SOCOVA_P1_wk5


Week 5
Sociale en Communicatieve Vaardigheden
Voordat we beginnen!
Wanneer doen we de pauze? 15 Minuten eerder stoppen en SOCOVA aan een stuk door, of een kwartier gevolgd door nog een half uur SOCOVA?
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
SoCoVaMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les


Week 5
Sociale en Communicatieve Vaardigheden
Voordat we beginnen!
Wanneer doen we de pauze? 15 Minuten eerder stoppen en SOCOVA aan een stuk door, of een kwartier gevolgd door nog een half uur SOCOVA?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
  • Referentiekader
  • Vormen en aspecten van communicatie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aardrijkskunde Kennisclips
  • Roy Helmerhorst
  • Docent Aardrijkskunde 
  • Klas vlogs

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6

Slide 4 - Video

Skip na 6 minuten door naar 8.30
Referentiekader

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Referentiekader
  • Geheel van waarden, normen, overtuigingen en verwachtingen die de zender en ontvanger hebben.
  • Dit "kleurt" het gesprek / wellicht twee hele verschillende kleuren

> Als die "kleuren" niet overeenkomen kan er ruis ontstaan.
Waarden en normen
Waarden zijn opvattingen die een groep mensen als wenselijk zien.

Normen zijn regels (soms geschreven, soms ongeschreven) die daaruit voortvloeien.

Bijvoorbeeld: we waarderen eerlijkheid, dus we hanteren de norm "Je mag niet liegen"

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

02:33
Wat veroorzaakt Roy hier?
A
Feedback
B
Ruis
C
Onbegrip
D
Boodschap

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

02:41
Echt ruis ontstond er niet; de klas begreep zijn "vaagheid". Als het toch ruis had veroorzaakt, wat voor een soort ruis was dit dan?
A
Interne ruis
B
Externe ruis

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

03:31
Een leerling van Roy vraagt of hij feedback krijgt op zijn werk als hij het werk alsnog maakt. Hij ervaart ruis. Hoe lost hij deze ruis op?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

04:34
Roy legt uit wat ze gaan doen. Er ontstaat geroezemoes. Hoe noem je dit?
A
Interne ruis
B
Externe ruis

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

05:31
Het blijft akelig stil nadat Roy zijn vraag stelt. Hoe zouden we deze ruis kunnen noemen?
A
Psychologische ruis
B
Interne ruis
C
Externe ruis
D
Semantische ruis

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

09:14
Vul in: Eerst valt een collega van Roy zo maar binnen, daarna schreeuwt er iemand buiten. Dit zijn vormen van ___________ ruis.

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vormen van communicatie
  • Verbale communicatie:  de  woorden, en hoe ze worden gebruikt
  • Non-verbale communicatie: alle andere communicatie (mimiek, lichaamstaal
Congruentie
Als de betekenis van het verbale en non-verbale overeenkomen, dan is er congruentie.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vormen van communicatie
  • Ga nu eens op YouTube op zoek naar een videoclip (film, serie, iemand die je volgt) naar voorbeelden van non-verbale communicatie.
  • Beschrijf in een paar zinnen (2-3) wat er gebeurd en of er sprake is van congruentie.
Congruentie
Als de betekenis van het verbale en non-verbale overeenkomen, dan is er congruentie.
timer
15:00

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aspecten van communicatie
Boodschap is meer dan alleen wat er feitelijk gezegd wordt. Om de boodschap goed te begrijpen, moet je je focussen op verschillende aspecten:
Inhoudelijk aspect
Feitelijke boodschap; inhoud van de boodschap
Expressieve aspect
Zender laat iets van zijn persoonlijkheid, gevoelens, waarden en behoeften.
Relationele aspect
Informatie in een boodschap dat de relatie laat zien tussen de twee gesprekspartners. Je kunt concluderen dat het vrienden zijn, of juist niet.
Appellerende aspect
De zender verwacht een bepaalde actie; probeert iets voor elkaar te krijgen.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Publieke zone
360 - 750 cm
Sociale zone
120 - 160 cm
Persoonlijke  zone
45 - 120 cm
Intieme zone
0 - 45 cm
Spreken in het openbaar; je hebt nauwelijks contact met de spreken/spreker heeft nauwelijks contact met jou.
Zakelijke gesprekken; bijvoorbeeld op het werk of in de winkel
Persoonlijke gesprekken; houdt iemand deze afstand te groot, dan wordt het gesprek als onpersoonlijk gezien
Een gesprek dat je hebt met iemand met wie je een hechte band hebt; denk aan een vriendschap of een relatie

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht Zones van Communicatie
  • Teken op een A3 het figuur van de zones
  • Schrijf in elke zone op wie bij jou in de buurt mag komen (denk aan baas, docent, vrienden, buren, etc.)
  • Schrijf ook op hoe je de juiste afstand bewaart, of aanpast wanneer de afstand te groot/te klein is. Wat doe en wat zeg je om de afstand te verkleinen/vergroten?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ga aan de slag met de online opdrachten en maak 3 t/m 12

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Actief Luisteren: wat zijn tekenen hiervan?
  • Empatisch luisteren > actief luisteren naar wat de ander zegt; meeleven
  • Doet je moeite de andere zijn/gevoelens te begrijpen
  • Leeft je in de ander in
  • Je stelt jezelf vragen: Hoe ervaart hij/zij deze persoon? Wat is belangrijk voor deze persoon?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Actief Luisteren
  • Empatisch luisteren > actief luisteren naar wat de ander zegt; meeleven
  • Doet je moeite de andere zijn/gevoelens te begrijpen
  • Leeft je in de ander in
  • Je stelt jezelf vragen: Hoe ervaart hij/zij deze persoon? Wat is belangrijk voor deze persoon?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Stiltes in een gesprek
Niet altijd fijn, maar hebben wel een functie:
  • Client moet verwerken wat er gezegd/gevraagd werd
  • Client durft niet goed te praten over het onderwerp
  • Client weet niet wat hij moet zeggen

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stiltes in een gesprek
Wat kun je eraan doen?
  • Maak de stilte bespreekbaar
  • Wees begripvol (voor de stilte en reden erachter)
  • Rond eventueel het gesprek af; zet het op een later tijdstop voort.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Luisterfouten - wat zijn fouten in het luisteren?

Slide 25 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
  • Maak opdracht 1 - 3 (p. 14 t/m 17)
  • Maak opdracht 1 (p. 23) > gebruik hiervoor theorie op p. 16

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies