Hoofdstuk 1.3 Cultuur

Hoofdstuk 1.3
Cultuur


Vorming
"Het proces van verwerving van een bepaalde identiteit"

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 1.3
Cultuur


Vorming
"Het proces van verwerving van een bepaalde identiteit"

Slide 1 - Tekstslide

Uit welke twee elementen bestaat het proces van socialisatie?

Slide 2 - Open vraag

Wat weet je nog van het
nature-nurturedebat?

Slide 3 - Woordweb

Leerdoelen
Je kent de verschillende elementen van het kernconcept cultuur en kan deze herkennen in een bron

Je kent het verschil tussen materiële en immateriële aspecten van cultuur

Je begrijpt dat culturen relatief en dynamisch zijn en kan dat herkennen in een bron




Slide 4 - Tekstslide

Socialisatie en cultuur
Met socialisatie wordt gedrag aangeleerd. Maar welk gedrag wordt aangeleerd en waarom juist dit gedrag?

Dit hangt allemaal af van de cultuur waarin je wordt geboren. 

Jullie zijn geboren/opgegroeid in de Nederlandse cultuur. Maar wat is de Nederlandse cultuur?

Slide 5 - Tekstslide

Hoe kun jij op vakantie herkennen of iemand Nederlands is of niet?

Slide 6 - Woordweb

de Nederlandse cultuur
Wie vertegenwoordigt voor jou het beste de Nederlandse cultuur?

Slide 7 - Tekstslide

de Nederlandse cultuur

Slide 8 - Tekstslide

Wie vertegenwoordigt voor jou het beste de Nederlandse cultuur en waarom?

Slide 9 - Open vraag

Waar gaat dit artikel over? Wat laten de cijfers zien? Wat zegt dit over onze cultuur?

Slide 10 - Open vraag

Cultuur
Cultuur is het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven.


Slide 11 - Tekstslide

Cultuur

Voorstellingen: beelden, ideeën, verhalen die mensen hebben over een gebeurtenis.
Opvattingen: ideeën, wat je vindt, je gedachten over iets.
Uitdrukkingsvormen: symbolen, taal, mode en tattoo’s
Waarden: idealen zoals gelijkheid, vrijheid en veiligheid.
Normen: gedragsregels die voortkomen uit waarden.
VOUWeN

Slide 12 - Tekstslide

Materieel en immaterieel
Materiële aspecten van een cultuur zijn tastbaar en concreet
Bijvoorbeeld: gebouwen, producten, gebruiksvoorwerpen, kunst

Immateriële aspecten van een cultuur zijn de zaken die je niet meteen ziet.
Bijvoorbeeld: waarden en taal

Sommige zaken hebben een materieel aspect met een immateriële betekenis. Bijvoorbeeld: regenboogvlag

Slide 13 - Tekstslide

Cultuur
Geef bij ieder voorbeeld aan bij welk element van cultuur dit het beste past.
  1. Het geloof in een hogere macht
  2. Een kruissymbool
  3. Een keppeltje dragen
  4. De gewoonte om met mes en vork te eten
  5. Trotse gevoelens van de Nederlandse geschiedenis
  6. Niet winkelen op zondag
  7. Vrijheid belangrijk vinden

Slide 14 - Tekstslide

Onderzoek naar cultuur
Je gaat op onderzoek uit naar de cultuur van jouw favoriete vakantieland/droombestemming.

Zoek voor alle cultuurelementen (VOUWeN) één concreet voorbeeld van deze cultuur.

In hoeverre verschilt deze cultuur met de Nederlandse cultuur? Leg uit wat we bedoelen met 'cultuur is relatief'

Slide 15 - Tekstslide

Cultuur is relatief
Cultuurelementen worden door middel van socialisatie overgedragen, maar veranderen ook constant.

Een cultuur is dus dynamisch en plaats- en tijd gebonden.
Wat op de ene plek (of tijd) normaal is, kan op de andere plek vreemd zijn.
Bijvoorbeeld: de rolverdeling in het gezin

Slide 16 - Tekstslide


Checkvraag
Bij welke twee cultuurelementen past de regenboogvlag? Leg je antwoord uit. 

Slide 17 - Open vraag

Hier wil ik nog graag meer uitleg over/dit snap ik nog niet helemaal
Voor de volgende les
Hier wil ik nog graag meer uitleg over of dit snap ik nog niet helemaal:

Slide 18 - Open vraag