3vwo ho 2.1

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
StudielessenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vul hier je antwoord in

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In welke fase bewegen moleculen langs elkaar?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas
D
In geen van deze fasen

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

03:51
Welke kracht tussen moleculen noemt de video?
A
Atoombinding
B
Vanderwaalsbinding
C
Zwaartekracht
D
Kernkracht

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

04:34
Een vaste molecuulstof smelt. Hoe bewegen de moleculen daarna?
A
Ze trillen alleen op vaste plaatsen.
B
Ze bewegen langs elkaar.
C
De atomen vallen uit elkaar.
D
Alle moleculen zijn ver van elkaar.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

05:55
Waarom blijft waterdamp H₂O? Leg uit met de twee soorten binding.

Slide 14 - Open vraag

Docentmodel: bij verdampen wordt de aantrekking (vanderwaalsbinding) tussen watermoleculen overwonnen. De atoombindingen tussen H en O binnen elk H₂O-molecuul blijven bestaan; het zijn nog steeds H₂O-moleculen. Accepteer gelijkwaardige uitleg. Geen automatische exacte-tekstscore.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Water op de bloesem stolt. Welke uitspraak klopt?
A
Stollen neemt warmte op uit de bloesem.
B
Stollen geeft warmte af aan de omgeving.
C
Watermoleculen krijgen andere atomen.
D
De temperatuur stijgt altijd tijdens het stollen.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kelvin vs. Celsius
Kelvin:
de schaal Kelvin wordt toegepast in de wetenschap.
0 Kelvin is het absolute nulpunt.
De schaal Kelvin wordt niet negatief!

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Absolute nulpunt & kelvin
  • Kelvin --> Celsius -273
  • Celsius --> Kelvin +273

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

T(K) = T(°C) + 273. Hoeveel kelvin is 20 °C?
A
253 K
B
273 K
C
293 K
D
313 K

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom helpt bevriezend water bloesem? Leg uit.

Slide 26 - Open vraag

Docentmodel: water stolt (vloeibaar → vast). Bij stollen komt warmte vrij aan de bloesem/omgeving; dit vertraagt afkoeling tijdelijk zolang water blijft bevriezen. Accepteer gelijkwaardige formuleringen. Exacte-tekstcontrole uit; bespreek zelf.

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies