HF2 klant en gastcontact

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Economie & OndernemenMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

HF2 klant en gastcontact

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
-->Uitleg over klant en gastcontact.

--> Werken aan de checklist.


Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we leren?
--> Je kunt uitleggen waarom een baliemedewerker het    visitekaartje is van het bedrijf.
-->Je kunt de basisregels van telefoneren toepassen.
-->Je kunt de LSD- en ANNA-techniek gebruiken bij klachten.
-->Je kunt uitleggen wat agendabeheer inhoudt.

Slide 4 - Tekstslide

Receptie- & baliewerkzaamheden: Begroeten/ontvangen
Eerste indruk = visitekaartje van het bedrijf.

Stappen: oogcontact → glimlach → groet + eigen naam → hulpaanbod.

Houd toon vriendelijk en professioneel.

Slide 5 - Tekstslide

Een gast komt een hotel binnen lopen. Jij staat bij de receptie. Hoe begroet jij de gast? Stappen: oogcontact → glimlach → groet + eigen naam → hulpaanbod.

Slide 6 - Open vraag

Receptie- & baliewerkzaamheden: Begroeten/ontvangen
Geef iedere bezoeker evenveel aandacht en zorg dat hij/zij op de juiste manier verder geholpen wordt. Waarom?

Check: “Heeft u een afspraak / komt u informatie halen / wilt u iets afgeven?”

--> “Fijn dat u er bent. Ik meld u aan bij [naam collega]; neemt u hier plaats, alstublieft.”

Do’s / Don’ts

Do: benoem wachttijd & vervolgstap.
Don’t: laten ‘zwerven’ zonder duidelijkheid.

Slide 7 - Tekstslide

Do: benoem wachttijd & vervolgstap.
Don’t: laten ‘zwerven’ zonder duidelijkheid. Verzin zelf ook een do & een don't

Slide 8 - Open vraag

Receptie- & baliewerkzaamheden: Informeren
--> Als baliemedewerker geef je gerichte informatie (aan de balie of online).

  •  Werk met korte zinnen. Waarom?
  •  herhaal kerninformatie. Waarom?
  • check of de ander het begrepen heeft. Waarom?

Mini-oefening

Je werk zo in tweetallen. Een iemand schrijft op een papiertje een locatie in de school op. Je mag NIET zeggen welke locatie. Vervolgens verteld de gene die een locatie heeft opgeschreven in 1 minuut hoe je naar de locatie moet lopen in de school. Ik ben benieuwd of je zo duidelijk bent dat je buurman of buurvrouw het begrijpt.

Slide 9 - Tekstslide

Wat was de locatie?
timer
1:00

Slide 10 - Open vraag

Slide 11 - Video

Mondelinge communicatie: Intern vs. extern
Interne communicatie: met collega’s binnen het bedrijf.

Externe communicatie: met klanten/bezoekers/leveranciers buiten het bedrijf.

Slide 12 - Tekstslide

Waarom is het belangrijk om er rekening mee te houden dat je met iemand intern communiceert of extern communiceert? Je wisselt rol & toon: intern = afstemmen/samenwerken; extern = service/representatie.

Slide 13 - Open vraag

Mondelinge communicatie: Intern vs. extern
Je wisselt rol & toon: 
intern = afstemmen/samenwerken; 
extern = service/representatie.

Voorbeelden
Intern: “Kun jij de afspraak verzetten naar 14.00?”
Extern: “Ik plan graag een nieuwe tijd met u in.”

Slide 14 - Tekstslide

Werken aan de checklist

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

HF2 klant en gastcontact

Slide 17 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
--> Herhaling vorige les.

-->Uitleg over klant en gastcontact.

--> Werken aan de checklist.


Slide 18 - Tekstslide

Wat gaan we leren?
--> Je kunt het verschil uitleggen tussen interne en externe communicatie.
-->Je kunt de basisregels van telefoneren toepassen.

Slide 19 - Tekstslide

Je werkt als receptionist achter de balie en hebt contact met klanten en collega’s. Wat zijn beleefde zinnen die je gebruikt?
Sleep de juiste zinnen naar de juiste vlakken.
<b><u>WEL</u></b> beleefde zinnen om te gebruiken.
<b><u>GEEN</u></b> beleefde zinnen om te gebruiken.
“Ik zal even met u meelopen, dan wijs ik u waar u moet zijn.”
Ik onderbreek u even, want ik weet al tegen wat voor probleem u aan loopt.”
“Volg me maar effe, dan kun je daar zitten en wachten.”
“Wat zeg je? Ik kon je niet goed verstaan.”
“Janneke!!! Er is telefoon voor je!”

Slide 20 - Sleepvraag

Mondelinge communicatie: Intern vs. extern
Interne communicatie: met collega’s binnen het bedrijf.

Externe communicatie: met klanten/bezoekers/leveranciers buiten het bedrijf.

Slide 21 - Tekstslide

Waarom is het belangrijk om er rekening mee te houden dat je met iemand intern communiceert of extern communiceert?

Slide 22 - Open vraag

Antwoord
Je wisselt rol & toon: intern = afstemmen/samenwerken; extern = service/representatie.

Slide 23 - Tekstslide

Telefoneren: Basisregels & gespreksopbouw
  • Wees beleefd en vriendelijk; houd je aandacht bij het gesprek.
  • Leg uit wat je gaat doen (“Een ogenblik, ik pak uw gegevens erbij”).
  • Niet eten/drinken tijdens het gesprek; spreek duidelijk; 
  • maak notities; rond netjes af.

Slide 24 - Tekstslide

Leg uit wat je gaat doen (“Een ogenblik, ik pak uw gegevens erbij”). Waarom zou ik dit doen?

Slide 25 - Open vraag

Niet eten/drinken tijdens het gesprek; Waarom zou ik dit niet doen?

Slide 26 - Open vraag

Waarom zou ik notities maken tijdens een gesprek?

Slide 27 - Open vraag

Telefoonalfabet




voorbeeld: 
Van Hulst: Victor–Anton–Nico / Hendrik–Utrecht–Lima–Sierra–Tango.

Slide 28 - Tekstslide

Hoe noem je jouw
naam op aan de telefoon
met telefoonalfabet?

Slide 29 - Open vraag

Slide 30 - Video

Werken aan de checklist

Slide 31 - Tekstslide