B&L begeleider deel 2 leereenheid 1 Sport en opvoeding

Sport en Gedrag P3
Leereenheid 1: Sport en opvoeding
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
BewegingsonderwijsMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Sport en Gedrag P3
Leereenheid 1: Sport en opvoeding

Slide 1 - Tekstslide

Inleiding
Ze zeggen wel eens dat sport ook een vormende waarde heeft. Hier bedoelen ze mee dat je bijvoorbeeld niet alleen goed leert volleyballen of tafeltennissen maar ook:

  • Omgaan met winst en verlies
  • Samenwerken
  • Discipline
  • Op tijd komen

Slide 2 - Tekstslide

Wat is opvoeden?
Opvoeden is een kunst. Iedereen doet het maar niet iedereen kan het even goed. De wetenschap die het opvoeden bestudeert, heet pedagogiek.

Er zijn een heleboel mensen (ouders, docenten, sportleiders) die kinderen opvoeden. Iedereen heeft zijn eigen ideeën hoe dit moet

Slide 3 - Tekstslide

Wat is opvoeden?

Slide 4 - Open vraag

Opvoeden is
https://youtu.be/9WiqSJ2uOFA

Slide 5 - Tekstslide

Wat is opvoeden?
Wat wordt met het begrip handelen bedoeld?
A
Het geven van complimenten, straffen of een goed gesprek
B
Als opvoeder nadenken waarom je dingen doet of wilt.
C
Het kind accepteert de opvoeder als gezagsfiguur
D
Het doel van opvoeden is volwassen worden en je zo gedragen

Slide 6 - Quizvraag

Wat is opvoeden?
Wat wordt met het begrip bewust bedoeld?
A
Het geven van complimenten, straffen of een goed gesprek
B
Als opvoeder nadenken waarom je dingen doet of wilt.
C
Het kind accepteert de opvoeder als gezagsfiguur
D
Het doel van opvoeden is volwassen worden en je zo gedragen

Slide 7 - Quizvraag

Wat is opvoeden?
Wat wordt met het begrip doel bedoeld?
A
Het geven van complimenten, straffen of een goed gesprek
B
Als opvoeder nadenken waarom je dingen doet of wilt.
C
Het kind accepteert de opvoeder als gezagsfiguur
D
Het doel van opvoeden is volwassen worden en je zo gedragen

Slide 8 - Quizvraag

Het doel van opvoeden
Het doel van opvoeden is:

  • Het kind beïnvloeden in zijn ontwikkeling op weg naar volwassenheid
  • Zelfstandig worden
  • Verantwoordelijkheid kunnen nemen
  • Zelf kunnen bepalen wat je doet en wilt

Slide 9 - Tekstslide

Het doel van opvoeden

Wanneer ben je nu volwassen?

Slide 10 - Open vraag

Het doel van opvoeden
Wanneer ben je nu volwassen?

Dit heeft vaak te maken met de begrippen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid te maken. Andere kenmerken zijn:
  • Een levensdoel voor ogen hebben
  • Je bent zelfstandig, zowel praktisch maar ook in sociaal emotioneel opzicht
  • Je bent minder beïnvloedbaar

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Opvattingen over opvoeden
In de loop der jaren zijn er diverse opvattingen geweest hoe je een kind moet opvoeden. Factoren die dit beïnvloeden zijn: 


  • Visie op het kind
  • De cultuur waarin je opgroeit
  • De persoonlijke waarden en normen van de opvoeders

Slide 13 - Tekstslide

Je persoonlijke waarden en normen
Hoe iemand wordt opgevoed heeft veel te maken met de normen en waarden van de opvoeder. Ieder heeft zijn eigen idee wat goed en wat fout is voor een kind. 

Wees je bewust van je eigen normen en waarden. Je kunt deze niet altijd "opdringen" aan de kinderen die je begeleidt. 

Slide 14 - Tekstslide

Wat zijn jouw eigen normen en waarden die je als sportleider over wilt dragen op de kinderen?

Slide 15 - Open vraag




Einde les 1

Slide 16 - Tekstslide

Begeleiden en lesgeven
Leereenheid 1: Sport en opvoeding


                                                                                                                        Les 2

Slide 17 - Tekstslide

Opvattingen over opvoeden
Er zijn ook bassischolen die een specifieke opvattingen hebben over opvoeden. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

Slide 18 - Tekstslide

Vrijeschool

  • Aandacht voor natuur en seizoenen
  • Geborgenheid is belangrijk 
  • Kinderen krijgen veel aandacht en liefde

Er is een vast ritme in de dag, week, jaar. 
Montessorischool

  • Kinderen veel zelf laten onderzoeken
  • Elk kind doorloopt dezelfde fasen
  • Elk kind leert en werkt op eigen tempo en niveau.

Kinderen van veel leeftijden zitten in één groep. Gaat niet om leeftijd maar om ontwikkelingsniveau. 

Slide 19 - Tekstslide

Daltonschool:

Wordt gewerkt met drie principes:
  • Vrijheid
  • Zelfwerkzaamheid
  • Samenwerken
Kinderen krijgen aan het begin van de week een taak die aan het einde af moet zijn. De docent is vooral een persoonlijke coach
Jenaplanschool

  • God, natuur en de medemens zijn belangrijke thema's
  • Gezamenlijke vieringen zijn belangrijk
De dag wordt begonnen met een kringgesprek. Kinderen zitten in stamgroepen zodat kinderen elkaar kunnen helpen.

Slide 20 - Tekstslide

Opvoeding door de sport
Vandaag de dag wordt sport beschouwd als een belangrijk opvoedingsmiddel.


Toch ziet de overheid dat het ook regelmatig misgaat binnen de sport. Door vandalisme, discriminatie en seksuele intimidatie binnen de sport, worden waarden en normen overtreden!

Slide 21 - Tekstslide

Welke bijdrage lever jij
als sportleider?

Slide 22 - Woordweb

Opvoeding door de sport
Sport heeft dus een grote opvoedkundige waarde. Belangrijke uitganspunten voor jouw als sportleider zijn:

  1. We helpen elkaar
  2. We vertrouwen elkaar
  3. Niemand doet zielig
  4. We lachen elkaar niet uit
  5. Niemand speelt de baas
  6. We hebben respect voor onszelf en anderen

Slide 23 - Tekstslide

Pedagogische mogelijkheden
Pedagogische mogelijkheden van de sportleider zijn:

  • Het optimaliseren van het opvoedingsklimaat
  • Bewust vormgeven van de opvoedingsrelatie
  • Juist hanteren van opvoedingsmiddelen


Slide 24 - Tekstslide

Pedagogische mogelijkheden
Het optimaliseren van het opvoedingsklimaat

Dit betekent dat je een gunstige omgeving creëert waarin het kind als vanzelf gewenst gedrag gaat vertonen. We noemen dit indirect opvoeden


Voorbeelden zijn:
  • Een rustige omgeving creëren voor een druk kind
  • Als je kinderen structuur wilt bieden, werk met vaste afspraken


Slide 25 - Tekstslide

Hoe kan je als sportleider
het opvoedingsklimaat
beïnvloeden?

Slide 26 - Woordweb

Pedagogische mogelijkheden
Bewust vormgeven van de opvoedingsrelatie

De relatie met het kind moet zo zijn dat het kind iets van jou wil leren. Er zijn een aantal factoren die kunnen helpen om zo'n relatie goed op te bouwen:

Voorbeelden zijn:
  • Betrokken zijn bij het kind
  • Respect hebben voor het kind
  • Inleven in het kind en duidelijk zijn. 


Slide 27 - Tekstslide

Hoe kan je als sportleider
de opvoedingsrelatie bewust
vormgeven?

Slide 28 - Woordweb

Welke tips geef jij aan mede sportleiders m.b.t. het thema opvoeden?

Slide 29 - Open vraag

Succesfactoren:
De vier succesfactoren voor opvoeden zijn:

  1. Structureren 
  2. Stimuleren
  3. Individueel aandacht geven
  4. Regie overdragen


Slide 30 - Tekstslide




Einde les 2

Slide 31 - Tekstslide