2.1 Water is overal

hst2 Water
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 25 min

Onderdelen in deze les

hst2 Water

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

H2.1   Water is overal
Wat moet je kennen:
- Functies van water
- Verschillende soorten water
- Berekenen van concentraties

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen 
  1.  Je kunt beschrijven wat de functie van water is bij gebruik tijdens wassen, oplossen en het bereiden van voedsel.
     
  2. Je kunt verschillen in samenstelling noemen tussen drinkwater, zeewater, oppervlaktewater, grondwater en gedestilleerd water.

  3. Je kunt de concentratie van een stof in een oplossing berekenen.

Slide 4 - Tekstslide

Wat weten jullie scheikundig
gezien al over water?

Slide 5 - Woordweb

Toepassingen van water
- drinkwater
- oplosmiddel
- spoelmiddel
- hulp bij bereiding van voedsel

6300L pp pd (2% huishouden)

Slide 6 - Tekstslide

Hoeveel liter water denk je dat nodig is voor de productie van 1 kg rundvlees?
A
15,5 liter
B
155 liter
C
1.550 liter
D
15.500 liter

Slide 7 - Quizvraag

Water als thermostaat
In het water blijft aardig wat energie zitten. Warmte. 

Dit komt door de warmte van de zon. Als er weinig water op aarde zou zijn, zou het op sommige plekken ontzettend warm zijn, en op ander plekken heel koud. 

Het water werkt als een soort buffer. 

Slide 8 - Tekstslide

Drinkwater
Ons lichaam bestaat voor ongeveer 65% uit water. Dagelijks verlies je ongeveer 2,5 liter water. Dit moet worden aangevuld. 

Hiervoor gebruik je drinkwater. Drinkwater bestaat uit water en toegevoegde zouten. Water zonder deze toegevoegde zouten is niet goed voor je. Als je alleen maar gedestilleerd water zou drinken, zou je lichaam zout uit je reserves moeten halen. 

Slide 9 - Tekstslide

Wat is gedestilleerd water ?
  • Gedestilleerd water is water dat gedestilleerd is. 
  • Door water te destilleren krijg je zuiver water.
  • Scheikundigen gebruiken altijd gedestilleerd water (geen kraanwater), zodat we zeker weten dat kalk, mineralen de proef niet verstoren. 

Slide 10 - Tekstslide

Gedestilleerd water
Gedestilleerd water kun je uit kraanwater maken met behulp van een destillatieopstelling. Zie de tekening hiernaast.

Slide 11 - Tekstslide

Gedestilleerd water = demiwater
Zuiver water, bestaat uit alleen maar water moleculen.

Slide 12 - Tekstslide

Wat is gedestilleerd water?
A
Ander woord voor drinkwater
B
Schoon water
C
Water zonder zout
D
Zuiver water, zonder zouten en mineralen

Slide 13 - Quizvraag

Gedestilleerd water heeft een:
A
Kookpunt
B
Kooktraject

Slide 14 - Quizvraag

Grondwater
De grond zuivert het water
Rijk aan zouten
Beste voor het maken van drinkwater

Slide 15 - Tekstslide

Oppervlakte water
Meer zout dan grondwater
Veel verontreinigingen

Slide 16 - Tekstslide

0

Slide 17 - Video

Dit water vind je heel diep in de aarde
A
grondwater
B
oppervlaktewater
C
gedestilleerd water
D
regenwater

Slide 18 - Quizvraag

Hoe heet het water die uit alleen watermoleculen bestaat?
A
zuiver water
B
gedestilleerd water
C
kraan water
D
zeewater

Slide 19 - Quizvraag

Van welk soort water kan het beste drinkwater gemaakt worden?
A
grondwater
B
oppervlaktewater
C
zeewater
D
gedestilleerd water

Slide 20 - Quizvraag

Dit water vind je in oceanen, rivieren, meren, beekjes en slootjes
A
grondwater
B
oppervlaktewater
C
gedestilleerd water
D
regenwater

Slide 21 - Quizvraag

Dit water bevat het meeste zout
A
grondwater
B
oppervlaktewater
C
gedestileerd water
D
zeewater

Slide 22 - Quizvraag

Concentratie
Sterke kleur > hoge concentratie
geen/lichte kleur > lage concentratie

Slide 23 - Tekstslide

concentratie berekenen
  •  In een formule noteer je dat zo:


concentratie geeft aan hoeveel van een stof in het totale mengsel aanwezig is.
In het linker glas is de concentratie van de vaste stof in het mengsel veel kleiner dan in het rechter glas.

Slide 24 - Tekstslide

ORS is een oplossing van zouten en suiker in water. De stof wordt toegediend aan patiënten met uitdrogingsverschijnselen.
Een glas ORS van 0,20 L bevat onder andere 0,50 g keukenzout. Bereken de concentratie keukenzout in ORS.
A
2 g/L
B
4 g/L
C
2,5 g/L
D
0,4 g/L

Slide 25 - Quizvraag

Lees: H2.1 Water is overal

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Maak nu: alle opdrachten die horen bij H2.1 

Gebruik hierbij de theorie van het boek. 

Slide 29 - Tekstslide