orthopedagogiek les 6 gedragsproblematiek 2025

WELKOM
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

WELKOM

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

To do:

Herhaling theorie vorige week
Nieuwe theorie:
-ADD & ADHD
-ODD & CD

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn er vragen vooraf?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul het goede antwoord in:
Veel kinderen met PTSS …………. het trauma telkens opnieuw in gedachten of dromen.

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke behandelingen zijn
er voor PTSS?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Behandelingen
-> Er bestaan verschillende therapieën zoals: 
- EMDR (Eye Movement Desensitization Reprocessing) 
-Exposure therapie 
(hierbij wordt de herinnering aan de stressvolle situatie opgeroepen door een deskundig therapeut ) 
-Creatieve therapie 
-Cognitieve therapie

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontwikkeling van gedrag
Je spreekt van een gedragsstoornis als het probleem in het gedrag niet te verhelpen is en de persoon ermee moet leren omgaan. Een gedragsstoornis zit echt in de genen van het kind.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ADD & ADHD
ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) -> kinderen hebben aandachts- en concentratieproblemen. Ook zijn zij impulsief en overactief.

ADD (Attention Deficit Disorder) -> kinderen hebben wel een aandachtsprobleem, maar vertoont geen druk gedrag. Zij krijgen niet mee wat er is uitgelegd.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Schrijf voor jezelf (zonder opzoeken) op welke kenmerken jij van ADHD en/of ADD kent.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken zowel ADHD & ADD
  • Vermijdt vaak taken die een langdurige of geestelijke inspanning vereisen.
  • Heeft vaak moeite om zijn aandacht bij taken te houden.
  • Lijkt vaak niet te luisteren als hij aangesproken wordt.
  • Volgt aanwijzingen vaak niet op en slaagt er niet in om verplichtingen na te komen.
  • Vindt het vaak moeilijk om op hun beurt te wachten.
  • Heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten.
  • Raakt vaak dingen kwijt.
  • Is vaak vergeetachtig bij dagelijkse activiteiten.
  • Verstoort bezigheden van anderen of dringt zich op. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken ADHD
  • Beweegt vaak onrustig met handen en voeten.
  • Staat vaak van zijn plaats op, terwijl hij moet blijven zitten.
  • Rent vaak rond of klimt overal op en in.
  • Kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten.
  • Is vaak 'in de weer' of 'draait maar door'.
  • Praat vaak aan een stuk door.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diagnose
  • Voor een diagnose ADD/ADHD moet dit gedrag al voor het 7e levensjaar te zien zijn. 
  • Ook moet het kind op tenminste 2 plekken dit gedrag laten zien, bijv. op school en thuis.
  • De diagnose wordt alleen gesteld als het kind er in zijn functioneren last van heeft, bijv. sociale problemen ervaren/problemen hebben met zijn schoolwerk. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aanpak
  • Een ruimte met weinig afleiding.
  • Een duidelijke structuur in hun dag.
  • Ouders bepalen of het kind medicijnen slikt (bijv. Ritalin)
  • Stop-denk-doe methode

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Comorbiditeit
- vaak nog andere stoornissen naast hun ADHD
zoals: DCD - ODD - PDD-NOS - Angststoornissen - depressies 
dyslexie - dyscalculie

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

ODD & CD
Oppositional Defiant Disorder (ODD
  • Stoornis waarbij een kind ernstig negatief gedrag laten zien. 
  • Er zijn geen oorzaken in de omgeving te zien. 
  • Bij kinderen en jongeren met ODD ontstaan vaak problemen in de opvoeding.
  • Ze komen veel in verzet, zijn erg opstandig, luisteren slecht, maken veel ruzie en houden zich niet aan regels.
  • Ze zijn niet per se gewelddadig.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken ODD
  • Geen duidelijke oorzaak.
  • Uitgangspunt is een combinatie van aanleg en omgevingsfactoren.
  • Temperament, impulsiviteit, aandachtsproblemen, gepest worden of pesten, inconsistente opvoeding.
  • Kinderen met ODD lopen een verhoogd risico om andere stoornissen te ontwikkelen: depressie, angststoornis of CD.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aanpak
ODD is heel moeilijk om aan te pakken:
-> Weinig probleembesef en leggen schuld bij anderen neer.
-> Hun gedrag levert in eerste instantie winst op, de omgeving voelt zich bedreigt en past zich aan.
-> Wat zij willen, moet ook gebeuren (behoeftebevrediging).


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanpak
Bouw een relatie op met het kind, hierdoor bereik je meer.
Stel duidelijke reële grenzen, stop het kind in zijn gedrag.
Voorkom een machtsstrijd.
Vaste time-out plek met een korte en zakelijke uitleg.
Formuleer positieve regels i.p.v. negatieve regels (je mag niet).
Zorg voor goede uitwisseling met ouders.
Maak plannen en afspraken met het kind zelf.
Psychotherapie
Ouderbegeleiding
Gedragstherapie

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

CD -> Conduct Disorder
  • Vertonen voor hun omgeving extreem onacceptabel gedrag.
  • Agressief gedrag dat gericht is op mensen, maar ook op dieren.
  • Wanneer kinderen en jongeren met CD iets ouder zijn, gaan zij dingen doen die strafbaar zijn, zoals winkeldiefstal - seksueel misbruik - brandstichting.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken CD
  • Vanaf ongeveer 13 jaar lopen pubers weg van huis.
  • Hebben vaak een verminderd inlevingsvermogen.
  • Zijn erg op zichzelf gericht en gaan weinig met leeftijdsgenoten om.
  • Gaan ze wel met een groep om, dan vinden ze vaak dat er andere regels voor hen gelden.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aanpak
  • Van tevoren afspreken hoe je handelt tijdens een conflict.
  • De andere leerlingen van tevoren uitleggen wat ze moeten doen als de situatie escaleert (en/of organiseer een ‘back up’).
  • Fysiek en verbaal agressief gedrag afkeuren, maar niet het kind zelf.
  • Het kind naar een (afgesproken) afreageerplek laten gaan om de spanning weg te nemen.
  • Het kind uit de situatie halen en op een time-outplek zetten.
  • Het kind zo min mogelijk aanraken, want dat verergert de boosheid.
  • Als alle gemoederen weer rustig zijn de situatie nabespreken.
  • Het kind eventueel alles laten opschrijven (of tekenen) als hij dat makkelijker vindt dan praten.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tips
  • Stel duidelijke grenzen en geef duidelijke boodschappen. Niet: ‘Wil je even komen?’ maar: ‘Ik wil dat je nu even komt.’ De vraagvorm biedt de mogelijkheid om nee te zeggen
  • Formuleer precies wat je van het kind verwacht. Niet: ‘Luister nu eens,’ maar: ‘Ga zitten en kijk me aan, ik wil je iets vertellen’
  • Benoem het negatieve gedrag. De drift van het kind kan ook een gebrek aan verbale mogelijkheden zijn. 
  • Je helpt het kind ermee het te helpen vertellen wat er aan de hand is. Door te benoemen wat je ziet (zonder emotie).
  • Ga niet in discussie en probeer neutraal te blijven.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ADD = kinderen hebben aandachts- en concentratieproblemen. Ook zijn zij impulsief en overbeweeglijk.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ze komen veel in verzet, zijn erg opstandig, luisteren slecht, maken veel ruzie en houden zich niet aan regels.
Ze zijn niet per se gewelddadig.
A
ODD
B
CD

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voor een diagnose ADD/ADHD moet dit gedrag al voor het 7e levensjaar te zien zijn. Ook moet het kind op tenminste 2 plekken dit gedrag laten zien, bv op school en thuis.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Einde van de les

Slide 30 - Tekstslide

Afsluiting
Bedankt voor je aandacht, je bent nu klaar om te gaan oefenen in de praktijk met het intakegesprek. Vraag vooral op je stage of je eerst mee mag kijken en of je er later zelf 1 uit mag voeren. Dit is ook een BPV opdracht in blok 3.