Woordvolgorde oefenen

1 / 27
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNT2Middelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Zinnen maken

Zet in de goede volgorde: heb – drie weken geleden – Ik – gekocht – een paar schoenen

Zet in de goede volgorde: teruggegaan – naar de winkel – de volgende dag – Ik – ben

Zet in de goede volgorde: nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen

Zet in de goede volgorde: nu – Ik – moet – lopen – met – twee verschillende schoenen

Zet de zin in de juiste volgorde Er zijn twee mogelijkheden! ik- bijhouden- dit tempo-niet-kan

A

Ik kan niet bijhouden dit tempo.

B

Dit tempo kan ik bijhouden niet.

C

Dit tempo kan ik niet bijhouden.

D

Ik kan dit tempo niet bijhouden.

Zet de zin in de juiste volgorde, denk aan de vervoeging. Het is een vraagzin. nadenken - je - over de vraag - wel- heb - goed- ?

A

Heb je over de vraag wel goed nagedacht?

B

Heb je over de vraag wel goed nagedenkt?

C

Heb je wel goed nagedacht over de vraag?

D

Heb je goed wel nagedenkt over de vraag?

Wat is de juiste woordvolgorde?

A

Tijd, manier, plaats

B

Tijd, plaats, manier

C

Plaats, tijd, manier

D

Plaats, manier, tijd

___________ mogen we niet praten in de les? Omdat je dan niet goed kunt opletten.

A

Waar

B

Wanneer

C

Waarom

D

Omdat

Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin) ?- gemaakt- zij - geen huiswerk - waarom - heeft

A

Waarom zij heeft geen huiswerk gemaakt?

B

Zij heeft geen huiswerk gemaakt waarom?

C

Waarom heeft zij geen huiswerk gemaakt?

D

Waarom zij geen huiswerk heeft gemaakt?

Zet de woorden in de juiste volgorde: geweest- Achmed en Fatima- drie weken-naar Spanje- met vakantie-zijn

A

Drie weken Achmed en Fatima zijn met vakantie geweest naar Spanje.

B

Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie geweest naar Spanje.

C

Achmed en Fatima zijn naar Spanje geweest drie weken met vakantie.

D

Achmed en Fatima zijn drie weken met vakantie naar Spanje geweest.

Zet de woorden in de juiste volgorde Er zijn twee antwoorden goed! zijn- bij de dokter-om elf uur-ik- moet

A

Om elf uur ik moet zijn bij de dokter.

B

Om elf uur moet ik bij de dokter zijn.

C

Ik moet zijn om elf uur bij de dokter.

D

Ik moet om elf uur bij de dokter zijn.

Zet de woorden in de juiste volgorde (vraagzin) in Amsterdam-wel eens-je-geweest-ben-?

A

Ben je wel eens in Amsterdam geweest?

B

Ben je wel eens geweest in Amsterdam?

C

Ben je in Amsterdam geweest wel eens?

D

In Amsterdam ben je wel eens geweest?

Zet de woorden in de juiste volgorde stil-de voetbalwedstrijd- vanwege-is- op straat- het

A

Op straat vanwege de voetbalwedstrijd het is stil.

B

Het is stil op straat vanwege de voetbalwedstrijd.

C

Vanwege de voetbalwedstrijd is het op straat stil.

D

Op straat het is stil vanwege de voetbalwedstrijd.

Zet de woorden in de juiste volgorde Het is een vraagzin. herhalen-ik-waarom-elke keer-moet-dat-?

A

Ik moet dat elke keer herhalen waarom?

B

Waarom moet ik herhalen elke keer dat?

C

Waarom ik moet dat elke keer herhalen?

D

Waarom moet ik dat elke keer herhalen ?

Schrijf 10 zinnen met minstens 12 woorden met deze werkwoorden.

Praat over vroeger, geef tijdsaanduidingen, verander van onderwerp en gebruik adjectieven!


1. rijden                           2. brengen

3. huren                           4. draaien

5. komen                          6. dragen

7. weten                           8. genezen

9. blijven                          10. gooien


1. rijden

2. brengen

3. huren

4. draaien

5. komen

6. dragen

7. weten

8. genezen

9. blijven

10. gooien