In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
RLO H1&2
Slide 1 - Tekstslide
Lesdoel
Aan het einde van deze les kan je de inhoudt van hoofdstuk 1 en 2 benoemen
Slide 2 - Tekstslide
Wat is een kenmerk van derving?
A
Verlies van inkomsten
B
Verhoging van winst
C
Toename van voorraad
D
Verlies van producten
Slide 3 - Quizvraag
Wat is criminele derving?
A
Verlies door ongelukken
B
Verlies door economische crisis
C
Verlies door strafbare feiten
D
Verlies door natuurlijke oorzaken
Slide 4 - Quizvraag
Derving
verlies van geld of goederen
criminele derving
niet-criminele derving
Slide 5 - Tekstslide
Wat is een bedrijfskolom?
A
Een marketingstrategie
B
Een financieel rapport
C
De keten van productie naar verkoop
D
Een type bedrijfstructuur
Slide 6 - Quizvraag
Welke schakel komt eerst in de bedrijfskolom?
A
Detailhandel
B
Consument
C
Producent
D
Groothandel
Slide 7 - Quizvraag
Bedrijfskolom
overzicht van alle betrokken bedrijven bij het maken van een product
Slide 8 - Tekstslide
Wat zijn interne goederenstromen?
A
Goederen van leveranciers naar klanten
B
Financiële stromen binnen de organisatie
C
Stromen binnen een organisatie
D
Goederen tussen afdelingen
Slide 9 - Quizvraag
Interne en externe goederenstroom
Interne goederenstroom = binnen het bedrijf zelf
Externe goederen stroom= buiten het bedrijf. Tussen verschillende bedrijven.
Slide 10 - Tekstslide
Wat is de functie van een distributiecentrum?
A
Marketingstrategieën ontwikkelen.
B
Goederen efficiënt verdelen.
C
Klantendienst bieden.
D
Producten ontwerpen.
Slide 11 - Quizvraag
Waar bevindt een distributiecentrum zich meestal?
A
In woonwijken.
B
Dichtbij transportverbindingen.
C
In winkelcentra.
D
Bovenop bergen.
Slide 12 - Quizvraag
Distributiecentrum
Een DC is een centrale plek waar vanuit goederen naar verschillende filialen worden getransporteerd
Slide 13 - Tekstslide
Wat is een inkoopovereenkomst?
A
Een arbeidscontract
B
Een tijdelijk huurcontract
C
Een verkoopovereenkomst
D
Een contract tussen koper en verkoper
Slide 14 - Quizvraag
Wat is een raamovereenkomst?
A
Een leaseovereenkomst
B
Een kredietovereenkomst
C
Een langdurige inkoopovereenkomst
D
Een eenmalige aankoop
Slide 15 - Quizvraag
Inkoopovereenkomst en raamovereenkomst
Inkoopovereenkomst= staan afspraken over het inkopen van goederen of diensten zoals prijs, levering, garantie.
Raamovereenkomst= een schriftelijke afspraak tussen partijen (zoals een organisatie en leveranciers) die de voorwaarden vastlegt voor toekomstige, herhaalde opdrachten.
Slide 16 - Tekstslide
Wat zijn de 3 P's van duurzaamheid?
A
Power
B
Planet
C
Profit
D
People
Slide 17 - Quizvraag
3p's
duurzaamheid
people
planet
profit
Slide 18 - Tekstslide
Waarom is de achterdeurprocedure belangrijk?
A
Voor de snelheid van de levering
B
Voor de veiligheid en controle van goederenontvangst
C
Om de klant sneller te helpen
D
Om ruimte in het magazijn te besparen
Slide 19 - Quizvraag
Wat is de achterdeurprocedure
Een achterdeurprocedure is een set veiligheidsmaatregelen die een bedrijf hanteert bij het ontvangen van goederen aan de achterdeur om personeel te beschermen. Het omvat protocollen zoals het bewaken van de omgeving met camera's, het beperken van de tijd dat de deur openstaat, en het zorgen voor voldoende personeel tijdens het laden en lossen.
Slide 20 - Tekstslide
Wat controleer je bij een kwalitatieve controle?
A
De verpakking
B
Het aantal producten
C
De houdbaarheidsdatum
D
De kwaliteit van producten
Slide 21 - Quizvraag
Kwalitatieve en kwantitatieve controle
Kwalitatief = Kwaliteit
Kwantitatief = hoeveelheid
Slide 22 - Tekstslide
Wat is een steekproef controle?
A
Je controleert alleen de dure producten
B
Je controleert alles
C
Je controleert een deel van de levering
D
Je controleert alleen de vrachtbrief
Slide 23 - Quizvraag
Integrale en steekproef controle
Integrale controle= Alles nauwkeurig controleren
Steekproef controle= Een deel controleren
Slide 24 - Tekstslide
Wie maakt meestal de vrachtbrief op?
A
Ontvanger van de goederen
B
FedEx
C
Transporteur
D
Verzender van de goederen
Slide 25 - Quizvraag
Welke informatie staat op de vrachtbrief?
A
Verzenddatum alleen
B
Prijs van de goederen
C
Omschrijving van de goederen
D
Adres van de ontvanger
Slide 26 - Quizvraag
Vrachtbrief
Een vrachtbrief is een document dat dient als bewijs van een vervoersovereenkomst tussen de afzender en de vervoerder. Het bevat alle details van de zending, zoals de goederen, afzender, ontvanger, gewicht en route. Er staan geen prijzen op
Slide 27 - Tekstslide
Wat staat er meestal op een pakbon?
A
Verzendkosten
B
Productnamen
C
Betaalgegevens
D
Aantal geleverde items
Slide 28 - Quizvraag
Pakbon
Een pakbon is een document dat met een zending meegestuurd wordt en een overzicht geeft van de inhoud van het pakket, zoals de producten, aantallen en beschrijvingen.
Slide 29 - Tekstslide
Wat is een collo?
A
Een groep mensen in een bijeenkomst.
B
Een enkele verpakkingseenheid.
C
Een soort voedingsmiddel of recept.
D
Een type machine voor productie.
Slide 30 - Quizvraag
Hoeveel collo of colli is 3 kratten met elk 8 flessen
A
3
B
8
C
24
D
36
Slide 31 - Quizvraag
Hoeveel collo of colli is 1 pallet met 10 dozen met 144 artikelen
A
1
B
10
C
144
D
1440
Slide 32 - Quizvraag
Collo en Colli
Colli is het meervoud van collo
Collo betekend verpakkingseenheid
Slide 33 - Tekstslide
Wat is een manco?
A
Een retour gestuurd product
B
Een ontbrekend product
C
Een beschadigd product
D
Een teveel geleverd product
Slide 34 - Quizvraag
Waar staat de MBTv-lijst voor
A
Manco-, Breuk-, Teveellijst
B
Micro-,Belasting-, Te betalenlijst
C
Meer-, Breekbaar-, Tekenenlijst
D
Meastro-, Bellen, Tuchtlijst
Slide 35 - Quizvraag
MBTv-lijst
Mancolijst= te weinig goederen geleverd
Breuklijst= kapotte goederen geleverd
Teveellijst= te veel goederen geleverd
Slide 36 - Tekstslide
Wat is emballage?
A
De buitenverpakking
B
Een retourbon
C
Herbruikbare verpakkingen
D
Een breuklijst
Slide 37 - Quizvraag
Wat is omverpakking?
A
Verpakking voor verkoop
B
Ongecontroleerde verpakking
C
Herbruikbare verpakking
D
Verpakkingen voor transport
Slide 38 - Quizvraag
Waarom is omverpakking belangrijk?
A
Vermijden van schade
B
Verhoogt de verkoopprijs
C
Bescherming tijdens transport
D
Vermindert productkwaliteit
Slide 39 - Quizvraag
Vepakkingen en emballage
Eenmalige verpakkingen (zoals kartonnen dozen)
Meermalige verpakking (emballage)(zoals pallets en kratten, waar statiegeld op zit).
De functie is het beschermen van producten tegen schade en vervuiling tijdens transport.
Slide 40 - Tekstslide
Wat hoort altijd bij een retourzending?
A
De inkoopfactuur
B
De retourbon
C
De vrachtbrief
D
De pakbon
Slide 41 - Quizvraag
Slide 42 - Tekstslide
Wat is een rembourslevering?
A
De klant betaalt vooraf
B
De klant betaalt bij aflevering
C
De klant betaalt met pin
D
De leverancier krijgt later betaald
Slide 43 - Quizvraag
Franco en rembours levering
Franco levering= Verzender betaald de verzendkosten
Rembours levering= klant betaald bij aflevering
Slide 44 - Tekstslide
Wat is een reclamatie?
A
Een marketingcampagne voor een product
B
Een klanttevredenheidsonderzoek
C
Een product ter vervanging van een defect
D
Een klacht over een product of dienst
Slide 45 - Quizvraag
Reclamatie en reclameren
Officiële klacht met eis tot vergoeding
Slide 46 - Tekstslide
Hoe leer je voor retaillogistiek
1. Maak de opdrachten
2. Lees de theorie
3. Lees de samenvattingen
4. Maak de samenvattingsopdrachten
5. Ken de begrippen en de verschillen van begrippen