Les 1 - Herhaling en ASE-model

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
PsychologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weekplanning
Week 1: Kleine terugblik periode 1 en begin gedragsverklaringsmodel: ASE-model
Week 2: Gedragsverklaringsmodel toepassen: ASE-model
Week 3: Wat is leren?
Week 4: Gedragsveranderingsfasen model: Stage of Change
Week 5: Intuïtief eten
Week 6: Intuïtief eten
Week 7: Herhaling

Afronding: Theorietoets, minimaal een 5,5 behaald

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Toetsinzage
  • Korte herhaling periode 1 over gedrag
  • Uitleg ASE-model
  • Casus

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Jij kan:
  • de componenten van het ASE-model (Attitude, Sociale invloed, Eigen effectiviteit) benoemen en uitleggen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toetsinzage
  • Wat heb je geleerd over psychologie 1?
  • Ben je tevreden over jouw leerproces? 
  • Wat heb je goed gedaan tijdens het vak psychologie?
  • Wat wil je de volgende keer anders doen of verbeteren?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kleine terugblik naar periode 1

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de definitie van gedrag?
A
De gedachten en gevoelens die iemand ervaart in verschillende situaties
B
De aangeboren eigenschappen die het handelen van een individu beïnvloeden
C
De manier waarop iemand over zichzelf en anderen nadenkt
D
Alle waarneembare acties en reacties van een individu op zijn omgeving

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Definitie van gedrag
Alle waarneembare acties en reacties van een individu op zijn omgeving.

  • Vrijwillige handelingen (bijv. praten of lopen)
  • Automatische handelingen (bijv. reflexen of ademhalen)

  • Zichtbaar gedrag (openlijk)
  • Onzichtbaar gedrag (covert)




Slide 8 - Tekstslide

Vraag de studenten om verschillende soorten gedrag te benoemen (bijvoorbeeld lopen, glimlachen, nadenken, verdriet voelen, plannen maken) en laat hen beslissen in welke categorie elk voorbeeld valt. Dit kan als een klassikale brainstorm of door gebruik te maken van kaartjes die ze kunnen plakken in de juiste kolom.

Voorbeelden voor zichtbaar gedrag: eten, fietsen, schrijven.
Voorbeelden voor onzichtbaar gedrag: nadenken over een toets, zorgen maken, dagdromen.
Discussiepunten:

Zijn gedachten en emoties ook een vorm van gedrag? Waarom of waarom niet?
Kunnen sommige soorten gedrag zowel zichtbaar als onzichtbaar zijn? Bijvoorbeeld, als je ziet dat iemand aan het nadenken is (fysieke tekenen zoals fronsen).
Wat zijn gedragsdeterminanten?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Gedragsdeterminanten
  • Factoren die het gedrag van een persoon beïnvloeden;
  • Kunnen van invloed zijn op de keuzes die mensen maken, zoals wat ze eten, hoe vaak ze bewegen, of hoe ze omgaan met hun gezondheid;
  • De gedragsdeterminanten moeten in kaart worden gebracht om gedrag uiteindelijk te kunnen veranderen of te bevorderen. 

2 categorieën: 
  • Persoonlijke determinanten;
  • Omgevingsdeterminanten. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld van een persoonlijke gedragsdeterminant

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Persoonlijke determinanten
  • Kennis en vaardigheden: wat weet iemand over gezond gedrag of beschikt iemand over de vaardigheden om het gedrag uit te voeren
  • Overtuigingen en houding: Wat gelooft iemand over de gevolgen van bepaald gedrag en hoe staat iemand daar tegenover. 
  • Zelfvertrouwen: De mate waarin iemand vertrouwen heeft in zijn of haar eigen capaciteiten om gezond gedrag te vertonen. 
  • Persoonlijkheid en emoties: Kenmerken zoals zelfbeheersing, motivatie en emoties kunnen invloed hebben op gedrag. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld van een omgevingsdeterminant

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Omgevingsdeterminanten
  • Sociale omgeving: De invloed van familie, vrienden en de bredere maatschappij. Dit kan sociale steun, sociale druk of een rolmodel (waargenomen gedrag) zijn. 
  • Fysieke omgeving: De toegang tot gezonde producten, infrastructuur om te sporten (beschikbaarheid van sportscholen - 24/7) of de manier waarop de omgeving is ingericht. 
  • Economische factoren: De beschikbaarheid en de prijs van gezonde voeding of sportfaciliteiten. 
  • Culturele normen: Welk gedrag wordt binnen de cultuur of gemeenschap laten zien. 

Slide 14 - Tekstslide

Sociale invloeden: 
  • Subjectieve normen
 verwachtingen die in een bepaalde sociale context leven ten aanzien van bepaald gedrag en de mate waarin je geneigd bent om je hier wat van aan te trekken.
  • Sociale steun of druk
 Directe invloeden van anderen.
  • Waargenomen gedrag van anderen
 Het overnemen van attitudes en gedrag van anderen door het observeren van andermans gedrag

Gedrag in kaart brengen
Wat zijn factoren waardoor ongezond eten wordt veroorzaakt?
  • Eten van ongezonde voedingsmiddelen - veel verzadigde vetten, suikers, weinig vitamines en voedingsvezels; 
  • Eten van te grote (of te kleine) porties;
  • Het aanhouden van een eenzijdig en weinig gevarieerd eetpatroon. 

  • Je kunt dit dus allerlei factoren invullen, maar soms is het niet duidelijk wat nou daadwerkelijk de oorzaak is. Dus doe eerst goed onderzoek naar de mogelijke oorzaken van een gezondheidsprobleem!

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Had jij goede voornemen(s) voor 2025?
Hoe staat het met het behalen van dit/deze voornemen(s)?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Toetsinzage
  • Korte herhaling periode 1 over gedrag
  • Uitleg ASE-model
  • Casus

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ASE-model
De Vries, 1988
De intentie om bepaald gedrag te vertonen, leidt tot het daadwerkelijk uitvoeren van dat gedrag.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Attitude
  • Houding ten opzichte van bepaald gedrag
  • Ontstaat door een afweging van voor- en nadelen die de persoon aan het gedrag verbindt
  • Gewoonten en overtuigingen



Noor heeft zich aangemeld voor een sportschool. Laten we ervan uitgaan dat zij bewegen en op gewicht blijven belangrijk vindt. Het is dan opmerkelijk dat zij met de auto naar de sportschool komt.

Slide 19 - Tekstslide

De verschillende gedragingen van Noor komen in het voorbeeld tegenstrijdig over. Noor  weegt bewust en onbewust diverse gedragingen tegen elkaar af. Zij zegt ja tegen bewegen als het om sporten gaat. Zij zegt nee tegen bewegen als het om vervoer gaat. Noor heeft ten aanzien van sport een andere attitude dan ten aanzien van vervoer.

Sociale invloed
  • Subjectieve normen
    Verwachtingen in een bepaalde context ten aanzien van bepaald gedrag
  • Sociale steun of druk
    Directe invloeden van mensen
  • Waargenomen gedrag van anderen
    Het overnemen van houding en gedrag door observaties van gedrag van anderen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Na het sporten neemt Noor een douche. Dat heeft te maken met de verwachting die er leeft t.o.v. hygiëne.
A
Subjectieve norm
B
Sociale steun
C
Sociale druk
D
Waargenomen gedrag van anderen

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noor beperkt het alcoholgebruik tot één wijntje, omdat je niet met teveel alcohol achter het stuur moet gaan zitten.
A
Subjectieve norm
B
Sociale steun
C
Sociale druk
D
Waargenomen gedrag van anderen

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noor heeft een zus die flink wat kilo’s is kwijtgeraakt door intensief te sporten. Voor Noor was dit aanleiding om ook meer te bewegen en dus nam zij een abonnement bij de sportschool bij haar in de buurt.
A
Subjectieve norm
B
Sociale steun
C
Sociale druk
D
Waargenomen gedrag van anderen

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De andere 3 medebewoners in het huis waar Noor woont roken, net als Noor zelf. Noor vindt het wel gezellig en ontspannend om samen een sigaretje te roken.
A
Subjectieve norm
B
Sociale steun
C
Sociale druk
D
Waargenomen gedrag van anderen

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Eigen-effectiviteit
De inschatting die iemand maakt van zijn eigen mogelijkheden om bepaald gedrag te vertonen. 

  • Inschatting van de benodigde vaardigheden;
> De inschatting of je die vaardigheden hebt is weer anders dan of je ze daadwerkelijk beheerst
  • Inschatting van het gedrag in verschillende situaties;
  • Mate van zelfvertrouwen.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Over het stoppen met roken zegt Noor dat zij met drie rokende medebewoners niet kan weerstaan aan de verleiding. 
‘Als ze me er eentje aanbieden, kan ik echt geen nee zeggen.’ 
Daarbij houd ik het niet vol als ik straks met mijn vrijwilligerswerk ga starten bij de bloemist.
Inschatting benodigde vaardigheden
Inschatting van gedrag in verschillende situaties
Mate van zelfver-trouwen

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Externe variabelen
  • Demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, opleidingsniveau)
  • Geloofsovertuiging
  • Sociaal economische status (SES)
  • Psychologische kenmerken

Slide 27 - Tekstslide


Wat betreft sekse zijn er verschillen in attitude. Jongens willen misschien meer bewegen
om fit te zijn en meisjes om af te vallen. Of denk met betrekking tot sociale invloed aan
typische mannen- en vrouwensporten zoals respectievelijk rugby en ballet. Een meisje dat
op rugby wil, kan te maken krijgen met een sociale omgeving die dit afkeurt en rugby als
sport niet bij een meisje vindt horen.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Barrières
Barrières kunnen de relatie tussen de intentie en het daadwerkelijke gedrag beïnvloeden. 

Mogelijke barrières die het uitvoeren van de gedragsverandering in de weg kunnen staan:
  • Motivatie
  • Voorwaarden die de cliënt eraan koppelt zijn beperkend (bv. doel is te moeilijk/ "ik ga alleen als ...")
  • Ziekte/blessure
  • Overlijden van naasten
  • Sportschool wordt verbouwd/is ver weg
  • Tijd
  • Financiële middelen

Veel barrières zijn externe omstandigheden en regelmatig zijn het onderwerpen waar iemand geen invloed op heeft. Je moet het zo zien als een drempel die wordt verhoogd om hetgeen te gaan doen wat je eigenlijk wilt doen. 


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 1
  • Neem jouw goede voornemen voor 2025;
  • Analyseer het goede voornemen door middel van het ASE-model, deze kun je hier invullen;
  • Verklaar jouw gedrag.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je kijkt naar jouw goede voornemen(s) voor 2025 en het ASE-model. Hoe kun je de status dan verklaren?

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef een samenvatting van deze les

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Jij kan:
  • de componenten van het ASE-model (Attitude, Sociale invloed, Eigen effectiviteit) benoemen en uitleggen.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies