Betoog schijven, H3, Blok 4, Schrijven, Op Niveau

Betoog
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Betoog

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde weet je...
  • ...wat een betoog is.
  • ...wat een goede opbouw is van een betoog. 
  • ...heb je geofend met het schrijven van een betoog
  • ...weet je wat de begrippen standpunt, argument, tegenargument en weerlegging betekenen

Slide 2 - Tekstslide

Waarom heb jij het nodig om goed te leren argumenteren?

Slide 3 - Open vraag

Slide 4 - Video

Het zal mij verbazen als dit jaar de carnavalsoptocht in Den Bosch doorgaat. [Er wordt namelijk een erg harde wind voorspeld.]
A
Standpunt
B
Argument

Slide 5 - Quizvraag

[Het Nederlands verloedert] want jongeren gebruiken steeds meer Engelse woorden als spam, hacken, gamen, cool, relaxed en chill.
A
Argument
B
Standpunt

Slide 6 - Quizvraag

[Leerlingen op het vwo moeten in vijf in plaats van zes jaar hun opleiding kunnen afmaken.] Je kunt eerder aan een vervolgstudie beginnen en je zit je minder te vervelen.
A
Standpunt
B
Argument

Slide 7 - Quizvraag

Als je een tegenargument weerlegt, dan ontkracht je het gegeven tegenargument en zeg je dus dat het tegenargument niet klopt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Argumentatiestructuren
Een argumentatiestructuur is een schema waarin je duidelijk maakt op welke manier argumenten met elkaar en met het standpunt samenhangen. 
  • enkelvoudige argumentatie
  • meervoudige argumentatie
  • onderschikkende argumentatie

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Argumentatiestructuren
Enkelvoudige argumentatie

Je kunt beter geen alcohol drinken
Het is slecht voor je gezondheid. 

Slide 11 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Meervoudige argumentatie

Je kunt beter geen alcohol drinken
Het is slecht voor je gezondheid. 
Het is gevaarlijk in het verkeer.

Slide 12 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Onderschikkende argumentatie
Het is slecht voor je gezondheid. 
Je kunt beter geen alcohol drinken
Het is slecht voor je lever. 

Slide 13 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Meervoudige en onderschikkende argumentatie

Je kunt beter geen alcohol drinken
Het is slecht voor je gezondheid. 
Het is gevaarlijk in het verkeer.
Het is slecht voor je lever.
Je kunt niet adequaat reageren. 

Slide 14 - Tekstslide

Argumentatiestructuren
Huiswerk maken op school is beter voor de leerresultaten.
Op school kun je je beter concentreren.
Er is geen afleiding door tv, telefoon of familieleden.
Je kunt om hulp vragen bij docenten.
De kans dat je je huiswerk maakt, is groter.
Tijdens huiswerkuren ben je verplicht aanwezig.
Je werkt op school onder toezicht. 

Slide 15 - Tekstslide

Een betogende tekst schrijven
Argument: zie soorten argumenten
Probleemstelling: er is een probleem. 
Bijvoorbeeld: Scholen moeten alle leerlingen lesgeven, maar mogen maar een deel op school ontvangen.
Bewering: Iemand beweert iets. 
Bijvoorbeeld: Het gaat slecht met het online lesgeven.
Tegenwerping: je geeft een bezwaar of bedenking op een gegeven argument  of bewering. Dit kan je doen door tegenargumenten te geven: argumenten die het tegendeel bewijzen of beweren dan het gegeven argument.
Opsomming: een aantal arugmenten

Slide 16 - Tekstslide

Een betogende tekst schrijven
Inleiding
Constatering/probleemstelling, uitleg van het onderwerp en bnoemen standpunt/mening/stelling (1 alinea)
Kern
Per alinea één argument, tegenwerping, opsomming, bewering
Slot
Samenvatting argumenten,  conclusie en uitsmijter  (1 alinea)

Slide 17 - Tekstslide

Conventies schrijven
Afspraken die bestaan met betrekking tot het domein schrijven.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Werk
Blok 4, Schrijven, opdracht 1 en 2

Slide 20 - Tekstslide

Lesdoelen begrijpen van de begrippen: standpunt, argument, tegenargument en weerlegging en de opbouw en het schrijven betoog behaald?

Slide 21 - Open vraag

Wat ging goed deze les en wat kan beter?

Slide 22 - Open vraag

Feedback:
Wat vond je fijn of goed werken aan deze les en wat de de docent de volgende keer beter doen?

Slide 23 - Open vraag