Talent_4.9_2223

4.9 Spelling
In deze paragraaf leer je:
• het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord;
• het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord;
• leestekens: trema, apostrof, accent;
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

4.9 Spelling
In deze paragraaf leer je:
• het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord;
• het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord;
• leestekens: trema, apostrof, accent;

Slide 1 - Tekstslide

VD/TD als BN
Basisregels:

  • Met -en:
Het gebakken ei - Het aangekomen pakket

  • Zo kort mogelijk:
De verbrede weg - De geschatte hoeveelheid

Slide 2 - Tekstslide

Let op!
  • Gebruik je een VD/TD als BN gebruik dan de regels van het BN:

  • Boek + mooi
  • Het mooie boek - Een mooi boek 
  • Uur + gewerkt
  • Het gewerkte uur - Een gewerkt uur
  • Antwoord + ontwijkend
  • Het ontwijkende antwoord - Een ontwijkend antwoord

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet je al? Trema, apostrof, accent

Schrijf in je schrift: één woord in met trema, één met apostrof en één met accent. Denk er goed over na en schrijf ze correct op!
 

Slide 4 - Tekstslide

Regels trema (1)
  • Bij uitspraakproblemen van woorden die geen samenstelling zijn. Trema komt dan op de twee klinker waar het uitspraakprobleem zit. Ook wel de eerste letter van de lettergreep daarna.

  • We doen een paar voorbeelden:

Naiviteit (na-i-vi-teit): Naïviteit

Vacuum (va-cu-um): Vacuüm

Slide 5 - Tekstslide

Doen
Verdeel de onderstaande woorden in lettergrepen en plaats de trema, schrijf de antwoorden in je schrift:
  • Mozaiek
  • Egoisme
  • Vacuum
  • Truien
  • Ruine

Slide 6 - Tekstslide

Regels trema (2)
Bij het schrijven van meervoudswoorden die eindigen op –ee of –ie is het soms anders
 
  • -ee:
Zee + ën
Twee + ën

  • -ie: ligt aan de klemtoon
Bacteriën
Melodieën

Slide 7 - Tekstslide

Doen
Bepaal waar de klemtoon ligt en plaats de trema in het meervoud van deze woorden, schrijf de antwoorden in je schrift:
  • Kolonie
  • Harmonie
  • Olie
  • Natie
  • Braderie

Slide 8 - Tekstslide

Regels apostrof
Hoofdregel: bij uitspraakproblemen

  • Weglaten een of meer letter:
's Avonds, z'n, 'm

  • Bezitsduiding die eindigt op s-klank/lange klinker:
Anna's, Maurice' 

  • Na een afkorting, cijfer of afleiding:
vwo'er, A4'tje

Slide 9 - Tekstslide

Doen
Waar staat de apostrof (of misschien juist niet), schrijf de antwoorden in je schrift:

  • havoer
  • shertogenbosch
  • opas fiets
  • omas tas
  • tvtje

Slide 10 - Tekstslide

Accent
Geen regels, dit moet je weten (sorry)
  • Accent aigu: streepje naar rechts
  • Accent grave: streepje naar links
  • Accent circonflexe: dakje

Accent aigu/grave soms bij nadruk: He en He

Slide 11 - Tekstslide

Doen
Waar staan de accenten?
 
  • Cliche
  • Barriere
  • Crepe
  • Creme fraiche
  • Gene
  • Enquete

Slide 12 - Tekstslide

Maken
  • Opdracht 10 van 4.9 in Talent

Slide 13 - Tekstslide