Ontleden - Lijdend voorwerp

Welkom

Ontleden


Meewerkend voorwerp
Nederlands
timer
1:00
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom

Ontleden


Meewerkend voorwerp
Nederlands
timer
1:00

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
1. Lesdoel Grammatica
2. Check voorkennis

3. Huiswerk bespreken
4. Aan de slag
5. Controle lesdoel

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel par. 9
Je weet wat een meewerkend voorwerp is 
Je kan een meewerkend voorwerp in de zin benoemen. 

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
Opdracht 4 t/m 6 blz. 217
Opdracht 1 en 3 blz. 220

Slide 4 - Tekstslide

<a href="https://youtu.be/HgrgT58qkgw">meewerkend voorwerp</a>
<a href="https://youtu.be/mY8N0GTEW04" style="color: rgb(8, 31, 99)">Wat is het meewerkend voorwerp?</a>

Slide 5 - Tekstslide

Aan de slag
Je maakt opdracht 4 en 6 (blz. 221)

Je werkt 15 minuten in stilte

Klaar? Lees verder in je leesboek
timer
1:00

Slide 6 - Tekstslide

Zinsdelen

  • Alle zinnen bevatten een persoonsvorm, een (werkwoordelijk) gezegde en een onderwerp.

  • Veel zinnen hebben ook een lijdend voorwerp. Met het lijdend voorwerp gebeurt iets, het 'ondergaat' wat in het gezegde staat.

Slide 7 - Tekstslide

Lijdend voorwerp
  • Lijdend voorwerp (LV) komt voor in zinnen waarin iets/iemand iets 'overkomt' dus als het ware 'lijdt'. 
  • Je vint het LV door de volgende vraag te stellen:
Wat/wie + PV + OW + andere werkwoorden?
Het antwoord op die vraag is het LV.

  • Niet elke zin heeft een lijdend voorwerp.
  • Een lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel.
Dominic geeft een mooi cadeau aan Frédériqé.&nbsp;<div><br></div><div>De handeling is geven. Er wordt dus iets gegeven, namelijk een mooi cadeau. Dat mooie cadeau is dus het voorwerp (iets) dat de handeling ondergaat; dat pakje wordt weggegven.</div><div><br></div><div>PV = geeft</div><div>OW = Dominic (Wie geeft?)</div><div>WG = geeft (enige werkwoord)</div><div>LV = Wie/<span style="font-weight: bold">wat </span>geeft Dominic? <span style="font-weight: bold; color: rgb(244, 130, 33)">een mooi cadeau</span></div><div><br></div>

Slide 8 - Tekstslide

LIJDEND VOORWERP


Tim | graaft | een kuil.


Wat graaft Tim? Tim graaft een kuil.


lijdend voorwerp = een kuil

voorbeeld 1
ow
wwgez

Slide 9 - Tekstslide

LIJDEND VOORWERP


Een speler | roept | de grensrechter.


Wie roept een speler? De speler roept de grensrechter.


lijdend voorwerp = de grensrechter

voorbeeld 2
ow
wwgez

Slide 10 - Tekstslide

LIJDEND VOORWERP


Elin | vertelt | een verhaal.


Wat vertelt Elin? Elin vertelt een verhaal.


lijdend voorwerp = een verhaal

voorbeeld 3
ow
wwgez

Slide 11 - Tekstslide

Met wie of wat gebeurt iets in de zin?
Schrijf het lijdend voorwerp op.

Bruno drinkt een glas water.

Slide 12 - Open vraag

LIJDEND VOORWERP


Martijn | hangt | zijn jas | aan de kapstok.


Wat hangt Martijn? Martijn hangt zijn jas.


lijdend voorwerp = zijn jas

voorbeeld 4
ow
wwgez

Slide 13 - Tekstslide

Met wie of wat gebeurt iets in de zin?
Schrijf het lijdend voorwerp op.

Fred doet peper op zijn gebakken ei.

Slide 14 - Open vraag

Stappenplan
  1. Onderstreep de persoonsvorm.

  2. Verdeel de zin in zinsdelen.

  3. Selecteer het onderwerp (o), het gezegde (wg) en het lijdend voorwerp (lv)
Ik / <span style="text-decoration-line: underline">heb </span>/ een auto / gekregen / van mijn ouders.&nbsp;<div><br></div><div>OW = Ik</div><div>WG = heb gekregen</div><div>LV = een auto</div>

Slide 15 - Tekstslide

Ontleed de volgende zin
De musea medewerkers kregen een mooi kerstpakket van de baas.

Slide 16 - Open vraag

Controle lesdoel

Slide 17 - Tekstslide

Schrijf 2 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 18 - Open vraag