2T 2.4 Dichtheid herhalen les

Dichtheid berekenen 
Deel de massa (in gram) door het volume (in           )

cm3
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundewMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Dichtheid berekenen 
Deel de massa (in gram) door het volume (in           )

cm3

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

geg:


Gevr:

Opl:
Het is geen zuiver goud, want de dichtheid is kleiner dan die van zuiver goud (  19,3          )       
cm3g

Slide 3 - Tekstslide

a) Bereken de 
dichtheid van 
stof b en c.

b) Zoek op 
van welk materiaal ze gemaakt zijn.

Slide 4 - Tekstslide




Blokje b is van aluminium





Blokje c is van messing.
b)




c)

Slide 5 - Tekstslide

Bepaal de dichtheid van de 
schroef.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

   a) Bereken de dichtheid telkens.

  b) Wat is de naam van de stof met 
      dezelfde dichtheid ?

Slide 8 - Tekstslide

Ijzer heeft een dichtheid van 
7,9 g/cm3.

Slide 9 - Tekstslide

De eenheid van massa is ....
A
g
B
kg
C
m
D
m3

Slide 10 - Quizvraag

De massa meet je met een ...
A
balans
B
weegschaal
C
maatcilinder
D
lineaal

Slide 11 - Quizvraag

5 t = ....... kg
A
5
B
50
C
500
D
5000

Slide 12 - Quizvraag

200 g = .... kg
A
0,2
B
20
C
200
D
200.000

Slide 13 - Quizvraag

Het volume meet je in ....
A
g
B
kg
C
l
D
m3

Slide 14 - Quizvraag

Het volume van een onregelmatige voorwerp kun je berekenen met
A
V = l x b x h
B
V = π x r2 x h
C
V = eindstand - beginstand
D
V = beginstand - eindstand

Slide 15 - Quizvraag

Het volume van een balk bepaal je met
A
V= l x b
B
V = π x r2
C
V = l x b x h
D
V =πx r2 x h

Slide 16 - Quizvraag

Hoe bereken je de dichtheid van een stof?
A
dichtheid = volume/massa
B
dichtheid = massa /volume
C
dichtheid = massa x volume
D
dichtheid = volume x massa

Slide 17 - Quizvraag

Een houten blok blijft drijven op het water. Wat weet je over de dichtheid van het hout?
A
Deze is kleiner dan die van water
B
Deze is groter dan die van water
C
Deze is net zo groot als die van water
D
Je kunt hier niets over zeggen

Slide 18 - Quizvraag

Je hebt een stuk hout en een stuk metaal van dezelfde grootte. Het stuk metaal weegt zwaarder dan het stuk hout. Welke stofeigenschap bepaalt dit verschil?
A
de massa
B
het volume
C
de dichtheid
D
de grootte

Slide 19 - Quizvraag

Waarom is de dichtheid van een stof een stofeigenschap?
A
omdat twee stoffen nooit de zelfde dichtheid hebben
B
omdat dichtheid van een stof altijd het zelfde blijft
C
omdat dichtheid van een stof gemakkelijk te herkennen is
D
omdat de dichtheid hetzelfde is voor alle soorten stoffen

Slide 20 - Quizvraag

Er wordt gezegd dat zilver een lichter materiaal is dan goud.
Wat betekent dit?Go
A
goud heeft een groter gewicht dan zilver
B
goud heeft een grotere dichtheid dan zilver
C
goud heeft een groter volume dan zilver
D
goud heeft een grotere massa dan zilver

Slide 21 - Quizvraag

Welke stoffen drijven op water? Er zijn meerdere juiste antwoorden.

Slide 22 - Open vraag

Welke stoffen zinken in water?
Er zijn meerdere juiste antwoorden.

Slide 23 - Open vraag

Bereken de onbekende
  1.  Dichtheid = ?   Massa = 5 kg     Volume = 2,5 m3
  2.  Dichtheid = ?   Massa = 600 g  Volume = 0,2 m3
  3.  Dichtheid = ?   Massa = 7,5 g    Volume = 200 cm 3
  4.  Dichtheid = 2,5 kg/m3    Massa = ?  Volume = 5, 0 m3
  5. Dichtheid = 0,34 g/cm3  Massa = ?  Volume = 0,68 cm3
  6. Dichtheid = 0,60 kg/m3   Massa = 0,12 kg  Volume = ?
  7. Dichtheid = 5,2 g/cm3      Massa = 52 g       Volume =?

Slide 24 - Tekstslide