Oefenexamen

                                                          Welkom!


oefenexamen
mbo niveau 4
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 150 min

Onderdelen in deze les

                                                          Welkom!


oefenexamen
mbo niveau 4

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat vertelt het cijfer dat je haalt voor het oefenexamen?
Het cijfer dat je haalt voor dit oefenexamen vertelt je of je de lesstof beheerst.
Maar het vertelt je ook of je kan laten zien dat je de lesstof beheerst. Dat doe je door een berekening te maken of uitleg te geven. Wordt daar om gevraagd? Doe dat dan ook!

Veel succes! 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Hoe maak je deze toets?
1. Ga op een rustige plek zitten.
2. Leg kladpapier en een rekenmachine klaar.
3. Zorg ervoor dat je een uur lang niet wordt gestoord.
4. Lees de teksten en bekijk de afbeeldingen zorgvuldig.
5. Klik na iedere opdracht op Bewaren, Volgende of 
6. Druk op Lever in nadat je alle vragen hebt beantwoord. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Opdracht 1 [4p]
Milo maakt een wandeling door de Rocky Mountains.
Het is een wandeling van 6 mijl. Door de warmte
halveert zijn wandeltempo ten opzichte van het
gemiddelde.

Bereken hoeveel uur Milo over de wandeling doet.


1 mijl = 1,609344 km 
Rocky Hike
€ 79,00

Slide 4 - Tekstslide

Bepaal gem. wandeltempo
5 km/uur. [1p]

Bereken wandeltempo bij warmte
5 : 2 = 2,5 km/uur [1p]

Reken afstand om van 6 mijl naar km
6 x 1,609344 = 9,656064 km [1p]

Bereken de wandeltijd
9,656064 : 2,5 = 3,8624256 uur [1p]




Bereken hoeveel uur Milo over de wandeling doet.



Tip
Rond bij het examen alleen af als daar om wordt gevraagd.

Slide 5 - Open vraag

Bepaal gem. wandeltempo
5 km/uur. [1p]

Bereken wandeltempo bij warmte
5 : 2 = 2,5 km/uur [1p]
 
Reken afstand om van 6 mijl naar km
6 x 1,609344 = 9,656064 km [1p]

Bereken de wandeltijd
9,656064 : 2,5 = 3,8624256 uur [1p]






Opdracht 2 [3p]
Tijdens een reis gaat Mo een parachutesprong
maken. Die bestaat uit een vrije val en een
parachutevlucht.

Bereken de gemiddelde snelheid van de
vrije val in kilometer per uur. Rond af op
een heel getal.

Slide 6 - Tekstslide

Reken om van m naar km
800 : 1000 = 0,8 km [1p]

Bereken de snelheid in km/sec
0,8 : 20 = 0,04 km/sec [1p]

km    0.8      0.04    144 km
tijd    20s      1 s      3600 = 1 uur   

Bereken de snelheid in km/uur
0,04 x 3600 = 144 km/uur [1p]



Bereken de snelheid in kilometer per uur waarmee Mo naar beneden valt. Rond af op een heel getal.


Tip
Wordt er gevraagd om een berekening? Geef die dan ook!

Slide 7 - Open vraag

Reken om van m naar km
800 : 1000 = 0,8 km [1p]

Bereken de snelheid in km/sec
0,8 : 20 = 0,04 km/sec [1p]

Bereken de snelheid in km/uur
0,04 x 3600 = 144 km/uur [1p]

Opdracht 3 [4p]
Lina en Mae huren samen deze etage
van een studentenhuis. Ze kopen alleen
voor slaapkamer 2 laminaat. Die wordt
verkocht in pakken van 4 m2.

Bereken hoeveel pakken laminaat Lina
en Mae moeten kopen. Rond je
antwoord naar boven af.



5,6 m
8,4 m

Slide 8 - Tekstslide

Bereken opp. kamer 2 + badkamer
5,6 x 4,2 = 23,52 m2 [1p]

Schat de opp. van badkamer
2 x 2 = 4 m2 (2-3) [1p]

Bereken opp. slaapkamer 2 - badkamer
23,52 - 4 = 19,52 m2 [1p]

Bereken pakken laminaat
19,52 : 4 = 4,88 pakken [1p]

Rond naar boven af
4,88 = 5 pakken [1p]



Bereken hoeveel pakken laminaat Lina en Mae moeten kopen?
Rond je antwoord naar boven af.
Tip
Lastig berekenen? Teken het!

Slide 9 - Open vraag

Bereken opp. kamer 2 + badkamer
5,6 x 4,2 = 23,52 m2 [1p]

Schat de opp. van badkamer
2 x 2 = 4 m2 (2-3) [1p] 

Bereken opp. slaapkamer 2 - badkamer
23,52 - 4 = 19,52 m2 [1p]

Bereken pakken laminaat
19,52 : 4 = 4,88 pakken [1p]

Rond naar boven af
4,88 = 5 pakken [1p]

Opdracht 4 [4p]
Jordi haalt zijn baas op bij gebouw B en
daarna rijden ze samen naar gebouw D.
Hij kiest de kortste route.

Beschrijf de route die Jordi moet rijden
vanaf de inrit. Gebruik daarbij richtingen,
windrichtingen en herkenningspunten.


Slide 10 - Tekstslide

Vind je het lastig om de windrichtingen te gebruiken? Vermeld dan welke straat naar links of rechts en de herkenningspunten!

Voorbeeldantwoord

Jordi rijdt de oprit op.
Hij neemt de tweede straat links.
Hij rijdt richting het zuidoosten.
Hij neemt de tweede straat rechts.
Hij rijdt richting het zuidwesten.
Hij haalt zijn baas op bij gebouw B.
Hij gaat bij de bosjes naar rechts.
Daarna meteen naar links.
Hij gaat bij de bosjes naar rechts.
Hij rijdt richting het noordwesten.
Hij passeert gebouw C.
Gebouw D bevindt zich rechts.

Correct gebruik richtingen? [ 1p]
Correct gebruik windrichtingen? [1p]
Correct gebruik herkenningspunten? [1p]
Route van begin tot eind? [1p]

Beschrijf de route die Jordi moet rijden vanaf de inrit.
Gebruik daarbij richtingen, windrichtingen en herkenningspunten.
Tip
Drie eisen? Minimaal drie punten!

Slide 11 - Open vraag

Vind je het lastig om de windrichtingen te gebruiken, vermeld dan welke straat naar links of rechts en de herkenningspunten!

Voorbeeldantwoord

  • Jordi rijdt de oprit op.
  • Hij neemt de tweede straat links.
  • Hij rijdt richting het zuidoosten.
  • Hij neemt de tweede straat rechts.
  • Hij rijdt richting het zuidwesten.
  • Hij haalt zijn baas op bij gebouw B.
  • Hij gaat bij de bosjes naar rechts.
  • Daarna meteen naar links.
  • Hij gaat bij de bosjes naar rechts.
  • Hij rijdt richting het noordwesten.
  • Hij passeert gebouw C.
  • Gebouw D bevindt zich rechts.
Correct gebruik richtingen? [ 1p]
Correct gebruik windrichtingen? [1p]
Correct gebruik herkenningspunten? [1p]
Route van begin tot eind? [1p]

Opdracht 5 [4p]
Mounir is dol op vanille. In zijn nieuwe recept
voor muffins gebruikt hij zuivere vanillesuiker.

Welke verpakking met vanillesuiker is de
voordeligste aankoop? Licht je antwoord 
toe met een berekening. 
 16 mg          50 mg          30 mg  

Slide 12 - Tekstslide

Bereken kosten van 1 g Madagaskar
€ 3,95 : 16 = € 0,25 [1p]

Bereken kosten van 1 g Java
€ 8,95 : 50 = € 0,18 [1p]

Bereken kosten van 1 g Mexico
€ 4,95 : 30 = € 0,17 [1p]

En beantwoord de vraag!
Mexico is de voordeligste. [1p]



Welke verpakking met vanillesuiker is de voordeligste aankoop?
Licht je antwoord toe met een berekening.
Tip
Drie verpakkingen? Drie berekeningen. Drie punten! 

Slide 13 - Open vraag

Bereken kosten van 1 g Madagaskar
€ 3,95 : 16 = € 0,25 [1p]

Bereken kosten van 1 g Java
€ 8,95 : 50 = € 0,18 [1p]

Bereken kosten van 1 g Mexico
€ 4,95 : 30 = € 0,17 [1p]

En beantwoord de vraag!
Mexico is de voordeligste. [1p]

Opdracht 6 [4p]
Delila besteld kopieerpapier voor het
wijkcentrum. Ze heeft acht pakken
papier nodig.

Bij aankoop van hoeveel pakken is code
GOUD voordeliger? Licht je antwoord
toe met een berekening. 

Slide 14 - Tekstslide

Bereken verschil bij 4 pakken
Z € 5,29 x 3 = € 15,87
G € 4,85 x 4 = € 19,40 [1p]

Bereken verschil bij 8 pakken
Z € 5,29 x 6 = € 31,74
G € 4,35 x 8 = € 34,80 [1p]

Bereken verschil bij 12 pakken
Z € 5,29 x 9 = € 47,71
G € 3,95 x 12 = € 47,40 [1p]

En beantwoord de vraag!
Bij 12 of meer pakken is GOUD de voordeligste. [1p]



Bij aankoop van hoeveel pakken is code GOUD voordeliger?
Licht je antwoord toe met een berekening.
Tip
Drie codes? Drie berekeningen. Drie punten! 

Slide 15 - Open vraag

Bereken verschil bij 4 pakken
Z € 5,29 x 3  = € 15,87 
G € 4,85 x 4 = € 19,40 [1p]

Bereken verschil bij 8 pakken
Z € 5,29 x 6 = € 31,74
G € 4,35 x 8 = € 34,80 [1p]

Bereken verschil bij 12 pakken
Z € 5,29 x 9 = € 47,71 
G € 3,95 x 12 = € 47,40 [1p]

En beantwoord de vraag!
Bij 12 of meer pakken is GOUD de voordeligste. [1p]

Opdracht 7 [5p]
Nada is op zoek naar een zwembadje voor haar 
kinderen. In de winkel ziet ze naast model Lolly
nog twee andere modellen:

Model Bubble 130 x 130 x 45 cm
Model Sugar   140 x 140 x 50 cm

Welk badje heeft ongeveer 30% meer inhoud dan
badje Lolly? Toon dit aan met een berekening. 
 





Model Lolly

Slide 16 - Tekstslide

Bereken de inhoud van Lolly
120 x 120 x 40 = 576 000 cm3 [1p]

Bereken 130% van de inhoud van Lolly
576000 : 100 x 130 = 748 800 liter [1p]

Bereken de inhoud van Bubble
130 x 130 x 45 = 760 000 cm3 [1p]

Bereken de inhoud van Sugar
140 x 140 x 50 = 980 000 cm3 [1p]

Beantwoord de vraag
Bubble heeft ongeveer 30% meer inhoud dan Lolly. [1p]




Welk badje heeft ongeveer 30% meer inhoud dan badje Lolly?
Toon dit aan met een berekening.
Tip
Drie zwembaden? Drie berekeningen. Drie punten!

Slide 17 - Open vraag

Bereken de inhoud van Lolly
120 x 120 x 40 = 576 000 cm3 [1p]

Bereken 130% van de inhoud van Lolly
576000 : 100 x 130 = 748 800 liter [1p]

Bereken de inhoud van Bubble
130 x 130 x 45 = 760 000 cm3 [1p]

Bereken de inhoud van Sugar
140 x 140 x 50 = 980 000 cm3 [1p]

Beantwoord de vraag
Bubble heeft ongeveer 30% meer inhoud dan Lolly. [1p]


Opdracht 8 [3p]
Milan investeert in Bitcoin. Hij verwacht dat de
waarde van zijn investering ieder jaar met 3,5%
zal stijgen.

Bereken wat Milans' investering na drie jaar
waard is als zijn verwachting uitkomt. Rond
al je antwoorden af op twee decimalen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Bereken wat Milans' investering na drie jaar waard is als zijn verwachting uitkomt. Rond al je antwoorden af op twee decimalen.
Tip
Drie jaren? Drie berekeningen. Drie punten! 

Slide 19 - Open vraag

Bereken de stijging na 1 jaar
4033,28 : 100 x 103,5 = € 4174,444 [1p]

Bereken de stijging na 2 jaar
4174,44 : 100 x 103,5 = € 4320,545 [1p]

Bereken de stijging na 3 jaar
4320,55 : 100 x 103,5 = € 4471,77 [1p]



Bereken wat Milans' investering na drie jaar waard is als zijn verwachting uitkomt. Rond al je antwoorden af op twee decimalen.
Tip
Drie jaren? Drie berekeningen. Drie punten! 

Slide 20 - Open vraag

Bereken de stijging na 1 jaar
4033,28 : 100 x 103,5 = € 4174,444 [1p]

Bereken de stijging na 2 jaar
4174,44 : 100 x 103,5 = € 4320,545 [1p]

Bereken de stijging na 3 jaar
4320,55 : 100 x 103,5 = € 4471,77 [1p]

Opdracht 9 [3p]
Maria woont in een flat. Ze verbruikt per
maand voor € 88,14 aan elektriciteit. Ze
vergelijkt haar maandelijkse lasten met
die van de gemiddelde student. 

Bereken hoeveel Maria maandelijks minder
kwijt is aan gas, water en elektriciteit dan
gemiddeld. 

Slide 21 - Tekstslide

Bereken kosten Maria
102,50 + 12,36 + 88,14 = € 203 [1p]

Bereken kosten gemiddeld
155 + 88 + 10 = € 253 [1p]

Bereken verschil
253 - 203 = € 50 [1p]



Bereken hoeveel Maria maandelijks minder kwijt is aan gas, water en elektriciteit dan gemiddeld.

Slide 22 - Open vraag

Bereken kosten Maria
102,50 + 12,36 + 88,14 = € 203 [1p]

Bereken kosten gemiddeld
155 + 88 + 10 = € 253 [1p]

Bereken verschil
253 - 203 = € 50 [1p]

Opdracht 10 [4p]
Er zitten 400 studenten verdeeld over vier gebouwen.
De onderwijsmanager van gebouw A heeft als doel dat
75% van haar studenten de vragenlijst invult.

Bereken hoeveel studenten van gebouw A de vragenlijst
nog moeten invullen om dat doel te bereiken.

Slide 23 - Tekstslide

Bereken totaal aantal studenten van gebouw A. 30 % van 400
400 : 100 x 30 = 120 studenten [1p]

Bereken 75% van totaal aantal
120 : 100 x 75 = 90 studenten [1p]

Bereken huidig aantal invullers
120 : 5 x 3 = 72 studenten [1p]

Bereken benodigd aantal
90 - 72 = 18 studenten [1p]




Bereken hoeveel studenten van gebouw A de vragenlijst nog moeten invullen om dat doel te bereiken.

Slide 24 - Open vraag

Bereken totaal aantal studenten
400 : 100 x 30 = 120 studenten [1p]

Bereken 75% van totaal aantal
120 : 100 x 75 = 90 studenten [1p]

Bereken huidig aantal invullers
120 : 5 x 3 = 72 studenten [1p]

Bereken benodigd aantal
90 - 72 = 18 studenten [1p]

Opdracht 11 [3p]
Dana doet een onderzoek naar de zorguitgaven 
van ouderen per leeftijdsgroep.


Bereken de gemiddelde zorguitgaven van een 
oudere van 75-85 jaar. Rond je antwoord af
op een heel getal.

Slide 25 - Tekstslide

Bereken het aantal 75-85 jarigen
3 100 000 : 100 x 31 = 961.000 [1p]

Bereken de kosten per 75-85-jarige
10 000 000 000 : 961.000 = € 10405,8273.. [1p] 

Rond af op een heel getal
10.405,8273 = € 10406 [1p]






Wat zijn de gemiddelde zorguitgaven van een oudere van 75-85 jaar?
Rond je antwoord af op een heel getal.

Slide 26 - Open vraag

Bereken het aantal 75-85 jarigen
3 100 000 : 100 x 31 = 961.000 [1p]

Bereken de kosten per 75-85-jarige
10 000 000 000 : 961.000 = € 10405,8273.. [1p]

Rond af op een heel getal
10.405,8273 = € 10406 [1p]


Bonusopdracht [1p]
Dana doet een onderzoek naar de zorguitgaven 
van ouderen per leeftijdsgroep.


Hoeveel procent van de Nederlanders
is ouder dan 65 jaar?

Slide 27 - Tekstslide

Bepaal wat 100% is
Dat is ongeveer 17 miljoen.

Bereken 1%
17 000 000 : 100 = 170 000 [1p]

Bereken % bij 3 100 000
3 100 000 : 170 000 = 18% [1p]

OF
3.100.000 : 17.000.000 = 0.18 x 100= 18%





Hoeveel procent van de Nederlanders is ouder dan 65 jaar?
A
18%
B
22%
C
24%
D
26%

Slide 28 - Quizvraag

Bepaal wat 100% is
Dat is ongeveer 17 miljoen.

Bereken 1%
17 000 000 : 100 = 170 000 [1p]

Bereken % bij 3 100 000
3 100 000 : 170 000 = 18% [1p]

OF

3.100.000 : 17.000.000 = 0.18 x 100= 18%




Dit is het eind van de toets.

Hoe goed denk je zelf dat je de lesstof beheerst?
A
Heel goed.
B
Goed.
C
Voldoende.
D
Onvoldoende.

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies






Welk cijfer denk je zelf dat je hebt behaald voor deze toets?
A
Hoger dan een 8.
B
Tussen de 6 en de 8.
C
Tussen de 4 en de 6.
D
Lager dan een 4.

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies