4.1 Future

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Future

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Tekstslide

Future
simple present (hele werkwoord / werkwoord + s) 

gebruik: bij vaste tijden (dienstregelingen, openingstijden, aankomst- of vertrektijden)

The plane leaves at 11 o'clock. 
This store closes at five. 

Slide 4 - Tekstslide

Future
present continuous (am/are/is + werkwoord + ing) 

gebruik: bij afspraken of plannen waarvoor er voorbereidingen zijn gemaakt

This holiday we are flying to New York. (the tickets are already booked)
We are getting married next month. 

Slide 5 - Tekstslide

Future
am/are/is going to + hele werkwoord

gebruik: bij een bestaand plan, als er 'bewijs' is dat er iets gaat gebeuren

She is going to buy a new dress this afternoon.
Look at those clouds! It is going to rain. 

Slide 6 - Tekstslide

Future
will + hele werkwoord

gebruik: iets gaat in de toekomst gebeuren, als je je iets voorneemt op het moment van spreken, na een wens/hoop/belofte/veronderstelling

They will go to college after the summer holidays.
I think I will visit my grandparents this afternoon.
I hope he will come to my party. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

My ski instructor believes it ____(snow) in the mountains tomorrow evening.

Slide 11 - Open vraag

Look at the clouds - it ______(rain) in a few minutes.

Slide 12 - Open vraag

The train ____(leave) at 11.45

Slide 13 - Open vraag

At 8 o'clock I ___(meet) my friend.

Slide 14 - Open vraag

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Any questions?
Go to your OfCourse workbook. Do exercises 4.1 #10 and #11.

Slide 20 - Tekstslide