4GL unit 1 lesson 4

unit 1 lesson 4 
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

unit 1 lesson 4 

Slide 1 - Tekstslide

Have you ever planned a party and something went wrong?
yes
no

Slide 2 - Poll

What happened?

Slide 3 - Woordweb

What kind of punishments do you get from your parents?

Slide 4 - Tekstslide

What would you never lie to your parents about?

Slide 5 - Woordweb

samenwerken
Maak samen opd.  29B (blz. 24 in je workbook) en bespreek 
wat de uitdrukkingen betekenen. 

Slide 6 - Tekstslide

To do!         unit 1 lesson 4 
Maken (in je boek) :  Find out +  Vocabulary
opd. 30 t/m 33
Textbook blz. 12 - 13 -  79
Workbook  vanaf blz. 24

Leren:  de woorden van lesson 4  (Quizlet of blz. 79) 

Slide 7 - Tekstslide

grammar unit 1 lesson 4 
past simple - past continuous 
if-sentences 

Slide 8 - Tekstslide

Past simple- past continuous

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Past simple
Past continuous
was watching
thought
were sleeping
was running
were 
was thinking
cancelled

Slide 12 - Sleepvraag

Maak past continuous of past simple:
We ..... on holiday to China last year. (go)

Slide 13 - Open vraag

Maak past continuous of past simple:
I ..... TV when the bell rang. (watch)

Slide 14 - Open vraag

Maak past continuous of past simple:
It was raining when I ............ (hear) the thunder.

Slide 15 - Open vraag

Past Simple or Past Continuous
The internet ___ (not exist) in 1980.

Slide 16 - Open vraag

Maak past continuous of past simple:
A dog ..... a man from drowning last month. (rescue)

Slide 17 - Open vraag

Maak past continuous of past simple::
Jack ........... (smoke) a cigarette when the headmaster ............. (see) him.

Slide 18 - Open vraag

Maak past continuous of past simple:
I .................. (walk) the dog when the accident ...... (happen)

Slide 19 - Open vraag

Wanneer gebruiken we deze 'if-zinnen'? 
- Wordt gebruikt als het niet waarschijnlijk is dat iets gaat gebeuren
- Wanneer het om niet alledaagse situaties gaat

(We noemen 'if-sentences' over onwaarschijnlijke situaties ook wel de 'second conditional'). 

If I won a lot of money, I would buy a big house in the country.

Slide 20 - Tekstslide

If-sentences
Bestaan uit 2 delen:
- Bijzin met voorwaarde (begint met if)
- Hoofdzin met gevolg

Dus bijvoorbeeld:
Als ik een miljoen win, koop  ik een huis.
If I win a million, I will buy a house. 

Slide 21 - Tekstslide

First conditional

If- clause = present simple

hoofdzin = Will + infinitive


Als het aan de voorwaarde voldoet, is de kans groot dat het gaat gebeuren.


If the weather is cold tomorrow, we will stay inside.

Slide 22 - Tekstslide

unit 1 lesson 4 
maken :        opd.  34 t/m 38
                         practise more

Slide 23 - Tekstslide