parg. 6.2 Weerstand VWO

1.3
Weerstand
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

1.3
Weerstand

Slide 1 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen spanning en stroomsterkte?

Slide 2 - Open vraag

Welke formules ken om vermogen uit te rekenen ken je?

Slide 3 - Open vraag

Weerstand
Weerstand in elektrische schakelingen geeft aan hoeveel de bewegende elektronen worden tegengehouden.

De eenheid van weerstand (R) is Ohm (     )
Ω

Slide 4 - Tekstslide

Overzicht

Slide 5 - Tekstslide

Dikkere draden hebben aan kleinere weerstand dan dunnere draden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Langere draden hebben een kleinere weerstand dan kortere draden
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

De wet van Ohm
Spanning is de oorzaak achter stroomsterkte. 
Stroomsterkte hangt af van de weerstand van een draad/apparaat.
Dit kunnen we met de wet van Ohm beschrijven:

U=IR

Slide 8 - Tekstslide

Soortelijke weerstand
Soortelijke weerstand is een stofeigenschap.
Het geeft aan hoe goed (of slecht) een stof elektriciteit geleid.

De eenheid van soortelijke weerstand is:

De soortelijke weerstand van koper is 0.017.
Dat wil zeggen dat een draad van 1 meter lang, met een oppervlak van 1 vierkante millimeter een weerstand van 0.017       heeft.

m(Ωmm2)
Ω

Slide 9 - Tekstslide

Weerstand van een draad
De lengte en dikte van een draad bepalen de weerstand van die draad. Een dikkere draad heeft minder weerstand, een langere draad heeft meer weerstand. Het materiaal waaruit een draad bestaat heeft ook invloed op de weerstand.

R=Aρl

Slide 10 - Tekstslide


R = weerstand (    )
= soortelijke weerstand (blz. 45)
l = lengte (m)
A = oppervlak (              )
R=Aρl
ρ
m(Ωmm2)
mm2
Ω

Slide 11 - Tekstslide

Een 14 meter lange koperdraad is gekoppeld aan een lamp. De draad heeft een straal van 1mm, wat is de weerstand van de draad? Geef je antwoord in ohm en tot 2 getallen achter de komma

Slide 12 - Open vraag