9.2D verwachtingswaarde en standaardafwijking bij binomiaal

9.2D Verwachtingswaarde en standaardafwijking
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

9.2D Verwachtingswaarde en standaardafwijking

Slide 1 - Tekstslide

Verwachtingswaarde
Je gooit 30 keer met een dobbelsteen. Hoe vaak verwacht je 3 ogen te gooien?


Slide 2 - Tekstslide

Verwachtingswaarde
E(X)=n⋅p

Slide 3 - Tekstslide

Verwachtingswaarde
Je gaat 500 keer gooien met een dobbelsteen. 
X: aantal keer een 3 gooien
Wat is je verwachtingswaarde?


Slide 4 - Tekstslide

Verwachtingswaarde
Je gaat 500 keer gooien met een dobbelsteen. 
X: aantal keer een 3 gooien
Wat is je verwachtingswaarde?


E(X)=500⋅​6​​1​​=83​3​​1​​

Slide 5 - Tekstslide

Verwachtingswaarde
Je gaat 500 keer gooien met een dobbelsteen. 
X: aantal keer een 3 gooien
Wat is je verwachtingswaarde?



Gooi je dan altijd 83 1/3 keer een 3?
E(X)=500⋅​6​​1​​=83​3​​1​​

Slide 6 - Tekstslide

Standaardafwijking
De standaardafwijking bij binomiale variabelen is
 

√​np(1−p)​​​

Slide 7 - Tekstslide

Standaardafwijking
De standaardafwijking bij binomiale variabelen is
 

Dus bij ons:

√​np(1−p)​​​
√​500⋅​6​​1​​⋅​6​​5​​​​​≈8,33

Slide 8 - Tekstslide

Standaardafwijking
√​500⋅​6​​1​​⋅​6​​5​​​​​=8​3​​1​​
Dat betekent dat je in 95% van de gevallen tussen 

83​3​​1​​−2⋅8​3​​1​​
en
83​3​​1​​+2⋅8​3​​1​​
keer een 3 gooit

Slide 9 - Tekstslide

Standaardafwijking
√​500⋅​6​​1​​⋅​6​​5​​​​​=8​3​​1​​
Dat betekent dat je in 95% van de gevallen tussen 

66​3​​2​​
en
100
keer een 3 gooit

Slide 10 - Tekstslide