Drogredenen (Nederlands havo), les 2: Examentraining

Een debat tussen leerlingen in een klaslokaal

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Examentraining

Drogredenen: zo pak je examenvragen aan

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining drogredenen voor havo met twee eigen leesteksten. Leerlingen oefenen drie vraagtypen: de drogreden benoemen, uitleggen en citeren, en discussieregels herkennen, met modelantwoorden in de notities.

Onderdelen in deze les

Een debat tussen leerlingen in een klaslokaal

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Examentraining

Drogredenen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Joshua Olal Believer / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een examenvraag de drogreden benoemen, uitleggen waarom het een drogreden is en citeren wat gevraagd wordt.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees de vraag: gaat het om een schema of om een discussieregel?

  • 2. Zoek: het standpunt en het argument in de aangewezen alinea

  • 3. Controleer: klopt de stap van argument naar standpunt? Let op bron, voorbeelden en oorzaken

  • 4. Benoem: kies de term uit de lijst en vergelijk met de andere opties

  • 5. Schrijf: term, waarom het fout is, en een gegeven uit de tekst

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Vraagtype 1: benoem de drogreden

  • Je krijgt een alinea of zin en kiest de drogreden uit vier opties

  • Zoek eerst het standpunt en het argument dat erbij hoort

  • Vraag: klopt de stap van argument naar standpunt, of is het schema onjuist gebruikt?

  • Gebruik de termen uit de lijst, zoals 'overhaaste generalisatie'

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Tekst 1: Telefoons de kluis in

(1) Op de Rijnstraatschool mogen leerlingen sinds vorig schooljaar hun telefoon niet meer gebruiken tijdens de les. Een groep ouders wil dat verbod nu uitbreiden naar de pauzes. Ik ben het daar helemaal mee eens: de telefoons moeten de hele schooldag in de kluis.

(2) Kijk naar de resultaten. Sinds de telefoons uit de lessen verdwenen, zijn de cijfers voor Nederlands in de derde klassen gestegen. De conclusie ligt voor de hand: de telefoons waren de oorzaak van de slechte cijfers. In dezelfde periode kreeg de school overigens ook een nieuwe taalmethode en een extra lesuur Nederlands, maar dat doet hier niet ter zake.

(3) Mijn buurjongen zit de hele dag op zijn telefoon en is blijven zitten. De zoon van een collega ook. Het is dus wel duidelijk: kinderen met een telefoon falen op school.

Eigen tekst voor Examenstof

Standpunt: telefoons moeten de hele dag in de kluis. Alinea 2 oorzaak-gevolg (de nieuwe taalmethode is een andere oorzaak), alinea 3 overhaaste generalisatie.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Tekst 1 (vervolg)

(4) Dat zeggen niet alleen ouders. Roel Smit, directeur van KluisKing, het bedrijf dat telefoonkluisjes voor scholen maakt, is stellig: telefoons verstoren de concentratie van leerlingen. Als iemand het kan weten, is hij het.

(5) Het is simpel. Of we verbieden telefoons de hele dag, of we accepteren dat leerlingen straks alleen nog naar een scherm kijken en niets meer leren.

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 4 onjuist beroep op autoriteit (belanghebbend), alinea 5 vals dilemma.

Welke drogreden zit in alinea 2?

Sinds de telefoons uit de lessen verdwenen, zijn de cijfers gestegen. De telefoons waren dus de oorzaak.

A

Overhaaste generalisatie

B

Verkeerde vergelijking

C

Onjuist beroep op oorzaak-gevolg

D

Cirkelredenering

Cijfers stijgen na het verbod, dus het verbod is de oorzaak. De taalmethode en het extra lesuur zijn andere oorzaken. Verwachte fout: overhaaste generalisatie (die zit in alinea 3).

Waarom is het beroep op Roel Smit onjuist?

Roel Smit, directeur van KluisKing, dat telefoonkluisjes voor scholen maakt, is stellig.

A

Hij is belanghebbend: hij verkoopt kluisjes

B

Hij vergelijkt twee verschillende situaties

C

Hij trekt een conclusie uit één voorbeeld

D

Hij valt iemand persoonlijk aan

Smit verdient aan telefoonkluisjes en is daarom belanghebbend. Dat is een grond voor een onjuist beroep op autoriteit.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Vraagtype 2: uitleggen en citeren

  • Open vraag: noem de drogreden en leg uit waarom, met een gegeven uit de tekst

  • Modelantwoord: term + wat er ontbreekt of verschilt + tekstgegeven

  • Citeervraag: schrijf precies op wat gevraagd wordt, niet meer

  • Eerste en laatste woorden: kopieer ze letterlijk uit de tekst

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom alinea 3 een overhaaste generalisatie is.

Modelantwoord (2 punten): de schrijver gebruikt maar twee voorbeelden (de buurjongen en de zoon van een collega). Daarmee concludeert hij dat alle kinderen met een telefoon falen. Dat zijn te weinig en niet-representatieve voorbeelden. Verwachte fout: alleen de term noemen zonder uitleg.

Citeer de zin in alinea 5 die de twee keuzes noemt.

Modelantwoord: de hele zin, of alleen de eerste en laatste woorden: Of we verbieden ... niets meer leren. Het gaat om de zin 'Of we verbieden telefoons de hele dag, of we accepteren dat leerlingen straks alleen nog naar een scherm kijken en niets meer leren.' Verwachte fout: de zin ervoor ('Het is simpel.') noemen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Vraagtype 3: discussieregels

  • Bij een debat of gesprek kijk je wat iemand doet met het standpunt of de persoon van de ander

  • Gaat hij in op het standpunt, of valt hij de persoon aan, vertekent hij, ontloopt hij argumenten?

  • Bij beweringen en combinaties: beoordeel elke bewering apart tegen de alinea

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Tekst 2: Debat over huiswerk

(1) Tijdens het debat in de aula verdedigde leerlingenraadslid Jasmijn Koç het standpunt dat er in de brugklas geen huiswerk meer moet worden opgegeven.

(2) Docent Peter Verhoeven reageerde meteen: "Jasmijn heeft zelf drie keer een onvoldoende voor wiskunde gehaald. Zo iemand kun je niet serieus nemen als het over leren gaat."

(3) Jasmijn: "Mijn punt is dat brugklassers na een volle schooldag te moe zijn voor huiswerk." Verhoeven antwoordde: "Dus jij vindt dat leerlingen op school niets meer hoeven te leren. Dat is toch te gek voor woorden?"

(4) Toen Jasmijn vroeg waarom huiswerk dan wel nodig zou zijn, zei Verhoeven: "Dat hoef ik niet uit te leggen. Huiswerk is nu eenmaal nodig en daarmee basta."

(5) Tot slot wendde hij zich tot de zaal: "Denk aan alle ouders die hun kinderen thuis zien worstelen. Stel je het verdriet voor als die kinderen later geen baan vinden. Wilt u dat op uw geweten hebben?"

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 2 persoonlijke aanval, 3 vertekenen, 4 ontduiken van de bewijslast, 5 bespelen van publiek.

Welke overtreding zit in alinea 3?

Dus jij vindt dat leerlingen op school niets meer hoeven te leren.

A

Persoonlijke aanval

B

Vertekenen van een standpunt

C

Ontduiken van de bewijslast

D

Bespelen van publiek

Jasmijn zegt alleen dat brugklassers te moe zijn voor huiswerk. Verhoeven maakt er 'niets meer leren op school' van.

Leg uit dat Verhoeven in alinea 4 de bewijslast ontduikt.

Modelantwoord (2 punten): Jasmijn vraagt om argumenten voor huiswerk, maar Verhoeven wil die niet geven ('dat hoef ik niet uit te leggen'). Hij herhaalt alleen dat huiswerk nodig is. Verwachte fout: cirkelredenering noemen; er wordt hier geen argument gegeven dat het standpunt herhaalt.

Welke combinatie van drogredenen is juist?

A

2: vertekenen; 5: persoonlijke aanval

B

2: cirkelredenering; 5: bespelen publiek

C

2: persoonlijke aanval; 5: vertekenen

D

2: persoonlijke aanval; 5: bespelen publiek

In alinea 2 wordt Jasmijn als persoon aangevallen. In alinea 5 wordt een beroep gedaan op de emoties van de zaal.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De drogreden benoemen

2

Uitleggen en citeren

3

Discussieregels herkennen

4

Geen van drieën

Kies zelf een vraagtype om extra te oefenen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · DROGREDENEN

Tips voor op het examen

  • Lees eerst de vraag en dan pas de alinea: zo weet je waar je op let

  • Gebruik de termen uit de lijst; eigen woorden als 'oneerlijk' scoren niet

  • Bij open vragen: term, uitleg en een gegeven uit de tekst in je antwoord

  • Controleer bij meerkeuze elke optie: past precies deze drogreden bij deze alinea?

  • Een alinea kan meer dan één drogreden bevatten: kijk wat de vraag aanwijst

Deze slide heeft geen instructies