Seneca SE 709 en 710: reflectie

Seneca SE 709 en 710: reflectie
eerst kom je je pv halen. 
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Seneca SE 709 en 710: reflectie
eerst kom je je pv halen. 

Slide 1 - Tekstslide

Hoe tevreden ben je met de proefvertaling?
-210

Slide 2 - Poll

Kolon 1  Maximumscore 3
Fuge multitudinem, 1│ fuge paucitatem, 1│ fuge etiam unum. 1│
ontvlucht de menigte, ontvlucht een gering aantal, ontvlucht zelfs één [mens]
Kolon 2 Maximumscore 0
Non habeo, cum quo te communicatum velim.
Ik kan niemand noemen met wie ik zou willen dat je vertrouwelijk omging
Kolon 3 Maximumscore 1
Et vide, quod iudicium meum habeas;
En zie wat een hoge dunk ik van je heb;

Slide 3 - Tekstslide

Kolon 4 Maximumscore 2
audeo te tibi credere.
ik durf jou toe te vertrouwen aan jezelf.
Kolon 5 Maximumscore 1
Crates, … interrogavit
Crates, … heeft gevraagd
Kolon 6 Maximumscore 2
ut aiunt,0│ huius ipsius Stilbonis auditor2│
naar ze zeggen, een leerling van deze Stilbo zelf,
Kolon 7 Maximumscore 2
cuius mentionem priore epistula feci,
van wie ik melding heb gemaakt in een eerdere brief

Slide 4 - Tekstslide

Kolon 8 Maximumscore 2
cum vidisset adulescentulum secreto ambulantem,
toen hij een zeer jonge man apart had zien wandelen
Kolon 9 Maximumscore 2
quid illic solus faceret?
wat hij daar in zijn eentje deed?
Kolon 10 Maximumscore 2
‘Mecum’ │inquit 1│ ‘loquor’.
‘Ik praat’, zei hij, ‘met mijzelf.’
Kolon 11 Maximumscore 1
Cui Crates (…) inquit ‘
(en) Crates zei tegen hem:



Slide 5 - Tekstslide

Kolon 12 Maximumscore 2
‘Cave rogo, 1│ et diligenter attende: 1│
‘Wees op je hoede, alsjeblieft, en let nauwkeurig op:
Kolon 13 Maximumscore 1
cum homine malo loqueris’.
jij spreekt met een slecht mens.’
Kolon 14 Maximumscore 2
Lugentem timentemque custodire solemus,
Wij zijn gewend om iemand die rouwt en bang is in het oog te houden

Slide 6 - Tekstslide

Kolon 15 Maximumscore 2
ne solitudine male utatur.
opdat hij niet op slechte wijze gebruik maakt van zijn eenzaamheid.
Kolon 16 Maximumscore 1
Nemo est ex imprudentibus,
Van de onverstandige mensen is er niemand
Kolon 17 Maximumscore 1
qui relinqui sibi debeat:
die aan zichzelf overgelaten mag (moet) worden:
Kolon 18 Maximumscore 1
tunc mala consilia agitant,
dan overwegen zij slechte plannen,

Slide 7 - Tekstslide

Kolon 19 Maximumscore 2
tunc │ aut aliis aut ipsis 1│ futura pericula struunt,
dan beramen zij toekomstige gevaren of voor anderen of voor zichzelf,
Kolon 20 Maximumscore 1
tunc cupiditates improbas ordinant;
dan werken zij hun schaamteloze begeertes uit;











Slide 8 - Tekstslide

schat in voor de afgelopen periode: van de tien lessen met huiswerk, hoeveel heb je dat huiswerk gemaakt?
010

Slide 9 - Poll

voor deze pv: heb je de inleiding goed gelezen?
A
ja
B
nee

Slide 10 - Quizvraag

voor deze pv: heb je de aantekeningen goed meegenomen in je vertaling?
😒🙁😐🙂😃

Slide 11 - Poll

hoe tevreden was je over je structurele aanpak? (structuur, polmo)
😒🙁😐🙂😃

Slide 12 - Poll

voor deze pv: hoe tevreden was je over de vertaling van de pv's?
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll

hoe ga je je beter voorbereiden op de volgende pv?

Slide 14 - Open vraag

welke tip geef je jezelf voor TIJDENS de pv de volgende keer?

Slide 15 - Open vraag

dan nu de gelezen stof
lever je pv in, kom je gs halen. Op de volgende slides staan de uitwerkingen; daaronder volgt nog een aantal vragen. 

Slide 16 - Tekstslide

 1. Regel 1: ut scribis
1p. a. Noteer de naam van de persoon die het onderwerp is van deze persoonsvorm. Lucilius
1p. b. Het is onwaarschijnlijk dat er werkelijk brieven heen en weer zijn gestuurd. Welk doel heeft Seneca wél gehad met het schrijven en publiceren van deze brieven? De brieven zijn bedoeld om de lezer(s) te onderwijzen in de Stoïsche filosofie.

Slide 17 - Tekstslide

 2. Regel 3: et dixisti amicum et negasti.
1p. a. Welk stilistisch middel zit in dit tekstelement? Een van de volgende mogelijkheden: antithese – paradox - ellips (nfr: polysyndeton)
1p. b. Leg in eigen woorden uit waarop Seneca zijn bewering negasti baseert.
  Lucilius heeft gezegd dat hij zelf niet vrijuit spreekt tegen de vriend die de brief heeft afgeleverd. Voor Seneca is iemand tegen wie je niet vrijuit spreekt geen vriend


Slide 18 - Tekstslide

 3. Regel 3-6: Itaque t/m abierit.
  Cornelis Verhoeven vertaalt deze zin als volgt:
  “Als je nu de eerste keer dat woord gebruikt hebt in algemene zin en hem ‘vriend’ genoemd hebt, zoals wij alle kandidaten voor een ambt ‘goede mensen’ noemen en iedereen die ons tegenkomt met ‘mijnheer’ begroeten, als de naam ons niet te binnen schiet, wil ik er niet verder op ingaan.
1p. a. Welk woord uit de bijzin ‘si proprio illo verbo quasi publico usus est’ is onvertaald gebleven? proprio
1p. b. Van welk Latijns woord is ‘iedereen die ons tegenkomt’ een vertaling? obvios
1p. c. De vertaler heeft de grammaticale structuur niet helemaal overgenomen. Leg dat uit aan de hand van de woorden ‘abierit’. Ga in op zowel het Latijn als de Nederlandse vertaling.
  In de Nederlandse vertaling is het onderwerp een 1e ps sg; in het Latijn is het onderwerp een 3e ps. sg.

Slide 19 - Tekstslide

4. Lees tekst 2, een passage uit het werk ‘Laelius, over vriendschap’ van Cicero. Seneca zou het deels eens, deels oneens zijn met Cicero’s oordeel over vriendschap sluiten.
1p. a. Leg uit in welk opzicht beide mannen het eens zijn. Beide mannen vinden dat je een vriend moet uitkiezen op karakter.
1p. b. Citeer uit tekst 1, r.6-9 de woordgroep die contrasteert met Cicero’s bewering: ‘Zo gaat de vriendschap vooraf aan het oordeel’. de ipso prius / ante amicitiam iudicandum

Slide 20 - Tekstslide

1p. 5. Regel 10: cum amaverunt iudicant, et non amant cum iudicaverunt.
  Dit zou zowel kunnen worden opgevat als een parallellisme als een chiasme. Leg uit op basis waarvan je het een chiasme kunt noemen. Amaverunt = pf (a); iudicant = pr (b); amant = pr (b); iudicaverunt = pf (a)

 6. Regel 12: tam audaciter cum illo loquere quam tecum.
1p. Citeer het Latijnse tekstelement uit het de regels 6 t/m 9 (sed t/m iudicandum) dat min of meer dezelfde gedachte uitdrukt. (Tu vero) omnia cum amico delibera


Slide 21 - Tekstslide

 7. Bekijk afbeelding 1
2p. a. Leg uit waarom het wereldbeeld dat de Epicuristen van Democritus (met zijn atomenleer) hebben overgenomen het epicurisme voor velen aantrekkelijk maakte. Epicuristen geloven net als Democritus dat alles, ook de ziel, uit atomen bestaat. (1) Zo bestaat er bij de Epicuristen geen vrees voor de dood, omdat de ziel net als het lichaam na de dood uit elkaar valt. Dit is een aantrekkelijke gedachte (1).
1p. b. De tekenaar heeft suggereert dat niemand interesse heeft in de Stoa. Onderbouw de stelling dat de interpretatie die veel mensen geven aan het begrip apatheia daarmee te maken heeft.
  Apatheia werd en wordt door velen geïnterpreteerd als het afwezig zijn van emoties, de slechte én de goede. Veel mensen zijn niet bereid om die laatste af te zweren.
1p. c. In de oudheid was de Stoa, anders dan gesuggereerd wordt in de tekening, eeuwenlang de overheersende filosofische stroming. Leg uit op basis waarvan de stoa juist goed aansloot bij de mentaliteit van de Romeinse elite. Romeinen werden opgevoed met een gevoel van plichtsbesef / zagen virtus/deugd als doel van het menselijk handelen

Slide 22 - Tekstslide

2p. 8. Het denken over vriendschap in de oudheid – en ver daarna – is beïnvloed door het werk van Aristoteles. Hij laat drie factoren een rol spelen in vriendschappelijke relaties. Welke drie? – genot – voordeel – karakter (2 goede antwoorden: 1p. 1 goed antwoord ½ punt)

  1p. 9. regel 1: Sapiens se contentus est.
  Welke Stoicijns filosofisch begrip hoort bij deze uitspraak? autarkeia



Slide 23 - Tekstslide

 10. regel 3-5: Quomodo t/m amissi.
  In deze regels wordt een vergelijking uitgewerkt.
1p. a. Wie/wat is het afgebeelde? Iemand die vrienden maakt
1p. b. Wat is het punt van overeenkomst? Zowel beeld als afgebeelde (/zowel degene die een vriend maakt als de kunstenaar) kunnen het verlorene vervangen.

Slide 24 - Tekstslide

 11. regel 7: Quod debeo
1p. Wat is Seneca verschuldigd? Leg uit in eigen woorden. Seneca heeft de gewoonte in elke brief als kado een citaat mee te sturen. Dat citaat is hij ‘verschuldigd’

1p. 12. Seneca houdt van oneliners, ook wel sententiae genoemd. Citeer een voorbeeld hiervan uit de regels 1-10. Si vis amari, ama


Slide 25 - Tekstslide

 13. regel 18-19: Sapiens t/m iaceat.
1p. a. Wat is blijkens deze regels het doel van vriendschap volgens Seneca? Leg uit in eigen woorden. Om vriendschap te beoefenen / evt: om de deugd te oefenen
1p. b. De genoemde virtus kan zich op volgens de Stoa verschillende manieren manifesteren, zoals fortitudo, temperantia of pietas. Welk van de drie past bij de voorbeelden die Seneca in het vervolg (t/mr.24) noemt volgens jou het beste? Beargumenteer je antwoord. Mogelijke antwoorden:
  Fortitudo, want de men moet dapper zijn in het geval van ziekte of gevangenschap van een vriend
  Temperantia, want men moet zichzelf beheersen wanneer men iemand anders helpt tijdens ziekte of gevangenschap
  Pietas, want men moet verantwoordelijkheid nemen voor een vriend die verkeert in ziekte of gevangenschap.


Slide 26 - Tekstslide

14. regel 20-21: Ut habeat t/m inopi.
1p. Seneca is het oneens met deze uitspraak en doet zijn best om op meerdere manieren uit te leggen waarom. Met welke bewering legt hij NIET uit waarom Epicurus’ uitspraak niet klopt?
  A - Quemadmodum coepit, sic desinet (r.23)
  B - tamdiu placebit quamdiu utilis fuerit (r.26)
  C - Hac re florentes amicorum turba circumsedet (r.26-27)
  D - qui amicus esse coepit quia expedit <et desinet quia expedit> (r.29-30)

 15. Regel 27: hac re
1p. Leg in eigen woorden uit wat hiermee wordt bedoeld. Het feit dat mensen vrienden blijven zolang je van nut bent / dat mensen hun zogenoemde vrienden in de steek laten.


Slide 27 - Tekstslide

 16. Regel 28: metu
1p. Heel grofweg bestaat de wereld voor de Stoicijn uit bonum, malum, indifferentia die men niet zou kiezen en indifferentia die men wél zou kiezen. Beargumenteer in welke van de vier categorieen metu valt.
  Mogelijke antwoorden:
- Metu valt onder het malum: het beïnvloedt de mens immers bij het maken van rationele beslissingen.
- Metu valt onder de niet-verkieslijke indifferentia: angst bestaat, maar zou er voor de sapiens niet toe moeten doen: een ware wijze laat zich er niet door beïnvloeden.

Slide 28 - Tekstslide

 17. Regel 32-33: quem in exilium sequar
1p. Met welk tekstelement in de regels 21-24 (sed t/m discedet) correspondeert deze uitspraak van Seneca? cui ipse aegro adsideat, quem ipse circumventum hostili custodia liberet.
  Nfr: cui ipse aegro adsideat
  Nfr: quem ipse circumventum hostili custodia liberet.

Slide 29 - Tekstslide

Hoe tevreden ben je met het resultaat van de gelezen stof?
😒🙁😐🙂😃

Slide 30 - Poll

hoeveel uur heb je gespendeerd aan het voorbereiden op deze toets?
020

Slide 31 - Poll

Hoe goed had je je aantekeningen op orde voor je begon met studeren?
😒🙁😐🙂😃

Slide 32 - Poll

Welke tips geef je jezelf voor de voorbereiding van de volgende gelezenstof toets?

Slide 33 - Open vraag

Welke tips geef je jezelf voor TIJDENS de volgende gelezen stoftoets?

Slide 34 - Open vraag