Woordenschat - Samenstellingen

Samenstellingen
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Samenstellingen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Je leert hoe je achter de betekenis van een samenstelling komt.
Je leert hoe je de betekenis van een samenstelling moet opzoeken in het woordenboek.

Slide 2 - Tekstslide

Samenstelling
Woord dat is samengesteld uit twee of meerdere woorden

boek + plank = boekenplank

Slide 3 - Tekstslide

Samenstellingen
Het laatste woord van een samenstelling is het belangrijkst. Dat bepaalt de betekenis.

Een winterjas is een soort jas: een jas die je in de winter draagt.
Een leesbril is een soort bril: een bril waarmee je kunt lezen.




Slide 4 - Tekstslide

Samenstellingen
Gebruik een woordenboek als je de betekenis niet zelf kunt bedenken. Zoek bij het achterste deel.

- Bij de meeste pretparken krijg je groepsreductie.
Je kijkt dan in het woordenboek bij reductie (= korting).


Slide 5 - Tekstslide

Samenstelling
Verslaafd zijn aan je telefoon is een typisch jongerenprobleem.

Veel probleemjongeren spijbelen en veroorzaken overlast in winkelcentra.

Slide 6 - Tekstslide

Samenstelling
probleemjongeren
jongerenprobleem


Slide 7 - Tekstslide

Samenstelling

jongerenprobleem = een probleem van jongeren
probleemjongeren = jongeren die probleemgedrag vertonen

Slide 8 - Tekstslide

Betekenis samenstelling
Laatste deel

boekenplank = een soort plank 

Eerste deel
boekenplank = een plank voor boeken
  • bepaalt de betekenis
  • geeft aan wat voor ding het is
  • zegt iets over het laatste deel

Slide 9 - Tekstslide

Samenstelling
Een samenstelling staat meestal niet in een woordenboek.

Vind de betekenis door naar de losse woorden te kijken
maximumsnelheid

Slide 10 - Tekstslide

Samenstelling
In onze wijk is de maximumsnelheid 30 km per uur.

snelheid = 
maximum = 

Slide 11 - Tekstslide

Samenstelling
In onze wijk is de maximumsnelheid 30 km per uur.

snelheid = hoe snel iets gaat
maximum = hoogste

Slide 12 - Tekstslide

Aan de slag
Maken opdrachten woordenschat H5
Hoeft deze les nog niet allemaal af!

Bedenk een zo lang mogelijke samenstelling

Slide 13 - Tekstslide

Huiswerk

Bedenk een zo lang mogelijke samenstelling, die natuurlijk ook nog Nederlands correct is.

Slide 14 - Tekstslide