Hoofdstuk 2 - De samenleving en verschillen | VWO

Hoofdstuk 2
'de samenleving en verschillen'
1 / 56
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 56 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 10 videos.

time-iconLesduur is: 150 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2
'de samenleving en verschillen'

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke (sociale) verhoudingen zijn er in dit klaslokaal?
Welke (sociale) verhoudingen
zijn er in dit klaslokaal?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

  • verschillende aspecten van identiteit.
  • wat socialisatie is en hoe dit tot stand komt.
  • de functies van socialisatie.
  • verschillende elementen van cultuur.
  • individualisering, globalisering en de gevolgen hiervan.
Vorig hoofdstuk leerde ik...

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat leer ik dit hoofdstuk?
  • wat sociale ongelijkheid is.
  • macht en dwang te onderscheiden en te relateren.
  • het begrip gezag.
  • de tegenpolen samenwerking en conflict.
  • de gevolgen van democratisering en globalisering.
Ik leer...

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§2.1 sociale ongelijkheid

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sociale ongelijkheid
Sociale ongelijkheid is een situatie waarin verschillen tussen mensen, al dan niet aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en die leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.

Slide 7 - Tekstslide

pagina 33
Sociale ongelijkheid
  • verschillen waar een waardering aan verbonden is.
  • sociale ongelijkheid is niet altijd discriminatie.
  • er zijn vier soorten sociale ongelijkheid.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de soort sociale ongelijkheid naar de juiste afbeelding.
ongelijke verdeling van sociale hulpbronnen
ongelijke verdeling van symbolische hulpbronnen
ongelijke verdeling van economische hulpbronnen
ongelijke verdeling van politieke hulpbronnen

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sociale mobiliteit
  • jouw plek op de maatschappelijke ladder staat niet vast.
  • sociale mobiliteit kan verklaard worden door positie toewijzing of positieverwerving.

Slide 11 - Tekstslide

pagina 36



Iris gaat als eerste van haar familie naar de universiteit.
Is hier sprake van sociale mobiliteit?
Iris gaat als eerste van haar familie naar de universiteit. Is hier sprake van sociale mobiliteit?
A
Nee, het gaat hier niet om sociale mobiliteit.
B
Ja, via het proces van positietoewijzing.
C
Ja, via het proces van positieverwerving.
D
Ja, zowel via het proces positietoewijzing als positieverwerving.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

§2.2 Macht

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Macht
Het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de mogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het dilemma van collectieve actie
  • Als mensen samenwerken om een collectief goed te realiseren is dat collectieve actie.
  • Mensen kunnen profiteren van collectieve actie, zonder mee te werken.
  • Dit zijn free riders

Slide 15 - Tekstslide

pagina 38


Hoe is het tegengaan van klimaatverandering een
voorbeeld van het dilemma van collectieve actie?
Hoe is het tegengaan van klimaatverandering een voorbeeld van het dilemma van collectieve actie?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan een oplossing zijn voor het dilemma van collectieve actie?
Wat kan een oplossing
zijn voor het dilemma
van collectieve actie?

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

De oplossing
  • Dwang is de oplossing.
  • Een actor met macht kan dwang gebruiken.
  • Hoe meer hulpbronnen een actor heeft, hoe meer macht hij of zij heeft.

Slide 18 - Tekstslide

pagina 39

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Welke machtsbron heeft Einstein?

Welke machtsbron heeft Einstein?
A
affectieve machtsbron
B
cognitieve machtsbron
C
economische machtsbron
D
politieke machtsbron

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Machtsbronnen
Greta Thunberg gebruikt twee soorten machtsbronnen in het volgende filmpje. Welke twee?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies



Welke twee machtsbronnen gebruikt Greta Thunberg?
Welke twee machtsbronnen gebruikt Greta Thunberg?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord
Greta Thunberg gebruikt cognitieve en affectieve machtsbronnen in het filmpje.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Informele en formele macht
  • Formele macht is vastgelegd in regels of wetten.
  • Informele macht is niet officieel vastgelegd.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§2.3 Gezag en niveaus

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Gezag
Gezag is macht die als legitiem wordt beschouwd.

Slide 30 - Tekstslide

pagina 42
Micro-, meso- en macroniveau
Microniveau = gedrag van individuele personen

Mesoniveau = hoe gedragen groepen zich onderling

Macroniveau = gedrag op het niveau van samenlevingen

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Op welk niveau is gezag hier bestudeerd? "Op 17 maart won de VVD met 34 zetels de Tweede Kamerverkiezingen"
Op welk niveau is gezag hier bestudeerd?
"Op 17 maart won de VVD met 34 zetels de Tweede Kamerverkiezingen"
A
Microniveau
B
Mesoniveau
C
Macroniveau

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

§2.4 Samenwerking en conflict

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Samenwerking
Samenwerking is het proces waarin individuen, groepen en/of staten relaties vormen om hun handelen op elkaar af te stemmen voor een gemeenschappelijk doel.

Slide 35 - Tekstslide

pagina 46
Wat is nodig voor samenwerking?
Wat is nodig voor samenwerking?

Slide 36 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Samenwerking
Voorbeelden van antwoorden:
  • compromisbereidheid
  • onderling vertrouwen
  • wederzijdse acceptatie

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conflict
Conflict is een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar tegenwerken om de eigen doelen te bereiken.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Karl Marx (1818-1883)
Filosoof
Samuel Huntington (1927-2008)
Politicoloog
Confictbenadering van Marx en Huntington

Slide 39 - Tekstslide

Pagina 48
Photo credits S. Huntington:
Copyright World Economic Forum (www.weforum.org), swiss-image.ch/Photo by Photo by Peter Lauth - Samuel P. Huntington - World Economic Forum Annual Meeting Davos 2004

Sleep de denker naar de juiste opvatting
Conflict wordt veroorzaakt door materiële verschillen tussen de bezittende en de bezitlose klasse
Door sociale en culturele verschillen ontstaat conflict

Slide 40 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Manifeste en latente conflicten
  • Manifest conflict = er wordt openlijk tegengewerkt, het conflict is zichtbaar.
  • Latent conflict = het conflict is subtieler, verborgen.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gemeenschappelijk doel
samenwerking
Eigen doel
conflict
Elkaar tegenwerken
Handelen op elkaar afstemmen

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§2.5 Verhouding in een veranderende samenleving

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Democratisering
Democratisering is het proces van verandering van machts- en gezagsverhoudingen door een grotere inspraak en medezeggenschap van degene met minder macht.

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Het democratiseringsproces heeft geleid tot drie soorten grondrechten.
Welke hoort er niet bij?
Het democratiseringsproces heeft geleid tot drie soorten grondrechten.
Welke hoort er niet bij?
A
Klassieke vrijheidsrechten
B
Mensenrechten
C
Politieke rechten
D
Sociale rechten

Slide 46 - Quizvraag

Pagina 50
Globalisering
Globalisering is het proces van uitbreiding en intensivering van contacten en afhankelijkheden over zeer grote afstanden en over landsgrenzen heen.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Globalisering
Hyperglobalisten wijzen op het groeiperspectief van globalisering en zijn voorstanders
Andersglobalisten vinden dat overproductie en overconsumptie moet worden gestopt en zijn tegenstanders

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Ben jij een hyperglobalist of een andersglobalist? Verzin voor beide kampen een argument
Ben jij een hyperglobalist of een andersglobalist? Verzin voor beide kampen een argument

Slide 50 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 51 - Link

Optioneel als samenvatting van het hoofdstuk/de paragraaf

Slide 52 - Link

Optioneel als extra materiaal bij de les


Wat heb je geleerd deze les?
Wat heb je geleerd deze les?

Slide 53 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies



Wat vind je nog lastig?https://www.youtube.com/watch?v=YmkjIuOTq1g
Wat vind je nog lastig?

Slide 54 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb ik geleerd dit hoofdstuk?
  • ik weet wat sociale ongelijkheid is
  • ik kan macht en dwang onderscheiden en relateren
  • ik snap het begrip gezag
  • ik begrijp de tegenpolen samenwerking en conflict
  • ik ken de gevolgen van democratisering en globalisering
Ik leerde...

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Einde van hoofdstuk 2
De samenleving en verschillen

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies