Wat: Je krijgt van mij een A4'tje met daarop een tekst die gaat over twee meiden die een shoplog hebben gemaakt. Ook krijg je een kopie van de vocabulairelijsten.
Met wie: Met degene naast je (in tweetallen dus).
Hoe? Opdracht: Lees globaal de tekst door en markeer/omcirkel de woorden in de tekst die je (her)kent.