Drogredenen (Nederlands vwo), les 1: Uitleg

Een debat tussen leerlingen in een klaslokaal

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Drogredenen

Examenstof Nederlands vwo

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over drogredenen voor Nederlands vwo: onjuist gebruik van een argumentatieschema en overtreding van een discussieregel. Leerlingen koppelen elke drogreden aan korte voorbeeldteksten en oefenen met impliciete standpunten.

Onderdelen in deze les

Een debat tussen leerlingen in een klaslokaal

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Drogredenen

Examenstof Nederlands vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A2 en D, Bijlage 4: drogredenen. Image credit: Joshua Olal Believer / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan een drogreden in een tekst herkennen, ook als het standpunt impliciet blijft, benoemen met de juiste term en onderbouwd uitleggen waarom het een drogreden is.

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer klinkt een argument overtuigend zonder het te zijn?

Verwacht: overdrijven, emotie, een bekende naam als bron, iemand belachelijk maken, een voorbeeld als bewijs. Gebruik de woorden als ophaak voor de lesterm drogreden.

Een debat tussen leerlingen in een klaslokaal

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Wat is een drogreden?

  • Een drogreden lijkt een goed argument, maar schendt een regel van redelijk discussiëren

  • Onjuist is niet hetzelfde als onwaar: ook een waar argument kan een drogreden zijn

  • Fout 1: een argumentatieschema wordt onjuist gebruikt (oorzaak, voorbeeld, autoriteit)

  • Fout 2: een discussieregel wordt overtreden (persoonlijke aanval, bespelen)

Syllabus domein D: een drogreden is een onjuist gebruik van een argumentatieschema of het overtreden van een discussieregel. Op vwo-niveau (4F) wordt verwacht dat je argument en drogreden onderscheidt en dat je impliciete standpunten en ironie kunt herkennen. Veelgemaakte fout: onjuist gelijkstellen aan onwaar. Image credit: Joshua Olal Believer / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Fouten in het schema (1)

  • Oorzaak-gevolg: uit twee gebeurtenissen vlak na elkaar wordt een oorzaak afgeleid, of er zijn andere oorzaken

  • Kenmerk of eigenschap: één eigenschap telt mee, andere relevante eigenschappen worden genegeerd

  • Overhaaste generalisatie: een conclusie op te weinig of niet-representatieve voorbeelden

  • Controlevraag: is het argument toereikend, of zijn er andere verklaringen of voorbeelden?

  • Let op: het standpunt staat soms niet letterlijk in de tekst; leid het af uit de conclusie

Alle drie komen uit Bijlage 4 van de syllabus. Signaalwoorden: 'sinds', 'dus', 'het ligt voor de hand', 'iedereen', 'altijd'. Op vwo-niveau is het standpunt vaak impliciet: laat leerlingen eerst formuleren wat de schrijver wil bewijzen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Voorbeeldtekst A: schermen en somberheid

(1) In de derde klassen van een school in Veldwijk blijken leerlingen die veel tijd op sociale media doorbrengen vaker somber te zijn. Het ligt voor de hand dat die platforms de somberheid veroorzaken. Dat somber gestemde jongeren zich misschien juist terugtrekken achter een scherm, wordt gemakshalve niet besproken.

(2) Drie vrienden van mijn zoon zijn gestopt met voetbal sinds ze een eigen kanaal hebben. Een hele generatie laat haar lichaam dus verslonzen.

Eigen tekst voor Examenstof

In alinea 1 wordt uit een samenhang een oorzaak afgeleid; de omgekeerde richting of een derde factor is evengoed denkbaar. In alinea 2 worden drie vrienden als maat voor een hele generatie genomen.

Welke drogreden zit in alinea 1?

Het ligt voor de hand dat die platforms de somberheid veroorzaken.

A

Overhaaste generalisatie

B

Onjuist beroep op oorzaak-gevolg

C

Onjuist beroep op kenmerk of eigenschap

D

Vals dilemma

Uit samenhang wordt een oorzaak afgeleid. Het gevolg kan andere oorzaken hebben, of de richting kan omgekeerd zijn. Verwachte fout: overhaaste generalisatie.

Welke drogreden zit in alinea 2?

Drie vrienden van mijn zoon zijn gestopt met voetbal. Een hele generatie laat haar lichaam dus verslonzen.

A

Onjuist beroep op oorzaak-gevolg

B

Onjuist beroep op autoriteit

C

Overhaaste generalisatie

D

Verkeerde vergelijking

Drie vrienden zijn te weinig en niet-representatief voor een hele generatie.

Wegwijzer met twee richtingen, Peak District (Engeland)

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Voor- en nadelen

  • Overdrijven: de gevolgen van een maatregel worden schromelijk overdreven

  • Vals dilemma: je moet kiezen uit twee opties, terwijl er andere mogelijkheden zijn

  • Signaal: 'of ... of ...', 'een derde weg is er niet', 'anders gaat het mis'

  • Controleer: bestaat er een derde weg?

Beide fouten horen bij het voor-en-nadelenschema. Bij een vals dilemma zijn beide opties even nadelig, maar er zijn nog andere mogelijkheden. Verwar het niet met overdrijven: daar gaat het om de omvang van de gevolgen, hier om het aantal opties. Image credit: Bill Boaden / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Vergelijking en autoriteit

  • Verkeerde vergelijking: de vergeleken situaties verschillen op relevante punten van elkaar

  • Vraag: welke relevante verschillen blijven buiten beeld?

  • Onjuist beroep op autoriteit: de bron is ondeskundig, belanghebbend of spreekt zichzelf tegen

  • Een bekende naam is nog geen deskundige: heeft de bron verstand van dít onderwerp?

  • Een bron met een belang (geld, macht, reputatie) is niet neutraal

Bij autoriteit zijn er drie gronden uit de syllabus: ondeskundig, belanghebbend, zichzelf tegensprekend. Een deskundige zonder belang is juist een sterk argument.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Voorbeeldtekst B: de bibliotheek

(1) De gemeente Veldwijk moet de bibliotheek sluiten. Een derde weg bestaat niet: of de gemeente bezuinigt op de bibliotheek, of de gemeentebelasting gaat voor iedereen fors omhoog.

(2) Een bibliotheek is eigenlijk een videotheek met boeken. De videotheek verdween toen bijna niemand er meer kwam, dus de bibliotheek hoort ook te verdwijnen.

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 1: twee opties, terwijl de gemeente ook elders kan bezuinigen of de kosten anders kan verdelen. Alinea 2: bibliotheek en videotheek verschillen op relevante punten (onder meer gebruik, doelgroep en publieke functie).

Welke drogreden zit in alinea 1?

Een derde weg bestaat niet: of de gemeente bezuinigt op de bibliotheek, of de gemeentebelasting gaat omhoog.

A

Vals dilemma

B

Onjuist beroep op oorzaak-gevolg

C

Onjuist beroep op autoriteit

D

Cirkelredenering

Twee opties worden gepresenteerd en er wordt expliciet beweerd dat er geen derde weg is, terwijl die er wel is.

Waarom is de vergelijking in alinea 2 onjuist?

A

Er wordt maar één voorbeeld genoemd

B

Bibliotheek en videotheek verschillen in functie

C

De bron is belanghebbend

D

De schrijver valt de gemeente aan

Een verkeerde vergelijking: de vergeleken situaties verschillen op relevante punten, zoals het publieke karakter en de functie.

Een rotonde van bovenaf gezien

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Fouten in de discussie (1)

  • Persoonlijke aanval: je valt de tegenstander aan in plaats van zijn argumenten

  • Ontduiken van de bewijslast: je wilt geen argumenten geven voor je standpunt

  • Cirkelredenering: je onderbouwt je standpunt door het in andere woorden te herhalen

  • Zonder ander argument is een cirkelredenering ook het ontduiken van de bewijslast

Overtredingen van een discussieregel (syllabus Bijlage 4). Een persoonlijke aanval kan ook verpakt zijn als ironie of als zogenaamd kameraadschappelijke opmerking. Let op impliciete aanvallen. Image credit: Arild Vågen / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Reclamebord boven een brug, Vancouver, 1932

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Fouten in de discussie (2)

  • Vertekenen van een standpunt: je geeft het standpunt of argument van de ander onjuist weer

  • Of je legt de ander een standpunt in de mond dat niet is ingenomen

  • Bespelen van publiek: je doet een beroep op de emoties van het publiek om het te winnen

  • De fout zit in hoe iemand discussieert, niet in het onderwerp

Vertekenen: de samenvatting is extremer dan wat de ander zei. Bespelen: emotie in plaats van argumenten, herkenbaar aan 'stel je voor' en 'denk aan alle ...'. Image credit: Onbekend, collectie J.S. Matthews / Wikimedia Commons, publiek domein

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Voorbeeldtekst C: de gemeenteraad

(1) Raadslid Aarts stelt voor het budget voor het jeugdwerk te verhogen.

(2) Raadslid De Bruin: "Mevrouw Aarts heeft zelf geen kinderen. Wat zij over jeugdwerk te melden heeft, hoeft niemand serieus te nemen."

(3) Aarts: "Ik stel alleen voor dat het budget met tien procent omhoog gaat." De Bruin: "Dus u wilt dat de gemeente alle andere voorzieningen laat vallen."

(4) Aarts: "Het budget moet omhoog, want er is meer geld nodig voor het jeugdwerk."

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 2: persoonlijke aanval. Alinea 3: De Bruin legt Aarts een veel breder standpunt in de mond (vertekenen). Alinea 4: het argument herhaalt het standpunt (cirkelredenering).

Welke overtreding zit in alinea 2?

Mevrouw Aarts heeft zelf geen kinderen. Wat zij over jeugdwerk te melden heeft, hoeft niemand serieus te nemen.

A

Vertekenen van een standpunt

B

Ontduiken van de bewijslast

C

Bespelen van publiek

D

Persoonlijke aanval

De Bruin gaat niet in op het voorstel, maar zet Aarts weg als onkundig omdat zij geen kinderen heeft.

Welke drogreden zit in alinea 4?

Het budget moet omhoog, want er is meer geld nodig voor het jeugdwerk.

A

Cirkelredenering

B

Vertekenen van een standpunt

C

Bespelen van publiek

D

Overhaaste generalisatie

Het argument ('er is meer geld nodig') herhaalt het standpunt ('het budget moet omhoog') in andere woorden.

Welke groep drogredenen vind je het lastigst?

1

Fouten in een schema

2

Fouten in de discussie

3

Ironie en impliciete aanvallen

4

Ik haal ze door elkaar

Gebruik de uitslag om te kiezen waar je in les 2 extra aandacht aan geeft.

Waarom is een drogreden niet hetzelfde als een leugen?

Goed antwoord: een drogreden is een fout in de opbouw van de argumentatie (schema of discussieregel); de inhoud kan waar zijn. Een leugen gaat over onwaarheid. Verwachte fout: drogreden gelijkstellen aan onwaar.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Begrippen (1/3)

  • drogreden: onjuist gebruik van een argumentatieschema of overtreding van een discussieregel

  • onjuist beroep op oorzaak-gevolg: oorzaak is niet genoeg, er zijn andere oorzaken, of alleen gelijktijdigheid

  • overhaaste generalisatie: conclusie op te weinig of niet-representatieve voorbeelden

  • verkeerde vergelijking: de vergeleken situaties verschillen op relevante punten

  • vals dilemma: twee opties lijken de enige, terwijl er andere mogelijkheden zijn

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Begrippen (2/3)

  • overdrijven van voor- of nadelen: de gevolgen van een handeling worden schromelijk overdreven

  • onjuist beroep op autoriteit: de bron is ondeskundig, belanghebbend of spreekt zichzelf tegen

  • persoonlijke aanval: de tegenstander wordt aangevallen in plaats van zijn argumenten

  • ontduiken van de bewijslast: geen argumenten willen geven voor het eigen standpunt

  • cirkelredenering: het standpunt onderbouwen door het in andere woorden te herhalen

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Begrippen (3/3)

  • vertekenen van een standpunt: het standpunt of argument van de ander onjuist weergeven

  • bespelen van publiek: een beroep doen op de emoties van het publiek

Deze slide heeft geen instructies