1.1 De tijd van burgers en stoommachines

De industriële samenleving in Nederland
                                                                          19e eeuw                        1800-1900
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

De industriële samenleving in Nederland
                                                                          19e eeuw                        1800-1900

Slide 1 - Tekstslide

Regels
  • Bij binnenkomst ga je zitten en pak je je spullen.
  • Je laptop laat je dicht op tafel liggen.
  • Als je wat wilt vragen steek jij je vinger op
  • Als de docent praat zijn de leerlingen stil 
  • Je behandeld een ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Dat betekent met fatsoen en respect. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze les                        1.1
Aan het einde van de les: 

  • Weet je welke invloed de spoorlijnen hadden op reisafstanden
  • Kun je uitleggen wat de industrialisatie betekende voor de diensten en de landbouw
  • Ken je de oorzaken van de groeiende industrie en diensten
  • Weet je wat de gevolgen van de groeiende industrie en diensten waren

Slide 3 - Tekstslide

Aantekeningen
Zie je dit potloodje? Dan neem je de dikgedrukte en onderstreepte zin over in je schrift.


Te weinig tijd? De les wordt met je gedeelt, kan je tijdens zelfstandig werken verder met overnemen.

Slide 4 - Tekstslide

Pre-industriële revolutie
Voor de industriële revolutie werden er producten gemaakt met de hand.
(huis)nijverheid: productiewerkzaamheden die in het eigen huis worden uitgevoerd, soms door een persoon, maar soms ook door het gehele gezin in opdracht van een ondernemer. 

Slide 5 - Tekstslide

De industriële revolutie
De industriële revolutie begon in Engeland al in de tweede helft van de 18e eeuw (rond 1750). De rest van Europa volgde in de 19e eeuw. 

Oorzaken:
  • Wetenschappelijk denken en Verlichting
Vernieuwing in plaats van traditie. 
  • Uitvindingen in landbouw, mijnbouw & nijverheid 
Bijv. De schietspoel en de Spinning Jenny, een snelle weefmachine.
Later ook stoommachines. 

Slide 6 - Tekstslide

Historische vaardigheden
Verandering
Verandering: Iets dat anders is geworden.
Je hebt kleine en grote, snelle en langzame veranderingen.
Het ligt aan hoe lang en hoe groot de verandering is.  

Als er géén verandering is, maar iets juist hetzelfde blijft, dan noem je dat continuïteit.

Slide 7 - Tekstslide

De industriële revolutie
De schietspoel en de Spinning Jenny waren twee uitvindingen die zorgen voor een grote productietoename in de textielnijverheid.

Slide 8 - Tekstslide

De opkomst van de textielindustrie

Textielindustrie in Twente en Noord-Brabant verdrong de huisnijverheid (spinners en wevers).


Textielindustrie: in fabrieken bedienden arbeiders grote spin- en weefmachines die op stoomkracht draaiden.


Slide 9 - Tekstslide

Fabrieken


Machinaal produceren
 

Hogere productie
Stoomweverij in Twente (1878).

Slide 10 - Tekstslide

De industriële revolutie
Waar men eerst afhankelijk was van menselijke (thuiswerkers, slaven) en natuurlijke factoren bij handarbeid, windkracht en waterkracht, kon er nu gerekend worden op de stoomkracht. 

Slide 11 - Tekstslide

De industriële revolutie
Rond 1850 begon Groot-Brittannië als eerste land een industriële samenleving te worden.

 

Industriële samenleving: samenleving waarin meer dan de helft van de bevolking in steden woont en waarin de industrie, de handel en de dienstensector de belangrijkste sectoren van de economie zijn.

Dienstensector: deel van de economie dat buiten de industrie en de landbouw valt, zoals handel en transport.
Sector: deel van de economie, zoals de landbouwsector, industriesector en dienstensector

Slide 12 - Tekstslide

Aardewerkfabriek van Regout in Maastricht (1865)

Slide 13 - Tekstslide

De late industrialisatie in 
Nederland
In Nederland kwam de industrialisatie laat (na 1865) op gang.

Oorzaken:
  • Industrie werd niet nodig gevonden
  • Beleggers durfden niet
  • Geen steenkool (energiebron voor industrie)

Belegger: iemand die geld investeert in een bedrijf, dienst, product, etc.
Industrialisatie: de uitbreiding van fabrieken en de komst van nieuwe fabrieken.


Slide 14 - Tekstslide

De late industrialisatie in
Nederland

Er waren vier oorzaken voor de industrialisatie van Nederland.

  1. Omdat handel en landbouw steeds minder opleverden, hielp de overheid met het opzetten van textielfabrieken. 
  2. Nederland verwerkte producten uit Nederlands-Indië tot eindproducten en verhandelde deze.  
  3. Dankzij de gunstige ligging van Nederland konden industrieproducten snel verhandeld worden. 
  4. Door de sterke bevolkingsgroei waren er voldoende arbeidskrachten beschikbaar.

Slide 15 - Tekstslide

De industriële revolutie
De mensen trokken van het platteland naar de fabrieken om als arbeider in de fabriek te werken. Dit heet Urbanisatie: een trek van de landelijke gebieden naar de stad, verstedelijking. 

Gevolgen:
  • Industriële samenleving
  • Ontstaan van industriesteden. 
  • Van (huis)nijverheid              industrie. 

Slide 16 - Tekstslide

Aardewerkfabriek van Regout in Maastricht (1865)

Slide 17 - Tekstslide

De industriële revolutie
Na 1895 nieuwe energiebronnen (elektriciteit en aardolie) en opkomst nieuwe industrieën (bijv. olie, gloeilampen, chemie).

 Industrialisatie            Nieuwe banen in industrie en in dienstensector.

Oorzaken snelle industrialisatie na 1895:
  • Groei wereldhandel (groei Duitse industrie)
  • Bevolkingsgroei (meer kopers)


Slide 18 - Tekstslide

De industriële revolutie
De hoge productie van de nieuwe fabrieken was erg winstgevend voor de eigenaren van de fabrieken en zorgde voor een grote rijkdom bij deze kapitalisten: aanhangers van kapitalisme, fabriekseigenaren. 

Kapitalisme: Vorm van produceren in die is gericht op het behalen van een zo hoog mogelijke winst. Bedrijven zijn in het bezit van mensen en niet van een land.


Slide 19 - Tekstslide

Spotprenten
Kapitalisten worden vaak afgebeeld met:

  • Pak + hogehoed
  • Dik en onverzorgd
  • Met veel geld.
  • Positief of negatief beeld? 



Slide 20 - Tekstslide

Wie heeft de bron gemaakt en waarom denk je dat?

Slide 21 - Open vraag

Transportrevolutie
In Nederland vond eerst een transportrevolutie plaats: grondige modernisering en verbetering van verkeer en transport in de 19e eeuw.


Dit gebeurde door: aanleg van kanalen, verharde wegen en spoorwegen.
Transportrevolutie -> behoefte aan ijzeronderdelen en machines -> industrialisatie in Nederland.


Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Veranderingen op het platteland.

Het ging ook goed met de landbouw door:
  • Gebruik stoommachines                    hogere opbrengst
  • Uitvinding kunstmest                         hogere opbrengst 
  • Meer vraag naar zuivelproducten (oorzaak: bevolkingsgroei en stijging van de welvaart)
  • Mechanisatie:  het vervangen van handarbeid door machines  minder banen in landbouwsector                landarbeiders trokken naar fabrieken in steden.


Slide 24 - Tekstslide

Opdrachten van de week
Maak de opdrachten bij:
  • 1.1 De tijd van burgers en stoommachines

Slide 25 - Tekstslide