TaalCompleet thema 4 - Eten en drinken (A1)

Vandaag: 
Grammatica: werkwoorden herhalen (Ik kom, wij komen, jij komt)
Thema "eten" 
Pauze: 10:50
Taal Compleet 
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Vandaag: 
Grammatica: werkwoorden herhalen (Ik kom, wij komen, jij komt)
Thema "eten" 
Pauze: 10:50
Taal Compleet 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

timer
2:30
Welke woorden van
thema "Eten" ken je?

Slide 3 - Woordweb

Wat zie je?

Slide 4 - Open vraag


Mijn vader _____ uit Syrië.
A
komen
B
kom
C
komt
D
gaat

Slide 5 - Quizvraag

Wat zie je?
lidwoord + woord

Slide 6 - Open vraag


_____ jij vaak bij de slager?
A
Komt
B
Ga
C
Kom
D
komen

Slide 7 - Quizvraag


Jullie _____ op tijd in de les.
A
komen
B
komt
C
kom
D
Kom

Slide 8 - Quizvraag


Mijn broer en zus _____ uit Afrika.
A
kom
B
komen
C
komt
D
Komen

Slide 9 - Quizvraag


Ik ____ vaak naar de supermarkt.
A
ga
B
gaan
C
gaat
D
gaa

Slide 10 - Quizvraag


Mijn nichtje _____ naar school.
A
ga
B
gaan
C
gat
D
gaat

Slide 11 - Quizvraag

Joanne doet _____ op de markt.
A
brood
B
boodschappen
C
vlees
D
groente

Slide 12 - Quizvraag

de markt 

Slide 13 - Tekstslide

De ______ maakt brood.
A
bakker
B
groente
C
slager
D
baby

Slide 14 - Quizvraag

de bakker

Slide 15 - Tekstslide

Arthur _____ vlees bij de slager.
A
doet
B
kunt
C
koopt
D
komt

Slide 16 - Quizvraag

Je koopt suiker in _____.
A
de boter
B
de slager
C
de supermarkt
D
de bakker

Slide 17 - Quizvraag

Sofie ____ uit Arnhem.
A
kom
B
komt
C
komen
D
koomt

Slide 18 - Quizvraag

Ik _____ uit Suriname.
A
kom
B
komt
C
komen
D
kommen

Slide 19 - Quizvraag

_____ jij naar school?
A
Kom
B
komt
C
Komen
D
kom

Slide 20 - Quizvraag

Wout en Loes _____ maandag naar Nederland.
A
kom
B
komt
C
komen
D
kommen

Slide 21 - Quizvraag

De baby ____ in september.
A
kom
B
komt
C
komen
D
Komt

Slide 22 - Quizvraag

Ik _____ naar de winkel.
A
ga
B
gaat
C
gaan
D
gaa

Slide 23 - Quizvraag

de winkel 
Ik ga naar de winkel. 

Slide 24 - Tekstslide

Jij ______ naar buiten.
A
ga
B
gaat
C
gaan
D
gat

Slide 25 - Quizvraag

Jullie ______ naar binnen.
A
ga
B
gaat
C
gaan
D
Gaan

Slide 26 - Quizvraag

U _____ boodschappen doen.
A
ga
B
gaat
C
gaan
D
gat

Slide 27 - Quizvraag

______ jij naar huis?
A
ga
B
gaat
C
Gaan
D
Ga

Slide 28 - Quizvraag

Hij ______ naar de garage.
A
ga
B
gaat
C
gaan
D
gat

Slide 29 - Quizvraag

Wanneer eet je het ontbijt?
A
's ochtends
B
's middags
C
's avonds
D
's nachts

Slide 30 - Quizvraag

Wanneer eet je de lunch?
A
's ochtends
B
's middags
C
's avonds
D
's nachts

Slide 31 - Quizvraag

Wanneer eet je het avondeten?
A
's ochtends
B
's middags
C
's avonds
D
's nachts

Slide 32 - Quizvraag

Je hebt drie appels _____.
A
tomaten
B
nodig
C
soep
D
nodeg

Slide 33 - Quizvraag

Ik drink één _____ water per dag.
A
klaar
B
kookt
C
liter
D
kilo

Slide 34 - Quizvraag

_____ zijn rood.
A
De tomaten
B
Het zout
C
De ui
D
De tomaat

Slide 35 - Quizvraag

boodschappen doen 
Ik doe boodschappen op vrijdag. 

Slide 36 - Tekstslide

Wat eet jij in de ochtend?
Ik eet :  
                                                           het brood 
de kaas                          
                     de melk 
                                                                                de boter  
het ei 
                                                           de appel / banaan / 

Slide 37 - Tekstslide

Wat eet je in de avond?
Ik eet: 
                                                                                de aardappel  
de rijst 
                                                              kip
pasta 
                                                                                      het vlees 
                                    de soep 

Slide 38 - Tekstslide

Ik koop melk in de ________
A
supermarkt
B
op school

Slide 39 - Quizvraag

Een appel en een banaan zijn ______
A
vlees
B
fruit

Slide 40 - Quizvraag

Je betaalt bij de ______
A
kassa
B
ingang

Slide 41 - Quizvraag

goed dedaan!

Slide 42 - Tekstslide