11 mei

Wat doen we vandaag?
  • Het dagelijks leven in Rome
  • Herhaling Grammatica 19
  •  Bespreken 19A, a en b.
  • Vertalen 19A. 
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Wat doen we vandaag?
  • Het dagelijks leven in Rome
  • Herhaling Grammatica 19
  •  Bespreken 19A, a en b.
  • Vertalen 19A. 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Aan het werk. 
Maak de vragen bij:
"Wonen in Rome" en
"Het Forum".

Slide 3 - Tekstslide

Vragend voornaamwoord
  • Het vragend voornaamwoord kent twee vormen:
  • zelfstandig: quis? (wie?), quid? (wat?)
  • bijvoeglijk: qui, quae, quod (welk/welke?).
  • Voor de verbuiging van quis/quid: zie boek.
  • Voor de verbuiging van qui/quae/quod: zie het persoonlijk voornaamwoord. 
  • Bij bijvoeglijk gebruik congrueert het vragend voornaamwoord met het antecedent.

Slide 4 - Tekstslide

Vragend voornaamwoord
  • Voorbeelden:
  • Quis intravit?
  • Wie is naar binnen gekomen? 
  • Quid fecit?
  • Wat heeft hij gedaan?
  • Qui puer intravit?
  • Welke jongen is naar binnen gekomen?
  • Quod bellum gessit?
  • Welke oorlog heeft hij gevoerd?

Slide 5 - Tekstslide

a. Thaida Quintus amat. Quam Thaida?
Thaida luscam.

Slide 6 - Open vraag

Unum oculum Thais non habet, ille duos.

Slide 7 - Open vraag

b. Quid mihi reddat ager quaeris, Line, Nomentanus?

Slide 8 - Open vraag

Hoc mihi reddit ager: te, Line, non video.

Slide 9 - Open vraag

c. Nescio tam multis quid scribas, Fauste, puellis:

Slide 10 - Open vraag

hoc scio, quod scribit nulla puella tibi.

Slide 11 - Open vraag

d. Thais habet nigros, niveos Laecania dentes.

Quae ratio est? Emptos haec habet, illa suos.

Slide 12 - Open vraag

Quae ratio est? Emptos haec habet, illa suos.

Slide 13 - Open vraag

e. Oculo Philaenis semper altero plorat.

Slide 14 - Open vraag

Quo fiat istud quaeritis modo? Lusca est.

Slide 15 - Open vraag

Aan het werk. 
  • Leer de woorden en grammatica t/m 19. 
  • Vertaal 19A, cde.

Dit is ook huiswerk.
Daarnaast: leer de woordjes en grammatica van 18A, B en 19. 

Slide 16 - Tekstslide