5.3 Oren en ogen

WELKOM 
  • Telefoon in de telefoonzak
  • Jassen uit
  • Boeken op tafel
timer
3:00
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 1

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

WELKOM 
  • Telefoon in de telefoonzak
  • Jassen uit
  • Boeken op tafel
timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

Thema 5: Waarneming en gedrag
Basisstof 3: Oren en ogen

Slide 2 - Tekstslide

Vandaag
  • Uitleg basisstof 3 oren en ogen
  • Aan de slag
  • nabespreken

Slide 3 - Tekstslide

Doel: 
  • Je kunt de delen van het oor benoemen met hun functie.
     
  • Je kunt de bouw en werking van het oog beschrijven.

Slide 4 - Tekstslide

Begrippen uit de paragraaf

oorschelp - gehoorgang
trommelvlies - trommelholte - gehoorbeentjes
slakkenhuis - gehoorzenuw - buis van Eustachius
harde oogvlies - iris - hoornvlies - traanklieren - wimpers
oogspieren - glasachtig lichaam 
vaatvlies - netvlies - oogzenuw - gele vlek - blinde vlek
bijziend - verziend - holle lenzen - bolle lenzen



Slide 5 - Tekstslide

Bouw van het oor
(buitenkant)

Vangt geluiden op uit de lucht.

Geluiden zijn trillingen in de lucht.

Slide 6 - Tekstslide

Trillingen
Geluid bestaat uit trillingen. Deze trillingen komen door de lucht heen in jouw oor. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Bouw van het oor (binnenkant)

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

(H)oren
1. Een geluidsprikkel wordt ontvangen door de zintuigcellen in het oor.

2. In de gehoorzintuig wordt de prikkel omgezet in een impuls.

3. Het impuls wordt verzonden via je zenuwen naar de hersenen.

-> Je neemt geluid waar (waarnemen).

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Buis van Eustachius
Buisje tussen trommelholte en keelholte.

Zorgt ervoor dat de luchtdruk aan beide zijdes gelijkt blijft.

Bijvoorbeeld door slikken of gapen.

"Dicht klappen van je oren op grote hoogte, bijvoorbeeld in een vliegtuig"

Slide 13 - Tekstslide

Ontvangen
De lucht trillingen worden ontvangen door de oorschelp, daarna het gehoorgang en komt dan de trommelvlies tegen. Die trilt mee<br>
Lucht trillingen.
Geluid is trillingen in de lucht, deze kan onze oor ontvangen.<br>
Versterking
De trillingen worden versterkt door de gehoorbeentjes<br>
Omzetten
<ul><li>De gehoorbeentjes geven de trillingen door aan het slakkenhuis.</li><li>In het slakkenhuis zitten zintuigcellen die de trillingen omzetten in impulsen.</li><li>De impulsen gaan door de gehoorzenuw naar de hersenen toe.</li></ul>
Waarneming
Je hersenen ontvangen de impulsen en vertalen ze naar geluid.<br>
Leerdoel
Je beschrijft hoe het oor geluidstrillingen omzet in impulsen en hoe die bij de hersenen komen.<ul></ul>
Je beschrijft hoe het oor geluidstrillingen omzet in impulsen en hoe die bij de hersenen komen<br>

Slide 14 - Tekstslide

Omzetten
<ul><li>De ___________geven de trillingen door aan het ___________.</li><li>In het slakkenhuis zitten zintuigcellen die de trillingen omzetten in impulsen.</li><li>De impulsen gaan door de gehoorzenuw naar de hersenen toe.</li></ul>
Versterking
De trillingen worden versterkt door de gehoorbeentjes<br>
Ontvangen
De lucht trillingen worden ontvangen door de __________, daarna het _________ en komt dan de _________ tegen. Die trilt mee<br>

Slide 15 - Sleepvraag

Aan de slag
Maak van basisstof 3:
opdracht 

Slide 16 - Tekstslide

Doel: 
  •  
  • Je kunt de bouw en werking van het oog beschrijven.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Buitenkant van het oog
Door de pupil komt licht het oog binnen
Achter de pupil ligt de lens: zorgt ervoor dat je scherp kunt zien

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Bouw van het oog
De bouw van de ogen
Het oog bestaat uit drie lagen: 
  • harde oogvlies
  • vaatvlies
  • netvlies

Slide 21 - Tekstslide

Bouw van het oog: binnenkant
Vaatvlies
vlies met veel 
bloedvaten

Netvlies: zintuigcellen
liggen hierin


Slide 22 - Tekstslide

De bouw van de ogen
In het netvlies ligt de gele vlek: hiermee kun je het scherpst zien
Daar liggen de meeste zintuigcellen

De plek waar de oogzenuw het oog verlaat is de blinde vlek 
Daar zitten geen zintuigcellen

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

De binnenkant van een oog
Aan het harde oogvlies zitten oogspieren vast (zie afbeelding). De oogspieren draaien de ogen in de richting waarin je kijkt.


Slide 25 - Tekstslide

De werking van het oog

Slide 26 - Tekstslide

Werking oog

Slide 27 - Tekstslide

Zien
De lens kan boller en platter worden, zodat het licht precies op het netvlies valt

Slide 28 - Tekstslide

Bijziend: je kan dichtbij scherp zien
Nodig: Holle, negatieve lens in de bril

Slide 29 - Tekstslide

Verziend: je kan in de verte goed zien
Nodig: Bolle, positieve lens in de bril

Slide 30 - Tekstslide

Bijziend & Verziend
Bijziend: ziet dichtbij scherp. De lens is te bol of de oogbol is te lang
Verziend: ziet in de verte scherp. De lens is te plat of de oogbol te kort

Slide 31 - Tekstslide

Negatief & postief
Bijziend: ziet dichtbij scherp
  • negatieve bril nodig

Verziend: ziet in de verte scherp
  • positieve bril nodig

Slide 32 - Tekstslide

Bijziend & Verziend
Overzicht

Slide 33 - Tekstslide

Pupilreflex
Regelt de hoeveelheid licht die het oog binnen valt

Slide 34 - Tekstslide

Aan de slag
Maak van basisstof 3
Opdracht 1 t/m 8
Ook opdracht 4: samenvatting!

Klaar? Maak samenhang
Klaar? Nakijken

Slide 35 - Tekstslide

Doel: 
  • Je kunt de delen van het oor benoemen met hun functie.
     
  • Je kunt de bouw en werking van het oog beschrijven.

Slide 36 - Tekstslide