hoe je naar jezelf en de wereld kijkt.

Slide 8 - Tekstslide

Welk advies zou je deze mevrouw geven?

Slide 9 - Open vraag

Aandachtspunten bij het bewaken van grenzen:

Geef aan wat je grenzen zijn
  • Maak gebruik van een ik-boodschap.
  • Geef een duidelijke motivatie waarom je iets wel of niet wil.
  • Zoek binnen je grenzen naar een oplossing die voor beide partijen bevredigend is.
  • Zorg dat je non-verbale uitingen aansluiten bij wat je zegt.
  • Ga na of de ander begrepen heeft wat je grenzen zijn.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Welk advies zou je deze mevrouw geven?

Slide 12 - Open vraag

Aan de slag!
Opdracht: Grenzen aangeven
30 min. incl. voorbereiden / gesprek voeren /
Klassikaal nabespreken 15 min.

Slide 13 - Tekstslide