Middelen bij allergische aandoeningen herhaling BOL3

Mevrouw de Wit is naar de huisarts geweest en heeft te horen gekregen dat hooikoorts heeft. Ze gaat naar de apotheek met een recept voor cetirizine tabletten. 
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Mevrouw de Wit is naar de huisarts geweest en heeft te horen gekregen dat hooikoorts heeft. Ze gaat naar de apotheek met een recept voor cetirizine tabletten. 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke behandelmethode wordt hier gebruikt?
A
diagnostisch
B
causaal
C
symptomatisch
D
substitutietherapie

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Via welke toedieningsweg krijgt mw. de Wit haar tabletten?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke toedieningsvormen worden gebruikt voor een systemische werking?
A
oogdruppels, zalven, inhalatiemedicatie
B
transdermale pleisters, dranken, injecties

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onder welke toedieningsweg
hoort sublinguaal?
A
lokaal
B
systemisch

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is NIET waar over hooikoorts?
A
je bent overgevoelig voor stuifmeel van bomen en/of grassen
B
als je voor het eerst in aanraking komt met stuifmeel van bomen heb je direct klachten
C
hooikoorts is een seizoensgebonden allergie

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een andere naam voor lichaamsvreemde stof?
A
antilichaam
B
antigeen
C
antistof

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke soorten allergenen zijn er?
En kun je ook voorbeelden van deze allergenen geven?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een goed niet medicamenteus advies bij hooikoorts?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tot welke geneesmiddelgroep hoort cetirizine?
A
antihistaminica
B
histamine afgifteremmende stoffen
C
corticosteroïden

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

1: b en e
2: c en f
3: a en d

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Bij het eerste contact met een antigeen, worden er specifieke antilichamen tegen dit antigeen gemaakt. Deze antilichamen worden gebonden aan de mestcel. Bij een volgend contact met het antigeen op het lichaam -> lichaam maakt mediatoren vrij en die geven aan de mestcel door dat er antilichamen vrij moeten komen en door een heftige reactie tussen het antigeen en het aan de mestcel gebonden antilichaam, valt de mestcel uiteen en komen er histamine en leukotrieën vrij. Histamine zorgt voor allergische klachten. Bloedvaten worden wijder, jeuk, gladde spieren trekken samen, permeabiliteit, benauwdheid, oedeem, urticaria (netelroos, jeukende rode bulten)
Allergeen = lichaamsvreemde stof die een allergische reactie kan veroorzaken
Benauwdheid en diarree
Inhallatie, insecten, geneesmiddelen, voedings, contactallergenen
Synthetische dekbed en kussen, gladde vloeren, geen droogbloemen ed in huis, wat stof aantrekt en vasthoudt, materialen die regelmatig gereinigd kunnen worden, synthetische gordijnen
Histamine afgifteremmende stoffen, antihistaminica en corticosteroiden