Windturbines, Kopenhagen, 2022 (foto: Kritzolina, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Quiz
Terugblik: Elektrische energie
Windturbines, Kopenhagen, 2022 (foto: Kritzolina, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Quiz
Terugblik: Elektrische energie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Kritzolina / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een lamp van 25 W werkt op 12 V. Bereken de stroomsterkte.
0,48 A
2,1 A
3,0·10² A
37 A
I = P/U = 25/12 = 2,08 A, dus 2,1 A. Afleiders: U/P (0,48), P·U (3,0·10²) en P + U (37). Controle: 12 × 2,1 = 25. Syllabus G1.3.
Een telefoonlader gebruikt 0,25 kWh. Hoeveel energie in J?
9,0·10² J
6,9·10⁻⁸ J
9,0·10⁵ J
2,5·10² J
E = 0,25 × 3,6·10⁶ = 9,0·10⁵ J. Afleiders: Wh in plaats van kWh (9,0·10²), delen in plaats van vermenigvuldigen (6,9·10⁻⁸) en 1000 gebruikt in plaats van 3,6·10⁶ (2,5·10²). Controle: 9,0·10⁵/3,6·10⁶ = 0,25. Syllabus G1.3.
Een elektromotor drijft een ventilator aan. Wat is de nuttige energie?
De kinetische energie van de beweging
De warmte in de motor zelf
De elektrische energie die erin gaat
De stralingsenergie van de motor
De motor moet de ventilator laten draaien: de kinetische energie is nuttig, de warmte in de motor niet. Afleiders: warmte, de energie die erin gaat en stralingsenergie. Syllabus G1.3.
Gloeilamp (η = 0,05) en LED-lamp (η = 0,25) geven evenveel licht. Vergelijk Pin.
De LED-lamp neemt 5 keer zoveel op
De gloeilamp neemt 5 keer zoveel op
De gloeilamp neemt 0,20 keer zoveel op
Beide nemen evenveel vermogen op
Pin = Pnuttig/η, dus Pin is omgekeerd evenredig met η. De LED heeft 0,25/0,05 = 5 keer zo'n groot rendement, dus de gloeilamp neemt 5 keer zoveel op. Afleiders: omgekeerd, de inverse factor (0,20) en gelijk. Syllabus G1.3.
Vul in
Een zonnecel zet stralingsenergie direct om in elektrische energie, een brandstofcel gebruikt waterstof.
Syllabus G1.4: zonnecel en brandstofcel.
Welke opwekkingsvorm gebruikt geen generator?
Windturbine
Kerncentrale
Waterkrachtcentrale
Zonnecel
De zonnecel zet stralingsenergie direct om in elektrische energie. De andere drie laten een turbine draaien die een generator aandrijft. Syllabus G1.4.
Waterstof heeft een energiedichtheid van 1,2·10⁸ J/kg. Bereken de energie in 2,5 kg.
3,0·10⁸ J
4,8·10⁷ J
1,2·10⁸ J
3,0·10¹¹ J
E = 1,2·10⁸ × 2,5 = 3,0·10⁸ J. Afleiders: delen (4,8·10⁷), de massa vergeten (1,2·10⁸) en kg als g gebruikt (3,0·10¹¹). Controle: 3,0·10⁸/2,5 = 1,2·10⁸. Syllabus G1.5, energiedichtheid.
Een telefoonaccu: 3,7 V en 2,0·10³ mAh. Hoeveel energie kan hij opslaan?
7,4 J
2,7·10⁷ J
2,7·10⁴ J
7,4·10³ J
I·t = 2,0 Ah, E = U·I·t = 3,7 × 2,0 × 3600 = 2,66·10⁴ J, dus 2,7·10⁴ J. Afleiders: U·I zonder tijd in A·h (7,4), mAh als Ah gebruikt (2,7·10⁷) en U·I met mA zonder tijd (7,4·10³). Controle: 3,7 × 2,0 = 7,4 Wh; 7,4 × 3600 = 2,66·10⁴ J. Syllabus G1.5, capaciteit.
Zet op volgorde, van wind via waterstof naar stroom
Wind (kinetisch), generator (elektrisch), elektrolyse (chemisch in waterstof), brandstofcel (elektrisch). Syllabus G1.4 en G1.5.
Noem één nadeel van fossiele centrales.
Bijvoorbeeld: de brandstof raakt op of er komt koolstofdioxide vrij. Syllabus G1.4: vergelijken op duurzaamheid.
Een hoogspanningskabel wordt warm. Wat gebeurt er met de energie?
Er ontstaat extra energie in de kabel
De kabel zet warmte om in stroom
Een deel van de energie wordt warmte
Een deel van de energie verdwijnt
De kabel heeft weerstand, dus een deel van de elektrische energie wordt onderweg warmte (energiebehoud). Syllabus G1.5: transport via elektriciteitskabels.
Een apparaat van 230 V neemt 4,3 A op en staat 2,0 h aan. Bereken E in kWh.
2,0 kWh
2,0·10³ kWh
0,99 kWh
7,1·10⁶ kWh
P = U·I = 230 × 4,3 = 989 W = 0,989 kW. E = P·t = 0,989 × 2,0 = 1,98 kWh, dus 2,0 kWh. Afleiders: W niet omgerekend naar kW (2,0·10³), tijd vergeten (0,99) en de uitkomst in J met kWh als eenheid (7,1·10⁶). Controle: 989 × 7200 = 7,1·10⁶ J, en 7,1·10⁶/3,6·10⁶ = 1,98. Syllabus G1.3.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Goed gedaan!
Je kunt nu rekenen aan elektrisch vermogen en energie in J en kWh, rendementen vergelijken, opwekkingsvormen vergelijken en opslag en transport van elektriciteit beschrijven. Bekijk de vragen die je fout had nog eens in les 1.
Deze slide heeft geen instructies