Windturbines, Kopenhagen, 2022 (foto: Kritzolina, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Examentraining
Elektrische energie: zo pak je examenvragen aan
Windturbines, Kopenhagen, 2022 (foto: Kritzolina, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Examentraining
Elektrische energie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Kritzolina / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Wat ga je kunnen?
Ik kan rekenen aan vermogen, energie in J en kWh en rendement, en opwekking, opslag en energiedichtheid vergelijken.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven en gevraagd? Zet alles in SI-eenheden of in kW en h.
2. Eenheden: W en s geven J, kW en h geven kWh. Reken mA en minuten om.
3. Kies: P = U·I, E = P·t of η = Enuttig/Ein.
4. Reken en controleer: juiste aantal significante cijfers en de eenheid.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Vraagtype 1: vermogen en energie
P = U·I met P in W, U in V en I in A.
E = P·t geeft J bij W en s, en kWh bij kW en h.
Reken minuten om naar uren of seconden.
Syllabus G1.3: P = U·I en E = P·t.
Een waterkoker op 230 V neemt 8,7 A op. Bereken het vermogen.
26 W
2,0·10³ W
2,0·10² W
2,0·10³ A
P = U·I = 230 × 8,7 = 2001 W, dus 2,0·10³ W (twee significante cijfers). Afleiders: U/I (26), een macht fout (2,0·10²) en de verkeerde eenheid (A in plaats van W). Controle: 2,0·10³/230 = 8,7. Syllabus G1.3.
Oven 2,4 kW, 45 min aan. Bereken E in kWh.
t = 45 min = 0,75 h. E = P·t = 2,4 × 0,75 = 1,8 kWh. Verwachte fout: 45 niet omrekenen naar uren (108 kWh). Controle: 1,8/2,4 = 0,75 h. Syllabus G1.3.
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Vraagtype 2: kosten en kWh naar J
Kosten = verbruik in kWh × prijs per kWh.
1 kWh = 3,6·10⁶ J, dus 3,6·10⁶ J = 1 kWh.
De prijs en andere gegevens staan in de opgave.
Syllabus G1.3: energiegebruik in kWh en J, kosten.
Een huishouden gebruikt 3,0·10³ kWh per jaar à 0,30 euro per kWh. Bereken de kosten.
1,0·10⁴ euro
90 euro
3,0·10³ euro
9,0·10² euro
Kosten = 3,0·10³ × 0,30 = 9,0·10² euro. Afleiders: delen in plaats van vermenigvuldigen (1,0·10⁴), komma verkeerd (90) en de prijs vergeten (3,0·10³). Controle: 900/0,30 = 3,0·10³. Syllabus G1.3.
De kWh-meter loopt in 24,0 h op van 4521,6 naar 4533,6 kWh. Bereken het vermogen.
0,500 kW
288 kW
12,0 kW
2,00 kW
Verbruik = 4533,6 - 4521,6 = 12,0 kWh. P = E/t = 12,0/24,0 = 0,500 kW (gemiddeld). Afleiders: vermenigvuldigen (288), het verbruik als vermogen (12,0) en t/E (2,00). Controle: 0,500 × 24,0 = 12,0. Syllabus G1.3, context kWh-meter.
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Vraagtype 3: rendement van een apparaat
η = Enuttig/Ein = Pnuttig/Pin, zonder eenheid.
Pin = Pnuttig + Pwarmte: de rest van het vermogen wordt warmte.
Kijk goed welke energie nuttig is: licht, beweging of warmte.
Syllabus G1.3: rendement elektromotor en lichtbronnen.
Een elektromotor (η = 0,80) neemt 1,5 kW op en draait 2,0 h. Bereken Enuttig in kWh.
3,0 kWh
0,60 kWh
2,4 kWh
3,8 kWh
Ein = P·t = 1,5 × 2,0 = 3,0 kWh. Enuttig = η·Ein = 0,80 × 3,0 = 2,4 kWh. Afleiders: η vergeten (3,0), het deel dat warmte wordt (0,60) en delen door η (3,8). Controle: 2,4/3,0 = 0,80. Syllabus G1.3.
Lamp: 6,0 W op, 1,5 W licht. Warmte in W?
Pwarmte = Pin - Pnuttig = 6,0 - 1,5 = 4,5 W. Verwachte fout: 1,5 als antwoord geven (dat is het licht) of delen. Controle: 4,5 + 1,5 = 6,0. Syllabus G1.3.
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Vraagtype 4: opslag en energiedichtheid
Gegeven voor deze opgave: een accu heeft 0,90·10⁶ J/kg en benzine 4,6·10⁷ J/kg.
Evenveel energie betekent een grotere massa bij een lagere energiedichtheid.
Bij opslaan en terugwinnen gaat bij elke omzetting energie als warmte verloren.
Syllabus G1.5: energiedichtheid, opslagvormen, elektrolyse.
Accu 0,90·10⁶ J/kg, benzine 4,6·10⁷ J/kg. Hoeveel kg accu geeft evenveel als 1,0 kg benzine?
0,020 kg
4,1·10¹³ kg
51 kg
1,0 kg
Massa = (4,6·10⁷ J)/(0,90·10⁶ J/kg) = 51 kg. Afleiders: omgekeerd gedeeld (0,020), de dichtheden vermenigvuldigd (4,1·10¹³) en denken dat de massa gelijk is (1,0). Controle: 51 × 0,90·10⁶ = 4,6·10⁷. Syllabus G1.5, energiedichtheid.
Wind wordt waterstof (elektrolyse) en weer stroom (brandstofcel). Wat klopt?
Onderweg gaat energie als warmte verloren
Alle elektrische energie komt volledig terug
Er komt meer elektrische energie terug
De warmte telt niet mee in de energiebalans
Bij elke omzetting wordt een deel warmte; het rendement van de hele keten is kleiner dan 1. Afleiders: volledig terug, meer terug (strijdig met energiebehoud) en warmte negeren. Syllabus G1.4 en G1.5.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Vermogen en energie
Kosten en kWh naar J
Rendement van een apparaat
Opslag en energiedichtheid
Bespreek het meest gekozen type nog een keer.
EXAMENSTOF · G1 · ELEKTRICITEIT
Tips voor op het examen
Schrijf bij elke opgave eerst de eenheden op: W en s geven J, kW en h geven kWh.
Reken minuten, mAh en kW altijd om voordat je invult.
Een rendement is nooit groter dan 1: controleer of je Pnuttig/Pin hebt genomen.
Geef je antwoord met het juiste aantal significante cijfers en de eenheid.
Deze slide heeft geen instructies