IVIO Rekenen - RW1-05-PREX

IVIO Rekenen 1
RW1-05-PREX
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 1,2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

IVIO Rekenen 1
RW1-05-PREX

Slide 1 - Tekstslide

U gaat met de familie naar de film ‘Harry Potter en de Geheime Kamer’.
De prijzen zijn: € 6,25 voor kinderen, € 9,- voor volwassenen en € 7,50 voor
65-plussers. Uw familie bestaat uit: twee kinderen, twee volwassenen en één 65-plusser.
Hoeveel moet u betalen? € ______________

Slide 2 - Open vraag

U gaat met de familie naar de film ‘Harry Potter en de Geheime Kamer’.
De prijzen zijn: € 6,25 voor kinderen, € 9,- voor volwassenen en € 7,50 voor
65-plussers.
Achter u in de rij staat ook een groepje. Zij zijn met vier kinderen en vier
65-plussers. Hoeveel moeten zij betalen? € ____________

Slide 3 - Open vraag

Het aantal bezoekers in vijf dagen, van ‘Harry Potter en de Geheime Kamer’, is goed.
Schrijf de onderstaande bezoekersaantallen van klein naar groot.
460 406 466 499 496
460
406
466
499
496

Slide 4 - Sleepvraag

Het aantal bezoekers in vijf dagen, van ‘Harry Potter en de Geheime Kamer’, is goed.
Schrijf onderstaande bezoekersaantallen van groot naar klein.
309 390 339 930 903
309
390
339
930
903

Slide 5 - Sleepvraag

‘Harry Potter en de Geheime Kamer’ is ook een boek. Het boek heeft 251 bladzijden. Op maandag leest u 87 bladzijden, op dinsdag 21 bladzijden, op woensdag 35 bladzijden en op donderdag 18 bladzijden.
U wilt het boek op vrijdag uit hebben. Hoeveel bladzijden moet u op vrijdag nog lezen? ___________ bladzijden

Slide 6 - Open vraag

In een vrachtwagen staan 60 dozen met Harry Potter boeken. 25% van de dozen gaat naar een boekenwinkel op Terschelling. De rest van de dozen gaat naar Texel.
Hoeveel dozen gaan er naar Texel?
__________ dozen

Slide 7 - Open vraag

U parkeert uw auto vlakbij de bioscoop.
Op dit plaatje rechts kunnen 8 auto’s staan.

Slide 8 - Open vraag

U parkeert uw auto vlakbij de bioscoop.
Op dit plaatje rechts kunnen 8 auto’s staan.

Slide 9 - Open vraag

Een half uur parkeren kost één euro. U komt aan om 15.00 uur. U betaalt € 4,50.
Tot hoe laat mag u parkeren? Tot ____________ uur.

Slide 10 - Open vraag

Hier ziet u bioscoopkaartjes.
U koopt 1/4 deel van 20 bioscoopkaartjes. Hoeveel bioscoopkaartjes zijn dat?

Slide 11 - Open vraag

Angela en Jeroen gaan wandelen op de heide in Drente. In de verte zien ze een
kerktoren.
De kerktoren is nu heel klein.
Hoe hoog is de kerktoren in het echt ongeveer?
A
6 m
B
60 m
C
600m

Slide 12 - Quizvraag

Angela en Jeroen wandelen niet even snel. 
Angela loopt in 1 uur 2 km. 
Jeroen loopt in 1 uur 5 km. 
Vul de onderstaande tabel verder in.
1
2
3
4
5
6
8
10
15
16
20
8

Slide 13 - Sleepvraag

Angela en Jeroen wandelen niet even snel.
Angela loopt in 1 uur 2 km.
Jeroen loopt in 1 uur 5 km.
Wie heeft de meeste kilometers gelopen na 4 uur? ____________________________

Slide 14 - Open vraag

Een andere wandeling die Jeroen maakt is in totaal 35 kilometer.
Jeroen loopt gemiddeld 5 km/uur.
Hoelang doet hij over de hele wandeling?
__________ uur

Slide 15 - Open vraag

Hier ziet u een grafiek van de wandeling die u gemaakt heeft.
a. Hoelang duurde de wandeling? _____________ uur

Slide 16 - Open vraag

Hier ziet u een grafiek van de wandeling die u gemaakt heeft.
b. Hoeveel kilometer was de wandeling? ________________ km

Slide 17 - Open vraag

Hoeveel is de helft van 400 wandelingen = _______________ wandelingen.

Slide 18 - Open vraag

Hoeveel is 25 % van 240 wandelingen = _______________ wandelingen.

Slide 19 - Open vraag

Jeroen houdt het weerbericht goed in de gaten als hij gaat wandelen.
Wat is de gemiddelde dagtemperatuur van zaterdag?
_____________ ̊

Slide 20 - Open vraag

Hoeveel graden verschil is er tussen de minimumtemperatuur en de
maximumtemperatuur op zondag?
_____________ ̊

Slide 21 - Open vraag

Wat is de hoogste temperatuur die deze drie dagen gehaald kan worden?
_____________ ̊

Slide 22 - Open vraag

Welke eenheid zou u gebruiken.
Kies uit: maanden, weken, dagen, uren, minuten, centimeters, meters, kilometers.

a. een vliegreis naar Canada vanuit Nederland duurt 10 ________________
b. de tuin van de buurman is 9 _______________lang
c. een autorit van Utrecht naar Amsterdam is 40 ______________________
d. een wandeling van 70 kilometer duurt 2 __________________________
e. een bioscoopkaartje kopen duurt 3 ______________________________
maanden
weken
dagen
uren
minuten
centimeters
meters
kilometers

Slide 23 - Sleepvraag

Welk getal moet op de lege plaats komen?
13 – 26 – 52 – _______ – 208

Slide 24 - Open vraag

Welk getal moet op de lege plaats komen?
288 – 144 – ________ – 36

Slide 25 - Open vraag