Helpende plus lesdag 4

Helpende plus lesdag 5
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Helpende plus lesdag 5

Slide 1 - Tekstslide

Wat hoort NIET bij de controle van medicatie voor toediening?
A
Juiste naam + geboortedatum van de zorgvrager
B
Juiste naam van het medicijn
C
Juiste naam van de apotheek van de zorgvrager
D
Juiste manier van toedienen

Slide 2 - Quizvraag

De apotheek is verantwoordelijk als er een verkeerde dosering van het medicijn in de baxterrol zit.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 3 - Quizvraag

Het aftekenen van de toedienlijst, doe je als je de medicatie aanreikt aan de cliënt.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

Wat betekent de V bij de AVPU-methode?
A
Vocaal
B
Vegan
C
Verbal
D
Vegetable

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het gemiddeld aantal hartslagen van een volwassenen per minuut?
A
60 -100
B
120-140
C
90-110

Slide 6 - Quizvraag

Wanneer spreek je van een gezonde bloeddruk?
A
60-100
B
12-15
C
120-80

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een ander woord voor
temperatuur meten in het oor?
A
Temporaal meten
B
Rectaal meten
C
Oraal meten
D
Tympaan meten

Slide 8 - Quizvraag

Vanaf 37,5 graden Celsius spreek je van verhoging.
Vanaf 38 graden Celsius spreek je van koorts
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Een normale lichaamstemperatuur is tussen de 35,5-37,5 graden Celsius.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Reuma is een verzamelnaam voor: artrose, ziekte van Bechterew, fybromyalgie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Een CVA is een beroerte. Deze zie je vaak van tevoren al aankomen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

COPD is een chronische ziekte en een verzamelnaam voor:
A
Chronische bronchitis en longemfyseem
B
longemfyseem en diabetes type 2
C
Chronische bronchitis en astma
D
Astma en longemfyseem

Slide 13 - Quizvraag

Wat is longemfyseem?

Slide 14 - Open vraag

Wat is chronische bronchitus?

Slide 15 - Open vraag

Aandachtspunten voor verzorging voor mensen met COPD, wat hoort hier NIET bij?
A
Laat de client zoveel mogelijk zitten
B
Gebruik zo weinig mogelijk prikkelende middelen (bijvoorbeeld haarlak)
C
Melk drinken
D
Houdt een vaste volgorde van handelingen aan

Slide 16 - Quizvraag

Mensen met diabetes hebben te weinig suiker (glucose) in hun bloed. Het hormoon insuline zorgt dat glucose in de cellen wordt opgenomen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

De belangrijkste complicaties bij mensen met diabetes zijn een hypo en een hyper.
A
Hyper = te hoog glucosegehalte Hypo = te laag glucosegehalte
B
Hyper = te laag glucosegehalte Hypo = te hoog glucosegehalte

Slide 18 - Quizvraag

Hoe herken je een hypo?
(te laag glucose gehalte)

Slide 19 - Woordweb

Slide 20 - Tekstslide

Hoe herken je een hyper?
(te hoog glucose gehalte)

Slide 21 - Woordweb

Slide 22 - Tekstslide

Bij welke klachten hebben bewoners steunkousen? Welk antwoord is FOUT ?
A
Oedeem
B
COPD
C
Spataderen
D
Trombose

Slide 23 - Quizvraag

Ziekte van Alzheimer:




Hersencellen gaan langzaam kapot, waardoor iemand steeds meer vergeet, in de war raakt en dagelijkse dingen moeilijker worden.

Slide 24 - Tekstslide


Hersencellen beschadigen, doordat de bloedvaatjes in de hersencellen niet meer goed werken. De doorbloeding van de hersenen neemt af.

Slide 25 - Tekstslide




Er zijn teveel eiwitneerslagen in de hersenen 

Slide 26 - Tekstslide

Wat is belangrijk als helpende +, bij het verzorgen van bewoners met dementie?

Slide 27 - Woordweb

Wat betekent de afkorting wet BIG
A
Bescherming van Individuen in de Gezondheidszorg
B
Bevordering van Individuelen in de Gezondheidszorg
C
Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg
D
Bekwame Individu in de Gezondheidszorg

Slide 28 - Quizvraag

Welke ziekte wordt veroorzaakt door een stoornis tussen de verbinding van de hersenen en spieren?
A
COPD
B
Diabetes type 2
C
Alzheimer
D
Parkinson

Slide 29 - Quizvraag

Kanker ontstaat doordat cellen zich ongeremd delen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 30 - Quizvraag

Hoe verzorg je bewoners met een chemokuur?

Slide 31 - Woordweb

Slide 32 - Tekstslide