ACC Lesdag 9

ACC Lesdag 9

Learning objective

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorCoachingHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

ACC Lesdag 9

Learning objective

Op welke manieren kan coaching toegepast worden?

A

Als aparte begeleidingsvorm

B

Als onderdeel van een counsellingstraject

C

Als onderdeel van een andere begeleidingsrol

D

Alle antwoorden zijn goed

Soms is het beter om specifiek voor coaching te kiezen (dus zonder counselling). Geef hier een voorbeeld van:

Coaching gaat niet alleen over acties, maar met name over...

A

je verhaal kwijt kunnen

B

goede methodieken doorlopen

C

inzicht in eigen situatie

D

vooruitgang

Wat zijn actiestrategieën?

A

Een manier om tot actie over te gaan

B

Ander gedrag vertonen, met als doel een ander resultaat te verkrijgen

C

Answer C

D

Answer D

De habit-loop kent verschillende stappen. Zet ze in juiste volgorde.

1

Routine

2

Cue (signaal)

3

Reward (beloning)

Een habit-loop doorbreken is een uitdaging. Welke stappen kun je zetten om dit wel voor elkaar te krijgen?

Wat is coachability?

A

De mate waarin iemand inzicht heeft in zijn eigen situatie

B

De mate waarin iemand al coaching gehad heeft

C

De mate waarin iemand in staat is te veranderen

D

De mate waarin iemand openstaat voor coaching

Welke eigenschappen hebben cliënten die het meest coachable zijn?

A

Optimisme, zelfreflectie en vaardigheden

B

Intelligentie, zelfreflectie en feedback kunnen ontvangen

C

Motivatie, openstaan voor en zelfreflectie

D

Openstaan voor, optimisme en intelligentie

Reflectieniveau van de cliënt beoordelen aan de hand van de Logische niveaus


  1. Omgeving (externe focus): Die werknemer is niet gemotiveerd

  2. Gedrag (eigen acties): Ik kan ze niet laten doen wat er moet gebeuren

  3. Vaardigheden (benodigde capaciteiten): Ik moet beter leren samenwerken

  4. Overtuigingen/waarden (interne drijfveren): Als het niet perfect is, is het niet goed

  5. Identiteit (zelfperceptie): Ik ben een teamspeler

  6. Missie/Doel (bigger picture): Ik wil een inspiratie zijn voor mijn collega's

Die werknemer is niet gemotiveerd
Ik kan ze niet laten doen wat er moet gebeuren
Ik moet beter leren samenwerken
Als het niet perfect is, is het niet goed
Ik ben een teamspeler
Ik wil een inspiratie zijn voor mijn collega's

Kolbs leercyclus: vier fasen van leren. Wat is de juiste volgorde?

1

Reflectieve observatie (de dromer)

2

Actief experimenteren (de beslisser)

3

Concrete ervaring (de doener)

4

Abstracte conceptualisatie (de denker)

Is er wel een volgorde bij een cyclus?

Welke opdrachten kun je geven als je rekening houdt met de voorkeursleerfase van een cliënt?

  1. Een doener kun je een ervaringsgerichte methodegeven, zoals een rollenspel of een simulatie.

  1. Een dromer kan veel baat hebben bij reflectie. Je kunt hem/haar een dagboekopdracht geven zodat er ruimte is voor introspectie.

  1. Een denker wil graag theoretisch inzicht opdoen. Je kunt hem/haar helpen door modellen en concepten aan te bieden.

  2. Een beslisser houdt van experimenteren met nieuwe strategieën. Je kunt hem/haar motiveren door bijvoorbeeld een theorie te testen in de praktijk (iets wat aansluit bij het leerdoel).

ervaringsgerichte methode
een rollenspel
een simulatie
reflectie
dagboekopdracht
introspectie
theoretisch inzicht
modellen
concepten
experimenteren met nieuwe strategieën
een theorie

Wat is het verschil tussen de doener (concrete ervaring) en de beslisser (actief experimenteren)?

Hoeveel vormen van intelligentie onderscheidt Gardner in zijn model Meervoudige intelligentie (1983)?

A

6

B

7

C

8

D

9

Welke methodieken kun je toepassen bij de verschillende intelligenties?

  1. Linguïstische intelligentie: gesprekken, schrijfoefeningen en lezen

  2. Logisch-mathematische intelligentie: modellenen stappenplannen

  3. Visueel-ruimtelijke intelligentie: mindmaps, schema's en overzichten

  4. Lichamelijk-kinesthetische intelligentie: rollenspellen en doe-opdrachten

  5. Interpersoonlijke intelligentie: intervisiesessies, groepscoaching of rollenspellen met anderen

  6. Intrapersoonlijke intelligentie: zelfonderzoek, opstellen persoonlijke leerdoelen, reflectieve vragen

gesprekken
schrijfoefeningen
lezen
modellen
stappenplannen
mindmaps
schema's
overzichten
rollenspellen
doe-opdrachten
intervisiesessies
groepscoaching
rollenspellen met anderen
zelfonderzoek
opstellen persoonlijke leerdoelen,
reflectieve vragen

Muzikaal-ritmische intelligentie

Naturalistische intelligentie

Stel dat jouw cliënt hoog scoort op één van deze categorieën. Welke werkvorm zou je toepassen?

Waarom kun je beter niet spreken van huiswerk of opdracht tegen een cliënt?

Gebruik in plaats daarvan challenge of uitdaging of experiment.

Wat is jouw basiscoachhouding?

1

Onderzoeker

2

Onderwijzer

3

Aanvoerder

4

Praatpaal

5

Boeddhist

6

Uitdager

Ruimtegevend

Richtinggevend

De onderzoeker

De onderwijzer

De aanvoerder

De praatpaal

De boeddhist

De uitdager