Shock

SHOCK
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerpleegkundeMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

SHOCK

Slide 1 - Tekstslide

Programma
Wat is een shock?
Verschijnselen van shock
Eerste hulp bij shock
Opdracht



Slide 2 - Tekstslide

Wat is een shock?
Een shock is een levensbedreigende situatie. 

Als je in shock bent, is de bloeddruk te laag om het lichaam van voldoende bloed en zuurstof te voorzien.

Iedere soort shock is een reactie van het lichaam op een levensbedreigende situatie.




Slide 3 - Tekstslide

Een shock kan ontstaan door:

- Ernstig bloedverlies
- Slechte hartfunctie (hartfalen)
- Sepsis (bacteriële infectie)
- Allergische reactie (anafylactische shock)

In alle gevallen is het zo dat er óf te weinig bloed circuleert óf de druk te laag is doordat de vaten uitzetten 

Slide 4 - Tekstslide

Doorbloeding
Tijdens een shock wordt de doorbloeding slechter.

Dit merk je allereerst aan de huid, die bleker wordt.

Het lichaam gaat ook meer zweten.



Slide 5 - Tekstslide

Doorbloeding 
In een poging om het hart, de longen en de hersenen zo lang mogelijk van bloed te kunnen voorzien trekt het lichaam bloed terug uit: huid en slijmvliezen spieren en onderhuids bindweefsel spijsvertering, lever en milt nieren.

Pas als er geen andere mogelijkheid meer is, zullen hart, longen en hersenen last krijgen van de shock.


Slide 6 - Tekstslide

Verschijnselen

Snelle ademhaling
Snelle hartslag
Lage bloeddruk
Bewustzijnsverlies


Verschijnselen 

Bleke huidskleur  Klamme/zweterige, koele huid 
Angst/onrustig
Dorst en soms misselijkheid 

Slide 7 - Tekstslide

Kenmerken AF Shock
Huiduitslag (medicatie/voedingsmiddelen/insectensteek) Zwelling van de huid (insectenbeet/insectensteek) 
Zwelling lippen, mond 
Kortademigheid, piepende ademhaling 
Start met rode warme huid, daarna kenmerken shock


Slide 8 - Tekstslide

Triage

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Noem nog een verschijnsel van shock Het slachtoffer is of heeft;
A
Een snelle hartslag
B
Een hoge bloeddruk
C
Een trage hartslag
D
Een trage ademhaling

Slide 11 - Quizvraag

Wat is een verschijnsel van shock?
Het slachtoffer is of heeft;
A
Een rode blos op de wangen
B
Onrustig en heeft dorst
C
Een krachtige hartslag
D
Veel energie

Slide 12 - Quizvraag

4 soorten shock

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Noem de 4 vormen van shock:

Slide 15 - Open vraag

Hypovolemische shock
Obstructieve shok
Cardiogene shok
Distributieve shock
Te weinig pompkracht van het hart
Verminderde vaatvulling
Obstructie in de bloedbaan
Door vaatverwijding kan de druk niet hooggehouden worden

Slide 16 - Sleepvraag

Bij een hypovolemische shock is er sprake van:
A
Vaatverwijding
B
Een obstructie
C
Verminderde vaatvulling
D
te weinig pompkracht van het hart

Slide 17 - Quizvraag

Bij een cardiogene shock is er sprake van;
A
Vaatverwijding
B
Een obstructie
C
Verminderde vaatvulling
D
Te weinig pompkracht van het hart

Slide 18 - Quizvraag

Eerste hulp bij shock

Slide 19 - Woordweb

Wat doe je?
Stop een mogelijk actieve bloeding (druk op de wond).
Bel of laat 1-1-2 bellen 
Laat het slachtoffer gaan liggen, mag op op de zij.
Voorkom afkoeling, gebruik bijvoorbeeld een deken.
Laat het slachtoffer niet drinken, eten of roken.
Controleer regelmatig bewustzijn en ademhaling.
Blijf bij het slachtoffer tot professionele hulp ter plaatse is.

Slide 20 - Tekstslide