cross

MAW V4 - De persoonlijkheidsmythe

De persoonlijkheidsmythe
Turn & talk: geloof jij dat mensen kunnen veranderen?
Geloof jij dat mensen kunnen veranderen?
timer
0:30
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwo

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

De persoonlijkheidsmythe
Turn & talk: geloof jij dat mensen kunnen veranderen?
Geloof jij dat mensen kunnen veranderen?
timer
0:30

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Lesdoelen kernconcept 1: identiteit


  • Je kan het verschil tussen de essentialistische en de sociaal-constructivistische kijk op identiteit uitleggen
  • Je kan verbanden (spanningen, overeenkomsten, etc.) tussen iemands persoonlijke en collectieve identiteit beschrijven

Slide 3 - Tekstslide

Essentialistische kijk op identiteit    


  • Iedereen bezit een persoonlijkheid ('ware aard') die stabiel blijft van geboorte tot dood
  • Je identiteit is een statische eigenschap die grotendeels biologisch en erfelijk bepaald is (nature
Sociaal-constructivistische kijk op identiteit

  • Iedereen creëert een verhaal over wie hij/zij is; we hebben multiple identities die we vormen in interactie met onze omgeving 
  • Je identiteit is een dynamisch proces grotendeels bepaald door opvoeding en omgeving (nurture)

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Wat is het probleem met persoonlijkheidstesten volgens de sociaal-constructivistische kijk op identiteit? Leg uit.
timer
0:30

Slide 6 - Open vraag

0

Slide 7 - Video

Vanuit welk perspectief op identiteit
denkt deze onderzoeker? Leg uit.
timer
0:30

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Video

KERNCONCEPT 1: identiteit
=  het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt en dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwt voor zijn eigen persoon (= persoonlijke identiteit) en dat is afgeleid van zijn perceptie over groep(en) waar hij wel of juist niet deel van uitmaakt (= sociale identiteit) 

Collectieve identiteit: wat door de samenleving ten aanzien van een
bepaalde groep als kenmerkend en blijvend wordt beschouwd (stereotypen)

Slide 10 - Tekstslide

Alone time - JJ Levine
Turn & talk: wat wordt als kenmerkend gezien voor de groepen 'man' en 'vrouw'?
timer
0:30

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Toon aan dat de spanning tussen persoonlijke en collectieve identiteit tot uiting komt in dit gedicht.


Gebruik de volgende structuur om de vraag te beantwoorden:
1. Concept: Persoonlijke identiteit verwijst naar... Collectieve identiteit betekent...
2. Context: Deze concepten zie je terug in dit gedicht, namelijk…
3. Conclusie: Dus is er in dit gedicht sprake van spanning tussen persoonlijke en collectieve identiteit. 

timer
3:00

Slide 13 - Tekstslide

Lesdoelen kernconcept 1: identiteit


  • Kan je het verschil tussen de essentialistische en de sociaal-constructivistische kijk op identiteit uitleggen?
  • Kan je verbanden (spanningen, overeenkomsten, etc.) tussen iemands persoonlijke en collectieve identiteit beschrijven?

Slide 14 - Tekstslide

Reflectie
  • Hoe zie je wat je deze les hebt geleerd terug in je eigen leven/manier van denken?
  • Welke nieuwe woorden en ideeën heb je deze les opgepikt? 
  • Wat is nog lastig te begrijpen? Welke vragen zijn er bij je opgekomen?

Slide 15 - Tekstslide

Barnga!
https://www.spelensite.be/spel/barnga

Slide 16 - Tekstslide

Wat is er zonet gebeurd?
  • Welke situaties uit het echte leven worden in dit spel gesimuleerd? 
  • Heb je zelf al situaties meegemaakt waarin je de regels niet kende? Hoe ging je daarmee om? 
  • Wat als je zou mogen praten tijdens het spel? Of het langer had geduurd?

Slide 17 - Tekstslide

Lesdoelen kernconcept 2: socialisatie

  • Je kan ontleden hoe cultuuroverdracht en -verwerving door socialisatie plaatsvinden.
  • Je kan beredeneren of er in een gegeven situatie sprake is van politieke socialisatie. 

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

KERNCONCEPT 2: socialisatie
=  het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen

Slide 20 - Tekstslide

Het socialisatieproces

Slide 21 - Tekstslide

Beschrijf het socialisatieproces dat jij en je teamgenoten doorliepen tijdens het Barnga spel. 


  • Hoe leerde je de regels van jouw team?
  • Wat gebeurde er als iemand zich niet aan de regels hield?

Gebruik de begrippen sociale controle, positieve/negatieve (in)formele sancties en internalisatie in je antwoord.
timer
3:00

Slide 22 - Tekstslide

Soorten socialisatoren
  • Primaire socialisatie: informele socialisatie binnen het gezin en de vriendengroep 
  • Secundaire socialisatie: formele socialisatie of school, op het werk of in verenigingen (kerk, sport, etc.)
  • Tertiaire socialisatie: socialisatie door anonieme socialisatoren (media, overheid, etc.)

Slide 23 - Tekstslide

Bijzondere vormen van socialisatie
  • Politieke socialisatie: het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren.
  • Enculturatie: het aanleren en verwerven van de (sub)cultuur van de samenleving waarin men geboren wordt.
  • Acculturatie: het aanleren en verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit, dan die waarin iemand is opgegroeid. 

Slide 24 - Tekstslide

KERNCONCEPT 3: groepsvorming

= het tot stand komen van bindingen tussen meer dan twee mensen, doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen.

Slide 25 - Tekstslide