6.3 Hoe maak je winst?

6.3 Hoe maak je winst?
Pagina 168
Meneer mr. B.J.M. Horsch

timer
2:00
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

6.3 Hoe maak je winst?
Pagina 168
Meneer mr. B.J.M. Horsch

timer
2:00

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  1. Leerdoelen
  2. Terugblik vorige les
  3. Uitleg 6.3
  4. Oefenen (stencil)
  5. Terugblik leerdoelen

Slide 2 - Tekstslide

Belangrijk
Vrijdag 24 mei 2019
PW H6

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
Na afloop van deze les ken/kan ik ...
  1. ... de omzet berekenen
  2. ... de inkoopwaarde berekenen
  3. ... de brutowinst berekenen
  4. ... het nettoresultaat berekenen
  5. ... de verkoopprijs berekenen
  6. ... de consumentenprijs berekenen

Slide 4 - Tekstslide

Terugblik vraag en aanbod
  • Donny heeft op de markt een kraampje met Ajax-fanartikelen.
  • Aanbod
  • Bregje wil nieuwe Ted Baker-schoenen.
  • Vraag
  • Meneer Horsch was lange tijd op zoek naar een niet al te dure woning.
  • Vraag
  • In de supermarktfolder staan veel producten voor een lagere prijs.
  • Aanbod







Slide 5 - Tekstslide

Terugblik marktaandeel
  • Met een marktaandeel meet ik hoe succesvol mijn bedrijf is
  • We bekijken hoeveel procent mijn omzet of afzet deel uitmaakt van alle omzet of afzet.
  • Marktaandeel = eigen afzet : totale afzet x 100%
  • In totaal zijn er 400.000 telefoons verkocht. Vodafone heeft er 270.000 verkocht. Hoe groot is het marktaandeel van Vodafone?
  • 270.000 / 400.000 x 100%= 67,5%

Slide 6 - Tekstslide

Schema winst berekenen

Slide 7 - Tekstslide

Winst maken

Slide 8 - Tekstslide

Omzet berekenen
Het Sophianum verkoopt warme sjaals. Na een dag heeft het Sophianum 10 sjaals verkocht. De sjaals kosten € 3 per stuk. Bereken de omzet op die dag.

STAPPENPLAN UITWERKING:
  1. Omzet = afzet x verkoopprijs
  2. Afzet = 10 stuks
  3. Verkoopprijs = € 3
  4. Omzet = 10 x € 3 = € 30

Slide 9 - Tekstslide

Inkoopwaarde berekenen
In een maand heeft Sophianum 400 kerstengeltjes ingekocht bij de moeder van een leerling. De kerstengeltjes kosten € 2,50 per stuk bij de moeder van een leerling. Bereken de inkoopwaarde voor het Sophianum. 

STAPPENPLAN UITWERKING:
  1. Inkoopwaarde = afzet x inkoopprijs
  2. Afzet = 400
  3. Inkoopprijs = € 2,50
  4. Inkoopwaarde = 400 x € 2,50 = € 1.000


Slide 10 - Tekstslide

Oefenen
  1. Maken opdrachten omzet en inkoopwaarde (pagina 2 en 3)
  2. Klaar? Probeer alvast brutoresultaat en nettoresultaat opdrachten te maken (pagina 4 t/m 6)
timer
5:00

Slide 11 - Tekstslide

Brutoresultaat berekenen
Het Sophianum verkoopt kerststerren. De kerststerren worden ingekocht voor € 1,20 per stuk. Het Sophianum verkoopt in de maand december 600 kerststerren voor € 1,80 per stuk. Bereken het brutoresultaat.

STAPPENPLAN UITWERKING: 
  1. Brutoresultaat = omzet - inkoopwaarde
  2. Omzet = 600 x € 1,80 = € 1.080
  3. Inkoopwaarde = 600 x € 1,20 = € 720
  4. Brutoresultaat = € 1.080 - € 720 = € 360


Slide 12 - Tekstslide

Nettoresultaat berekenen
Het Sophianum verkoopt kerstbrood. Het Sophianum koopt dit kerstbrood in voor € 2,10. Sophianum verkoopt in december 800 kerstbroden voor € 2,40 per stuk. De bedrijfskosten in de maand december zijn € 140. Bereken het nettoresultaat voor het Sophianum in december.



STAPPENPLAN UITWERKING: 
1. Nettoresultaat = Brutoresultaat - bedrijfskosten
2. Brutoresultaat = Omzet – Inkoopwaarde
3. Omzet = 800 x € 2,40 = € 1.920
4. Inkoopwaarde = 800 x € 2,10 = € 1.680
5. Brutoresultaat = € 1.920 - € 1.680 = € 240
6. Nettoresultaat = € 240 - € 140 = € 100

Slide 13 - Tekstslide

Oefenen
  1. Maken opdrachten brutowinst en nettoresultaat (pagina 4 t/m 6)
  2. Klaar? Lezen theorie pagina 170 in je boek
timer
8:00

Slide 14 - Tekstslide

€ 1,50 per kaassoufflée

Slide 15 - Tekstslide

Brutowinstmarge
  • Ik ga alleen kaassoufflées verkopen als ik verwacht winst te maken 
  • Inkoopprijs € 1,50
  • Ik wil 30% winst maken op de inkoopprijs
  • Dit noemen we de brutowinstmarge!
  • = 30/100 * € 1,50 = € 0,45 

Slide 16 - Tekstslide

Verkoopprijs berekenen (1)
  • Verkoopprijs = inkoopprijs + brutowinstmarge
  • Inkoopprijs € 1,80
  • Sophianum wil winst maken dus ze hanteren
    een brutowinstmarge van 40%.
  • Bereken de verkoopprijs
  1. Brutowinstmarge = 40 : 100 x € 1,80 = € 0,72
  2. Verkoopprijs = € 1,80 + € 0,72 = € 2,52

Slide 17 - Tekstslide

Verkoopprijs berekenen (2)
Brandon heeft een jaar geleden een Gaming-PC gekocht. Hij wilt deze nu met winst doorverkopen. De inkoopprijs was € 450. De brutowinstmarge bedraagt 30% van de inkoopprijs. 
a) Schrijf de formule op van de verkoopprijs
  • Verkoopprijs = inkoopprijs + brutowinstmarge
b) Bereken de verkoopprijs
  • Brutowinstmarge =  30:100 * € 450 = € 135 
  • Verkoopprijs = € 450 + € 135 = € 585
c) Wat gebeurt er als ik mijn brutowinstmarge verlaag naar 20%?
timer
2:00

Slide 18 - Tekstslide

BTW
De verkoopprijs is niet hetgeen wat je in de winkel betaalt. Je moet ook btw betalen!
  1. Laag tarief: 9% (basisbehoeften)
  2. Hoog tarief: 21% (secundaire behoeften)

Slide 19 - Tekstslide

Consumentenprijs berekenen (1)
  • Consumentenprijs = verkoopprijs + btw
  • Stel de verkoopprijs van een pinkpopkaartje bedraagt € 220 (exclusief btw). De btw bedraagt 21%.
  • Bereken de consumentenprijs
  1. Bereken btw =>                               21 : 100 x € 220 = € 46,20
  2. Tel btw op bij  verkoopprijs =>  € 220 + € 46,20 = € 266,20

Slide 20 - Tekstslide

Consumentenprijs berekenen (2)
  • Consumentenprijs = verkoopprijs + btw
  • Stel de verkoopprijs van een laptop bedraagt € 500 (exclusief btw). De btw bedraagt 21%.
  • Bereken de consumentenprijs

  1. Bereken btw =>                               21 : 100 x € 500 = € 105,00
  2. Tel btw op bij  verkoopprijs =>  € 500 + € 105 = € 605
timer
2:00

Slide 21 - Tekstslide

Oefenen
  • maken opgaven 13 en 14 pagina 183
timer
5:00

Slide 22 - Tekstslide

Wat hebben we geleerd? 

Slide 23 - Tekstslide

Leerdoelen
Na afloop van deze les ken/kan ik ...
  1. ... de omzet berekenen
  2. ... de inkoopwaarde berekenen
  3. ... de brutowinst berekenen
  4. ... het nettoresultaat berekenen
  5. ... de verkoopprijs berekenen
  6. ... de consumentenprijs berekenen

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video