THA1 - Unit 1 review.

THA - Unit 1 Review
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EnglishMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 35 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

THA - Unit 1 Review

Slide 1 - Tekstslide

Goal of this lesson:
1. You know what's going to be on the test
2. You know how to apply the grammar in the unit
3. You can translate vocabulary
4. You can translate expressions.

Slide 2 - Tekstslide

Pronouns

Slide 3 - Tekstslide

Sleep de goede pronouns naar elkaar toe.
I
She
He
You (m)
They
We
you
me
them
him
us
her

Slide 4 - Sleepvraag

Match the correct pronoun to the possessive (bezittelijke) form.
his
my
hers
their
your
our
its
I
you
he
she 
we
they
it

Slide 5 - Sleepvraag

Personal Pronouns
Possesive Pronouns
Possesive Determiners
I
you
he
s<span>he</span>
it
we
they
our
her
its
my
their
his
your
ours
mine
his
theirs
hers
yours
its

Slide 6 - Sleepvraag

Slide 7 - Tekstslide

TO BE
betekent:
A
hebben
B
zijn
C
worden
D
krijgen

Slide 8 - Quizvraag

Match the pronouns with the forms of to be
Am
Are
Is
He
They
She
You
We
I

Slide 9 - Sleepvraag


____ (to be) it going to be a difficult test?
A
am
B
to be
C
are
D
is

Slide 10 - Quizvraag

Maak de ontkenning met 'to be':

they ...... (to be - not) very helpful.

Niet afkorten! (Hele zin met hoofdletter en punt).

Slide 11 - Open vraag

Maak een zin met de vorm van to be
they / to be/ in Dublin /?

Hele zin met hoofdletters en leestekens

Slide 12 - Open vraag

Welke drie vormen van to be waren er ook alweer? (To be is het werkwoord: zijn/ben)

Slide 13 - Open vraag

Vul vorm van 'to be' in (voluit!)
I _____ (ben) happy to be here.

Slide 14 - Open vraag

Vul de VERKORTE vorm van to be in
Jack / to be/ not / here/ .

Slide 15 - Open vraag

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

'a' or 'an'
bij een klinker = an
bij een medeklinker = a


Slide 18 - Tekstslide

child
apple
house
uniform
hour
M&M
A
A
A
An
An
An

Slide 19 - Sleepvraag

Have got of has got


       Wie krijgt has got en wie have got?


Slide 20 - Tekstslide

I
You
He/She/It
We
You
They
have 
have
have 
have 
have 
has

Slide 21 - Sleepvraag

Maak vragend:
She has got brown hair.

Slide 22 - Open vraag

(-) We (to have got) any siblings.
(afkorting)

Slide 23 - Open vraag

vertaal
Mama heeft hazelnootkleurige ogen en een bril.

Slide 24 - Open vraag

Vertaal
Fijn om kennis te maken. Ik ben Robert.

Slide 25 - Open vraag

Vertaal
Dat is jammer.
(afkorting)

Slide 26 - Open vraag

Did you understand everything in this lesson up?
Yes
No

Slide 27 - Poll

Exit ticket:
How are you leaving the classroom today?
Exit ticket
Exit ticket
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll