4.5 VWO 5BE Les 2 Break even in euro's en procenten 2025-2026
4.5 Break even in € en %
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5
In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 65 min
Onderdelen in deze les
4.5 Break even in € en %
Slide 1 - Tekstslide
Programma
Terugblik
4.5 Break-even in procenten
Opdracht 4.68 en 4.69
Slide 2 - Tekstslide
Terugblik
Slide 3 - Tekstslide
Bereken de break even afzet. (alleen cijfers) De verkoopprijs van product A is €4,- De variabele kosten waren €1,50 en de constante kosten €200.000,-
To = Tk -> €4 x q = €1,50 x q + €200.000,-
€2,50 x q = €200.000,- €200.000,- / €2,50 = 80.000
Slide 4 - Open vraag
Van een vof is het volgende gegeven: Variabele kosten per product: € 120 Totale constante kosten: € 10.800 De break-even afzet is gelijk aan 60 stuks Bereken de verkoopprijs die bij de break-even afzet wordt bereikt. (geen €, geen decimalen)
TK = TO 120*60 + 10.800 = 18.000
TO/q=p 18.000/60 = 300
Slide 5 - Open vraag
Lexis verkoopt per jaar 525 blikken thee. De verkoopprijs inclusief btw van een blik thee is € 14,72. De inkoopprijs bedraagt € 11,-. De btw is 9%. De dekkingsbijdrage is:
A
€ 2,50
B
€ 3,31
C
€ 11,00
Slide 6 - Quizvraag
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Leerdoelen
Je kunt de break-even afzet en break-even omzet berekenen op basis van de dekkingsbijdrage in euro’s per uur of product.
Je kunt de break-even afzet en break-even omzet berekenen op basis van de dekkingsbijdrage in procenten van de omzet.
Slide 9 - Tekstslide
wat is het verschil uit tussen variabele kosten en constante kosten
A
constante kosten zijn afhankelijk van het aantal producten dat wordt gemaakt
B
Variabele kosten zijn afhankelijk van het aantal producten dat wordt gemaakt