05 Metamorphoses - Apollo & Daphne

1 / 28
volgende
Slide 1: Woordweb
LatijnSecundair onderwijs

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Woordweb

Slide 2 - Tekstslide

Wat denk je dat in dit verhaal zal gebeuren? Motiveer jouw antwoord.

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Link

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Welke stijlfiguur is 'cervicibus'?

Slide 12 - Open vraag

Scandeer het volgende vers: 'viribus absumptis expalluit illa citaeque'. Is de 'a' van 'illa' lang of kort?
A
Lang dus is 'illa' ablatief
B
Kort dus is 'illa' nominatief
C
Lang dus is 'illa' nominatief
D
Kort dus is 'illa' ablatief

Slide 13 - Quizvraag

Scandeer het vers: 'victa labore fugae, spectans Peneidas undas'. Is de 'a' van 'victa' lang of kort?
A
Lang dus is 'victa' ablatief
B
Kort dus is 'victa' nominatief
C
Lang dus is 'victa' nominatief
D
Kort dus is 'victa' ablatief

Slide 14 - Quizvraag

Scandeer het vers: 'victa labore fugae, spectans Peneidas undas'. Is dit een spondeïsch of dactylisch vers?
A
Spondeïsch
B
Dactylisch

Slide 15 - Quizvraag

Wat vertelt dit over het tempo van dit vers?
A
Het versnelt
B
Het vertraagt

Slide 16 - Quizvraag

Met. I, 543-545.
Viribus absumptis expalluit illa citaeque
Victa labore fugae, spectans Peneidas undas:
‘Fer, pater’ inquit ‘opem, si flumina numen habetis; 545

Slide 17 - Tekstslide

Welke constructie is 'viribus absumptis'?

Slide 18 - Open vraag

Welke stijlfiguur is 'Peneidas undas'?
A
Hyperbaton
B
Homerische vergelijking
C
Metafoor
D
Metonymie

Slide 19 - Quizvraag

Scandeer het vers: 'Vix preces finita, topor gravis occupat artus'. Is de 'a' van 'finita' lang of kort?
A
Lang dus is 'finita' ablatief
B
Kort dus is 'finita' ablatief
C
Lang dus is 'finita' nominatief
D
Kort dus is 'finita' nominatief

Slide 20 - Quizvraag

Welke constructie heeft de woordgroep: 'vix preces finita'?

Slide 21 - Open vraag

Met. I, 545-550.
Qua nimium placui, mutando perde figuram.’
Vix prece finita, topor gravis occupat artus,
Mollia cinguntur tenui praecordia libro
In frondem crines, in ramos bracchia crescunt; 550

Slide 22 - Tekstslide

Welke constructie is 'vix prece finita'?

Slide 23 - Open vraag

Hoe toont Ovidius dat een stam de borstkas omarmt?

Slide 24 - Open vraag

Met. I, 551-556.
Pes modo tam velox pigris radicibus haeret.
Ora cacumen habent; remanet nitor unus in illa.
Hanc quoque Phoebus amat positaque in stipite dextra
Sentit adhuc trepidare novo sub cortice pectus
Complexusque suis ramos, ut membra, lacertis
Oscula dat ligno; refugit tamen oscula lignum.

Slide 25 - Tekstslide

Met welke zin toont Ovidius dat Daphne nog steeds niets wil weten van Apollo?

Slide 26 - Open vraag

Waarom vertelden de Romeinen deze mythe?

Slide 27 - Open vraag

Soorten mythes

Symbolische mythen

Aetiologische mythen

Heldenmythe

Slide 28 - Tekstslide