Schrijfopdracht hoofdzin/bijzin

Schrijfvaardigheid
Hoofdzinnen en bijzinnen
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Schrijfvaardigheid
Hoofdzinnen en bijzinnen

Slide 1 - Tekstslide

TIP
Probeer bij de schrijftoets en de spreektoets verschillende voegwoorden te gebruiken. Let op de volgorde in de zin. 
Is het een van de 5 voegwoorden (EN, DUS, MAAR, OF, WANT)? Dan heb je te maken met 2 hoofdzinnen.
Zo niet, dan volgt er een bijzin en komt het werkwoord achteraan in de zin.

Slide 2 - Tekstslide

Schrijfregels
  • Elke zin begint met een hoofdletter en eindigt met een punt.
  • Je schrijft ook een hoofdletter bij namen (ook van landen, talen en merken, bv. Nike, Adidas)
  • Gebruik komma's en punten. Zie de dia hierna.
  • Probeer verschillende voegwoorden te gebruiken. (en, ook, want, omdat, dus, maar...)
  • Breng opbouw in je tekst aan: gebruik 'eerst', 'daarna' enz.

Slide 3 - Tekstslide

Wanneer gebruik je een komma?
  • tussen twee persoonsvormen (werkwoorden) in een zin. Voorbeeld: Toen ik ging wandelen, zag ik een hond.
  • voor een voegwoord, maar nooit voor EN! Voorbeeld: Hij ging naar huis, omdat hij zijn tas was vergeten.
  • Ik vertel iets, maar ze luistert niet. Zet altijd de komma voor het voegwoord.
  • bij opsommingen: Hij houdt van kaas, vis, drop en ijs.

Slide 4 - Tekstslide

schrijftips
  • Na een tijdsaanduiding (vandaag, morgen, straks, nu, volgende week) plaats je altijd eerst de persoonsvorm (werkwoord)
  • Voorbeeld: Morgen ga ik naar school.
  • Uitdrukking: wij houden een presentatie, wij geven een feest (niet maken) 

Slide 5 - Tekstslide

voegwoorden
  • Schrijven -> B1: gebruik je de volgende voegwoorden: hoewel, tenzij, terwijl, nadat, totdat, zodat, aangezien.
  • Hierna volgt een dia met voorbeeldzinnen. 

Slide 6 - Tekstslide

voegwoorden -> B1
  • Hoewel ik goed heb geleerd voor de toets, ben ik  zenuwachtig.
  • Tenzij het vandaag regent, ga ik zonder jas naar school.
  • Terwijl de leerlingen een toets maken, loopt de docent door de klas.
  • Nadat de les was afgelopen, ging ik naar huis.
  • Totdat het kerstvakantie is, moet ik nog naar school.
  • Ik geef een voorbeeld, zodat de leerlingen de uitleg begrijpen.
  • Aangezien het bijna Sinterklaas is, zijn de kleine kinderen heel druk.

Slide 7 - Tekstslide

Oefenen voor A2: uitnodiging voor je verjaardag
Je schrijft een uitnodiging voor je verjaardag aan je vriend/vriendin. 
Je beschrijft de volgende punten in je uitnodiging:
  • Beantwoord de 5w+1h-vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe
  • Sluit af met een groet en je naam.

Slide 8 - Tekstslide

naar B1: uitnodiging voor een themafeest 
Je schrijft een uitnodiging voor een themafeest. Bedenk zelf een leuk thema.
Je beschrijft de volgende punten in je uitnodiging:
  • antwoorden op de 5w+1h-vragen (Wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe)
  • Bedenk zelf nog andere informatie die belangrijk is.
  • Je tekst bestaat uit minimaal 50 woorden.

Slide 9 - Tekstslide

Creatief Schrijven I
CREATIEF SCHRIJVEN

Slide 10 - Tekstslide

creatief schrijven
  • Verbeelding/fantasie: je mag het zelf bedenken
  • schrijven op je eigen niveau
  • Beschrijvend taalgebruik, voorbeeld: “Het gras voelde zacht onder mijn voeten. De zon schijnt warm op mijn gezicht .”
  • Emotie en sfeer : gevoelens beschrijven, voorbeeld: “Haar hart bonsde in haar borst toen ze de deur langzaam opende.”
  • Zorg voor spanning: beschrijf de situatie langzaam: 'De wind waaide om het huis. De deuren kraakten. Langzaam ging de deur een stukje open. '

Slide 11 - Tekstslide

gesloten einde
Een gesloten einde is een einde waarbij het verhaal volledig wordt afgerond. Alle belangrijke vragen en verhaallijnen worden beantwoord of opgelost, waardoor de lezer een gevoel van afronding en duidelijk heeft.  Er is weinig ruimte voor de fantasie van de lezer.
Kenmerken van een gesloten einde:
  • Duidelijke afronding 
  • Geen open vragen 
  • geeft voldoening (het is af/klaar/duidelijk)
Voorbeeld: een sprookje

Slide 12 - Tekstslide

open einde
Een open einde laat vragen onbeantwoord. Het geeft de lezer ruimte om zelf na te denken over hoe het verhaal verder zou kunnen gaan.
Kenmerken:
  • niet alle vragen worden beantwoord
  • niet alle problemen worden opgelost
  • geeft ruimte voor eigen fantasie, uitleg, discussie


Slide 13 - Tekstslide

creatieve schrijfopdracht
Schrijf een tekst bij de volgende foto. Je gaat een verhaal schrijven met een open einde. De lezer mag zelf het vervolg bedenken. Bedenk  antwoorden op de volgende vragen: 
  • Wie is dat meisje? Waar woont ze? Is ze Nederlands?
  • Wat is er gebeurd voordat ze op die plek was? Waar is deze plek? In Nederland of een ander land? Hoe is ze daar gekomen?
  • Wat is er zo bijzonder aan die aap? Zijn er nog meer dieren?
  • Waarom is het meisje alleen? Waar is haar familie?
  • Gaat ze door het hek naar binnen? Wat gebeurt er dan?  OPEN EINDE :)

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

aanvragen abonnement bibliotheek

Slide 16 - Tekstslide

oefening maken

Slide 17 - Tekstslide

Hoe heten de onderstreepte woorden?
1. Op het schoolplein staat een voetbalkooi.
2. De kooi is niet zo groot, maar je kan er een potje voetbal in spelen.
3. Hasan voetbalt elke dag met zijn vrienden.
4. Hij vindt de aula heel druk.

Slide 18 - Tekstslide

Cambiumned.nl of Zebra 


  • Ga naar Cambiumned.nl
  • Oefen voor de toets (woordsoorten) of ga verder met Zebra (boek of online

Slide 19 - Tekstslide

Toets woordsoorten
  • Schrijf duidelijk je voor- en achternaam op het blad. 
  • Schrijf duidelijk en leesbaar.
  • Als je klaar bent, ga je lezen of zachtjes werken in Zebra.

Slide 20 - Tekstslide

afspraken in de bibliotheek
  • We gaan lopend, dan loop je met mij mee of je gaat zelf met de fiets.
  • In de bibliotheek zijn we rustig (niet rennen) en praten we zachtjes 
  • Ik ga jullie daar eerst rondleiden en uitleg geven
  • Daarna ga je zelf boeken uitzoeken en meenemen als je een pasje hebt
  • Opdracht in de bibliotheek:

Slide 21 - Tekstslide

persoonlijke voornaamwoorden

Slide 22 - Tekstslide