Les 8: China landschap

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

China landschap

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 2
  • Thema: China
  • Benodigde lesmaterialen:
    - Map, pen, laptop
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Toets bespreking 
China landschao
China bevolking
China economie 
Schriftelijke overhoring 
Waterkringloop
Neerslag 
Weer Midden-Oosten
SO
Herhaling
PO

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 6 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Hoe ging de toets?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
De leerlingen kennen de natuurlijke kenmerken van China: klimaat, reliëf en water. 

Ze kunnen uitleggen hoe klimaat en landschap samenhangen en verklaren hoe deze geografische factoren de bevolkingsspreiding in China beïnvloeden.

Slide 8 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Denk je dat in heel China evenveel mensen wonen? Waarom wel of niet?

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

LEZEN 10 min
Lezen

Slide 10 - Tekstslide

https://www.nu.nl/klimaat/6303415/al-een-jaar-recordtemperaturen-in-oceanen-tekenen-dat-opwarming-versnelt.html?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
  Klimaat China
In het oosten: warm en vochtig → veel regen

In het noorden: koudere winters, droger

In het westen: woestijnen → bijna geen regen

In Tibet (zuiden/westen): heel hoog → koud hooggebergteklimaat




Waar veel regen valt en het warm is → kun je goed landbouw doen.

Slide 11 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
  Landschap China
China heeft een trapvormig reliëf (hoogteverschillen):

Hoogland van Tibet: 4.500 m hoogte, toendra met bevroren ondergrond, bron van grote rivieren.

Hoogvlakten: 500 - 2.000 m, zoals het Tarimbekken (woestijn) en het Lössplateau (akkerbouw).

Laagvlakte: 0 - 200 m, dichtbevolkt gebied met rivierdelta's, waar twee derde van de bevolking woont.


Slide 12 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
  Landschap China
China heeft 1,4 miljard inwoners, de mensen wonen vooral in het oosten, waar steden zoals Beijing en Shanghai liggen.

 Het westen is dunbevolkt vanwege bergen en woestijnen.

Het zuidoosten van China is dichtbevolkt en ontvangt de meeste regen

 Het noordwesten is droger.


Slide 13 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
  Landschap China
Yangtze (grootste rivier) → belangrijk voor landbouw & vervoer

Geel Rivier / Huang He → in het noorden van China en gele kleur ontstaat door Loss.

Rivierdelta’s aan de kust → vruchtbare grond, veel steden

Rivieren zorgen voor drinkwater, landbouw en handel.

Slide 14 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Rivieren China
Twee grote rivieren in China

- Huang He 

Stroomgebied in het noorden 

- Jangtse

Stroomgebied in het natte zuiden

 



Slide 15 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Reden overstroming
Redenen voor overstromingen Jangtse rivier: 

1. Ontbossing hellingen

Piekafvoer wordt hoger en rivier wordt ondieper

2. Aanleg dijken

Minder ruimte voor de rivier en overstromingen

3. Lente en zomer

overstromingen door smeltwater van bergen  in de lente en zomer

Slide 16 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Huang He
De rivier de Huang He (Gele Rivier):

 - stroomgebied in het droge noorden
 - stroomt over het Lössplateau

        löss komt in de rivier terecht door wind en water (= gele kleur)


        bodemerosie = verdwijnen bovenste (vruchtbare) deel bodem

Slide 17 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Water tekort
Door watertekort steeds meer gebruik grondwater uit aquifers.

Aquifer = bodemlaag met veel grondwater

Beijing: daling grondwaterpeil met al zo’n 100 tot 300 m 

Deze oplossing is niet duurzaam

Slide 18 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Welke kenmerken verklaren waarom de meeste mensen in China in het oosten van het land wonen?
A
De aanwezigheid van grote woestijnen en bergen in het westen.
B
De aanwezigheid van grote steden en vruchtbare landbouwgrond in het oosten.
C
Het tropische klimaat in het oosten en de uitgestrekte kustlijn.
D
De sterke invloed van de moesson in het westen van China.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Samenhang klimaat + landschap
Warm & vochtig klimaat:
veel planten en goede landbouw

Droog & koud gebied: 
woestijn of koud landschap en weinig landbouw

Hooggebergte:
 heel koud  en bijna niemand woont er




Klimaat bepaalt vegetatie en dat bepaalt hoe mensen het land gebruiken.

Slide 20 - Tekstslide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Controle van begrip: dunbevolkt

Slide 21 - Open vraag

Antwoord 1: Breedteligging beïnvloedt de hoeveelheid zonnestraling die een gebied ontvangt. Gebieden dichter bij de evenaar (zuidelijke Verenigde Staten) ontvangen meer directe zonnestraling en zijn daarom warmer, terwijl gebieden verder van de evenaar (noordelijke Verenigde Staten) minder directe zonnestraling ontvangen en kouder zijn.
Antwoord 2: Hoogteligging beïnvloedt de temperatuur doordat de temperatuur gemiddeld met ongeveer 0,6°C daalt voor elke 100 meter stijging. In bergachtige gebieden zoals de Rocky Mountains betekent dit dat hogere delen koeler zijn dan de lagere delen.
Antwoord 3: Aanlandige wind brengt vochtige lucht van de zee naar het land, wat leidt tot meer neerslag en mildere temperaturen aan de westkust. Aflandige wind brengt droge lucht van het land naar de zee, wat resulteert in minder neerslag en grotere temperatuurschommelingen aan de oostkust.
Antwoord 4: De loefzijde van een berg is de kant waar de wind tegenaan waait en neerslag veroorzaakt doordat de lucht opstijgt en afkoelt. De lijzijde is de regenschaduwkant waar de lucht daalt en opwarmt, wat resulteert in minder neerslag en een droger klimaat.
Controle van begrip: bevolkingsgroei

Slide 22 - Open vraag

Antwoord 1: Breedteligging beïnvloedt de hoeveelheid zonnestraling die een gebied ontvangt. Gebieden dichter bij de evenaar (zuidelijke Verenigde Staten) ontvangen meer directe zonnestraling en zijn daarom warmer, terwijl gebieden verder van de evenaar (noordelijke Verenigde Staten) minder directe zonnestraling ontvangen en kouder zijn.
Antwoord 2: Hoogteligging beïnvloedt de temperatuur doordat de temperatuur gemiddeld met ongeveer 0,6°C daalt voor elke 100 meter stijging. In bergachtige gebieden zoals de Rocky Mountains betekent dit dat hogere delen koeler zijn dan de lagere delen.
Antwoord 3: Aanlandige wind brengt vochtige lucht van de zee naar het land, wat leidt tot meer neerslag en mildere temperaturen aan de westkust. Aflandige wind brengt droge lucht van het land naar de zee, wat resulteert in minder neerslag en grotere temperatuurschommelingen aan de oostkust.
Antwoord 4: De loefzijde van een berg is de kant waar de wind tegenaan waait en neerslag veroorzaakt doordat de lucht opstijgt en afkoelt. De lijzijde is de regenschaduwkant waar de lucht daalt en opwarmt, wat resulteert in minder neerslag en een droger klimaat.
Controle van begrip: vergrijzing

Slide 23 - Open vraag

Antwoord 1: Breedteligging beïnvloedt de hoeveelheid zonnestraling die een gebied ontvangt. Gebieden dichter bij de evenaar (zuidelijke Verenigde Staten) ontvangen meer directe zonnestraling en zijn daarom warmer, terwijl gebieden verder van de evenaar (noordelijke Verenigde Staten) minder directe zonnestraling ontvangen en kouder zijn.
Antwoord 2: Hoogteligging beïnvloedt de temperatuur doordat de temperatuur gemiddeld met ongeveer 0,6°C daalt voor elke 100 meter stijging. In bergachtige gebieden zoals de Rocky Mountains betekent dit dat hogere delen koeler zijn dan de lagere delen.
Antwoord 3: Aanlandige wind brengt vochtige lucht van de zee naar het land, wat leidt tot meer neerslag en mildere temperaturen aan de westkust. Aflandige wind brengt droge lucht van het land naar de zee, wat resulteert in minder neerslag en grotere temperatuurschommelingen aan de oostkust.
Antwoord 4: De loefzijde van een berg is de kant waar de wind tegenaan waait en neerslag veroorzaakt doordat de lucht opstijgt en afkoelt. De lijzijde is de regenschaduwkant waar de lucht daalt en opwarmt, wat resulteert in minder neerslag en een droger klimaat.
Controle van begrip: bevolkingsspreiding

Slide 24 - Open vraag

Antwoord 1: Breedteligging beïnvloedt de hoeveelheid zonnestraling die een gebied ontvangt. Gebieden dichter bij de evenaar (zuidelijke Verenigde Staten) ontvangen meer directe zonnestraling en zijn daarom warmer, terwijl gebieden verder van de evenaar (noordelijke Verenigde Staten) minder directe zonnestraling ontvangen en kouder zijn.
Antwoord 2: Hoogteligging beïnvloedt de temperatuur doordat de temperatuur gemiddeld met ongeveer 0,6°C daalt voor elke 100 meter stijging. In bergachtige gebieden zoals de Rocky Mountains betekent dit dat hogere delen koeler zijn dan de lagere delen.
Antwoord 3: Aanlandige wind brengt vochtige lucht van de zee naar het land, wat leidt tot meer neerslag en mildere temperaturen aan de westkust. Aflandige wind brengt droge lucht van het land naar de zee, wat resulteert in minder neerslag en grotere temperatuurschommelingen aan de oostkust.
Antwoord 4: De loefzijde van een berg is de kant waar de wind tegenaan waait en neerslag veroorzaakt doordat de lucht opstijgt en afkoelt. De lijzijde is de regenschaduwkant waar de lucht daalt en opwarmt, wat resulteert in minder neerslag en een droger klimaat.
Aan de slag
Wat -  maak opdracht 3 t/m 5 op blz. 5
Hoe - In tweetallen.
Hoelang - 20 min.
Hulp nodig - steek je vinger op 
Klaar - Woordjes leren.
Uitkomst - Bespreek met ander tweetal.

Slide 25 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
     Kleine afsluiting
Herhaling

Waar leven de meeste mensen in China?

Waarom leven de meeste mensen daar?

Noem de 3 tredes van China (landschap. 

Slide 26 - Tekstslide

Kleine lesafsluiting (5 min) 

Docent controleert begrip door opdrachten of vragen die de begrippen en vaardigheden van het lesdoel toetsen.

Leerlingen werken zelfstandig of in een groepje aan opdrachten, kunnen vragen stellen aan de docent maar werken grotendeels zelfstandig.

Controle van begrip vragen
Volgende les 
Huiswerk: maak opdracht 6 t/m 8
Lezen: paragraaf 1 en 2.
Leren: begrippen quizlet, linkjes te vinden in lessonUp, Teams en SOM

Slide 27 - Tekstslide

Zelfstandige verwerking (10 min)
Zelfstandig verwerken (ik → jij) 10 min. Docent laat leerlingen zelfstandig werken aan de eindopdracht of een debatstelling, beschikbaar voor hulp indien nodig.

Werken aan eindopdracht, zelfstandig of in groepen 

Terugkijken 
op de leerdoelen
De leerlingen kennen de natuurlijke kenmerken van China: klimaat, reliëf en water.




Ze kunnen uitleggen hoe klimaat en landschap samenhangen en verklaren hoe deze geografische factoren de bevolkingsspreiding in China beïnvloeden.

Slide 28 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

        Begrippen uit deze les
211: Reliëf
212: Landschap
213: Bevolkingsspreiding
214: Bevolkingsdichtheid
215: Landelijk gebied
216: Stedelijk gebied

Slide 29 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 30 - Open vraag

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies