10.1 Opgroeien [les 2]

Welkom
Tas van tafel
Laptop pakken
Ga in deze Lesson-Up
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom
Tas van tafel
Laptop pakken
Ga in deze Lesson-Up

Slide 1 - Tekstslide

Hoort het bij lichamelijke of geestelijke verandering ?
Tanden wisselen
A
Lichamelijke ontwikkeling
B
Geestelijke ontwikkeling

Slide 2 - Quizvraag

Hoort het bij lichamelijke of geestelijke ontwikkeling?

Jasper leert lopen.
A
lichamelijke ontwikkleing
B
geestelijke ontwikkeling

Slide 3 - Quizvraag

Hoort het bij lichamelijke of geestelijke ontwikkeling?

De baby herkent zijn oma.
A
geestelijk
B
lichamelijk

Slide 4 - Quizvraag

Hormonen zijn:
A
Regelstoffen
B
Voedingsbestanddelen
C
Geslachtskenmerken
D
hormoonklieren

Slide 5 - Quizvraag

Wat regelen je hormonen niet?
A
Slaap
B
Temperatuur
C
Bewegen
D
Voortplanting

Slide 6 - Quizvraag

De hypofyse produceert
A
Testosteron
B
Oestrogenen
C
Hormonen die werking teelballen, eierstokken en groei regelen
D
Zaadcellen en eicellen

Slide 7 - Quizvraag

Leerdoelen 10.1
  • Je leert hoe de groeispurt wordt geregeld in je lichaam 


Slide 8 - Tekstslide

In de uiteinden van lange botten zitten groeischijven van kraakbeen
Hier delen de cellen zich, waardoor botten langer worden.

Slide 9 - Tekstslide

0

Slide 10 - Video

De hypofyse maakt dus een groeihormoon waardoor cellen gaan delen. Gebeurt dit overal in je lichaam evenveel tijdens de pubertijd?
A
Ja
B
Nee

Slide 11 - Quizvraag

Botgroei
Waar? Uiteinden van de pijpbeenderen, kaak, heupen

Wat? Kraakbeencellen zitten in groeischijven. 

Wat gebeurt er als je stopt met groeien? Groeischijven waren van kraakbeen, worden van been

Slide 12 - Tekstslide

Waarom reageert niet elke cel op groeihormonen?
Wat zie je?
Schematische afbeelding van hormonen en cellen met receptoren. Aan bepaalde kraakbeencellen binden de groeihormonen aan de juiste receptor. 

De rest van de cellen heeft niet de juiste receptor. Het groeihormoon kan niet binden. Er gebeurt dus niks met deze cellen.

Welke cel kan deze kraakbeencel voorstellen? 

Slide 13 - Tekstslide

Waardoor reageert een orgaan op een hormoon?
Hormoonklier geeft hormonen die hij maakt af aan het bloed. 

Sommige organen reageren op het hormoon. Dit zijn de doelwitorganen.

De organen die wel reageren hebben de juiste receptor waaraan het hormoon zich kan binden. 

Geen juiste receptor = geen reactie


Slide 14 - Tekstslide

Hoe komt het dat je lichaam een groeispurt doormaakt in de puberteit?
A
De hypofyse maakt groeihormoon waardoor je overal celdeling krijgt.
B
De hypofyse maakt groeihormoon waardoor je celdeling in je botten krijgt.
C
De hypofyse maakt groeihormoon waardoor je celdeling in de groeischijven van je botten krijgt.

Slide 15 - Quizvraag

Wat is de goede volgorde van de celdeling?
A
Celdeling - kerndeling - celgroei
B
celgroei- kerndeling - celdeling
C
Kerndeling - celgroei - celdeling
D
Kerndeling - celdeling - celgroei

Slide 16 - Quizvraag

Lengteverschil
In Nederland zijn mannen gemiddeld 183 cm en vrouwen 170 cm 

Hoe kan dat eigenlijk?

Slide 17 - Tekstslide

Waarom denk jij dat mannen gemiddeld langer zijn dan vrouwen?

Slide 18 - Open vraag

Wat lees je hieruit af?
  • Jongens beginnen op latere leeftijd aan hun groeispurt en zijn daardoor al meer gegroeid als hun groeispurt begint. Ze beginnen dus als ze groter zijn aan de puberteit
  • De groei van de jongens tijdens de groeispurt is vaak sneller. Ze groeien dus meer tijdens de puberteit
  • De groeispurt van de jongens duurt  langer dan bij meisjes.

Slide 19 - Tekstslide

Aan de slag
Wat? Maak van paragraaf 10.1 opdrachten 10 t/m 20

Waarin? In je papieren flexboek. Boek niet mee? Dan maak je het online en schrijf je het thuis over in je flexboek.

Tot wanneer? Om 11:20 gaan we de eerste opdrachten klassikaal bespreken

Niet af? Dan is dit huiswerk (en dus zet je het in je plenda)

Slide 20 - Tekstslide