TaalCompleet B1 les 1.1

TaalCompleet B1 les 1.1 - Je leven
Je werkt aan: 
  • lezen om informatie op te doen - kan significante punten herkennen in eenvoudige artikelen over bekende onderwerpen.
  • kan over jezelf vertellen.
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

TaalCompleet B1 les 1.1 - Je leven
Je werkt aan: 
  • lezen om informatie op te doen - kan significante punten herkennen in eenvoudige artikelen over bekende onderwerpen.
  • kan over jezelf vertellen.

Slide 1 - Tekstslide

Wat is niet waar?
Vertel 3 dingen over jezelf, je werk of opleiding of je familie. 

Eén ding is niet waar. Maar welk?


timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht 2. werkblad. 1.1a **

1. Maak 4 groepjes
2. Elk groepje leest één verhaal over een persoon
3. Je mag elkaar om uitleg vragen 

4. Maak nieuwe groepjes, nu van vier personen, waarin
ieder lid een verhaal over een andere persoon gelezen heeft. 
5. Beantwoord de vragen op Werkblad 1.1.a (2).

Slide 3 - Tekstslide

1. Iedereen komt uit het buitenland. waar niet waar
2. Iedereen woont in Nederland. waar niet waar
3. Iedereen is naar school geweest waar niet waar
4. Iedereen kan lezen. waar niet waar
5. Iedereen werkt in Nederland. waar niet waar
6. Iedereen wil een opleiding volgen. waar niet waar
werkblad 1.1a (2)

1. Iedereen komt uit het buitenland.       waar / niet waar
2. Iedereen woont in Nederland.              waar / niet waar
3. Iedereen is naar school geweest          waar / niet waar
4. Iedereen kan lezen.                                  waar / niet waar
5. Iedereen werkt in Nederland.                waar / niet waar
6. Iedereen wil een opleiding volgen.      waar / niet waar

Slide 4 - Tekstslide

Hoe heeft Aron in Nederland werk gevonden?
A
Hij heeft eerst stage gelopen.
B
Hij heeft van een coach een baan gekregen.
C
Hij is met een coach op bezoek gegaan bij bedrijven.

Slide 5 - Quizvraag

Sunee kon in Nederland niet hetzelfde werk doen als in Thailand. Wat heeft ze toen gedaan?
A
Ze heeft een beroepsopleiding gedaan.
B
Ze heeft van haar hobby haar werk gemaakt.
C
Ze is thuis gebleven.

Slide 6 - Quizvraag

Wat voor werk doet Ricardo in Nederland?
A
Hij heeft zijn eigen garage geopend.
B
Hij loopt stage in een garage.
C
Hij werkt als automonteur.

Slide 7 - Quizvraag

Wat heeft Mariam gedaan toen ze in Nederland kwam?
A
Ze heeft een opleiding gedaan.
B
Ze heeft Nederlands geleerd.
C
Niets, want ze was ziek.

Slide 8 - Quizvraag

Nieuwe woorden
de administratie         de coach                  verbeteren
in dienst                         depressief               de uitdaging 
de landbouw                enthousiast            weer
ondanks                         de gewoonte
ontstaan                         iets halen            
het recht                         ideaal                        begrijpen & verstaan
uiteindelijk                     klaarmaken            zelf gebruiken
weigeren                         het metaal

Slide 9 - Tekstslide

Tips bij nieuwe woorden leren
Begrijpen en verstaan: 
1. wat betekent het woord?
2. hoe klinkt het woord?

Zelf gebruiken: 
3. Hoe zeg je het woord?
4. Hoe schrijf je het woord?
5. Welke vormen kan het woord hebben?
6. Hoe kun je het woord in de zin gebruiken?

Slide 10 - Tekstslide

Maak opdracht 4, 5 & 6 (blz. 8/9)
timer
5:00

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Opdracht 7. Spreek samen
1. Waar kom je vandaan? (zijn opgegroeid)
2. Wat vind je van een supermarkt dichtbij huis? (ideaal)
3. Wat is je wens voor volgend jaar? (rijbewijs halen)
4. Wat is je huiswerk? (verbeteren)

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht 8.
1. Op zaterdag is het onze g.... om patat te eten.

Slide 14 - Open vraag

Opdracht 8.
2. Het lukt me niet om werk te vinden. Daarom zoek ik een c...

Slide 15 - Open vraag

Opdracht 8.
3. Gisteren heb ik niet gewerkt, maar vandaag moet ik w... naar de fabriek.

Slide 16 - Open vraag

Opdracht 8.
4. Ik wil weinig plastic gaan gebruiken. Dat vind ik een u...

Slide 17 - Open vraag

Maak een zin met het woord:
depressief

Slide 18 - Woordweb

Maak een zin met het woord:
klaarmaken

Slide 19 - Woordweb

Maak een zin met het woord:
metaal

Slide 20 - Woordweb

Maak een zin met het woord:
enthousiast

Slide 21 - Woordweb

Opdracht 10. Kies 1 van de vier verhalen. Vertel kort iets over deze persoon. Maak minimaal 4 zinnen. Denk aan land, gezin, opleiding, werk.

Slide 22 - Open vraag

Grammatica
voltooid verleden tijd

Lees de uitleg op blz. 10 (& 261)

Slide 23 - Tekstslide

Opdracht 11.
Ga naar leren.kleurrijker.nl en maak de opdrachten bij 1.1 Grammatica 1.* (opdracht 12 t/m 17) 




Klaar? Begin alvast met opdracht 1 t/m 11


timer
15:00

Slide 24 - Tekstslide

Opdracht 12.
timer
5:00

Slide 25 - Tekstslide

Maak opdracht 13
Schrijf de antwoorden in je boek (blz. 10)
timer
3:00

Slide 26 - Tekstslide

11.1 De kapper heeft mijn haar ... (knippen)

Slide 27 - Open vraag

11.2 Het heeft nu al de hele dag ... (regenen)

Slide 28 - Open vraag

11.3 Ik heb ... om mee te gaan. (beloven)

Slide 29 - Open vraag

11.4 O, wat ben jij ...! (veranderen)

Slide 30 - Open vraag

11.5 Waarom heb je me niet ...? (terugbellen)

Slide 31 - Open vraag

11.6 Het meisje heeft gisteren bij de buren .... (oppassen)

Slide 32 - Open vraag

11.7 Jouw hond heeft in mijn been ... (bijten)

Slide 33 - Open vraag

11.8 Ik heb een jaar stage ... (lopen)

Slide 34 - Open vraag

Slide 35 - Tekstslide

Opdracht 14. 
Wat hebben ze vandaag gedaan?

Slide 36 - Woordweb

Welke beroepen ken jij?

Slide 37 - Woordweb

Opdracht 16.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
A
B
C
D
E
F 
G
H
i.

Slide 38 - Sleepvraag

Opdracht 17.
1. Neem een beroep in gedachten. 
2. Vertel over het werk, maar noem het beroep niet. 
3. De klas raadt je beroep.

Slide 39 - Tekstslide

Opdracht 18.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
A
B
C
D
E
F 
G
H

Slide 40 - Sleepvraag

Opdracht 19. Spreek samen **
1. Waar ben je opgegroeid?
2. Uit wat voor gezin kom je?
3. Naar welke school ben je geweest in jouw land?
4. Wat voor werk heb je gedaan in je land?
5. Wat heb je het eerste jaar in Nederland gedaan?
6. Wat heb je het eerste jaar in Nederland geleerd?
7. Welke plannen heb je voor de toekomst?

Slide 41 - Tekstslide

Uitspraak gewone zin
Hoe schrijf je een gewone zin?
Ik ben schoonmaker. <-- . aan het einde van je zin

Uitspraak: 
Aan het einde van een gewone zin gaat je stem omlaag.

Slide 42 - Tekstslide

Opdracht 20.
Vertel iets over jezelf. 

Vertel over je familie, opleiding en werk. 
Let op je uitspraak van gewone zinnen. 

Slide 43 - Tekstslide

Maak de opdrachten bij 1.1
Ga naar leren.kleurrijker.nl en maak de opdrachten bij 1.1 





Niet klaar? --> huiswerk + huiswerkcheck volgende les
timer
30:00

Slide 44 - Tekstslide