INTERNATIONAAL · EU EN EURO
Examentraining
Europese Unie en EMU: zo pak je examenvragen aan
INTERNATIONAAL · EU EN EURO
Examentraining
Europese Unie en EMU: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Thijs ter Haar / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
INTERNATIONAAL · EU EN EURO
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over de EU, de euro en de ECB beantwoorden met een casus.
Deze slide heeft geen instructies
INTERNATIONAAL · EU EN EURO
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: de casus. Welk land of bedrijf is het en wie merkt het gevolg?
2. Zoek: het begrip: vrij verkeer, importheffing, wederuitvoer, euro of ECB.
3. Redeneer: van oorzaak naar gevolg voor consument, bedrijf of werknemer.
4. Kies: het antwoord en controleer of het past bij EU of eurozone.
Deze slide heeft geen instructies
INTERNATIONAAL · EU EN EURO
Kaasstand op een markt in Barcelona, 2008
Vraagtype 1: gevolgen voor consument en bedrijf
Lees de casus. Wie is het: consument, exporteur of werknemer?
Zoek de oorzaak: vrij verkeer, importheffing, concurrentie of euro. Redeneer dan naar het gevolg.
Alle leerwegen. Image credit: Andy Mitchell / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
Een Nederlandse supermarkt gaat Spaanse tomaten verkopen naast Nederlandse. Gevolg voor jou?
Minder keuze, want tomaten worden duurder
Hogere prijzen, want er is meer aanbod
Geen gevolg, want tomaten blijven hetzelfde kosten
Meer keuze en vaak lagere prijzen
Vrij verkeer en meer concurrentie geven meer keuze en druk op de prijzen. Verwachte fout: denken dat meer aanbod de prijs omhoog duwt.
Een Nederlands bedrijf verkoopt kaas aan klanten in Spanje. Welk gevolg van de euro?
Het bedrijf moet invoerrechten betalen in Spanje
Het bedrijf mag alleen aan Spaanse winkels verkopen
De kaas wordt in Spanje altijd duurder
Geen wisselkosten of koersverschillen bij de betaling
Beide landen gebruiken de euro. Verwachte fout: denken dat er invoerrechten zijn binnen de EU.
INTERNATIONAAL · EU EN EURO
Containerterminal in de haven van Rotterdam, 2016
Vraagtype 2: begrippen herkennen in een casus
Lees wat er gebeurt en kies het begrip: wederuitvoer, importheffing, vrij verkeer of contingentering.
Let op: komt het product van binnen of van buiten de EU?
Alle leerwegen; contingentering (importquota) alleen KB en GL/TL. Image credit: Guilhem Vellut / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Een Nederlandse groothandel koopt schoenen in Azië en verkoopt ze onbewerkt aan Duitse winkels. Wat is dit?
Vrij verkeer van personen
Wederuitvoer
Concurrentievervalsing
Contingentering
Ingevoerd en vrijwel onbewerkt weer uitgevoerd. Verwachte fout: contingentering of vrij verkeer kiezen.
De EU zet een maximum op de invoer van staal uit een land buiten de EU. Wat is dit?
Wederuitvoer
Vrij verkeer van goederen
Contingentering
Een gemeenschappelijke importheffing
Dit onderdeel (coördinatie van economische politiek, EC/K/7.2.4) geldt alleen voor KB en GL/TL; BB slaat het over. Een maximale hoeveelheid is een quotum. Verwachte fout: importheffing kiezen; die maakt het duurder maar begrenst de hoeveelheid niet.
INTERNATIONAAL · EU EN EURO
Het euroteken bij de Europese Centrale Bank in Frankfurt, 2011
Vraagtype 3: de ECB en de waarde van de euro
Interne waarde = inflatie, wat je in de winkel kunt kopen.
Externe waarde = wisselkoers, wat je voor de euro krijgt in dollars, yen of ponden.
Dit onderdeel (coördinatie van economische politiek, EC/K/7.2.4) geldt alleen voor KB en GL/TL; BB slaat het over. Image credit: yeowatzup / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
De prijzen in de eurozone stijgen snel. Welke waarde van de euro daalt?
De interne waarde
De externe waarde
De wisselkoers van de dollar
De rente van de ECB
Dit onderdeel (coördinatie van economische politiek, EC/K/7.2.4) geldt alleen voor KB en GL/TL; BB slaat het over. Bij inflatie koop je minder voor een euro in de winkel: interne waarde. Verwachte fout: de externe waarde kiezen.
Voor 1 euro krijg je minder dollars dan vorig jaar. Wat is er gebeurd met de euro?
De interne waarde is gedaald
De externe waarde is gedaald
De rente is gestegen
De inflatie is gedaald
Dit onderdeel (coördinatie van economische politiek, EC/K/7.2.4) geldt alleen voor KB en GL/TL; BB slaat het over. Wat je voor een euro in dollars krijgt is de externe waarde, dus de wisselkoers. Verwachte fout: de interne waarde kiezen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Gevolgen voor consument en bedrijf
Begrippen herkennen in een casus
De ECB en de waarde van de euro
Verschil tussen EU en eurozone
Deze slide heeft geen instructies
INTERNATIONAAL · EU EN EURO
Tips voor op het examen
EU is niet hetzelfde als eurozone: de eurozone is een deel van de EU.
Binnen de EU geen invoerrechten, aan de buitengrens wel de gemeenschappelijke importheffing.
Interne waarde = inflatie, externe waarde = wisselkoers.
Redeneer altijd van oorzaak naar gevolg.
Deze slide heeft geen instructies