Epilepsie

Epilepsie
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
ZorgMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Epilepsie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Theorie
Take Care pathologie
Hfdst. 10.5 epilepsie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weten jullie van epilepsie ?
Ervaringen ?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is epilepsie ?
  • Epilepsie is een aandoening waarbij een persoon getroffen wordt door vaker terugkerende aanvallen. 
  • Waarbij de motoriek, beleving en het gedrag veranderen. Eventueel gepaard gaand met bewusteloosheid
  • Ook wel bekend als de valziekte

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ontstaat epilepsie?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan/oorzaken epilepsie

  • Geboorte trauma (zuurstof gebrek tijdens de geboorte)
  • Hersenletsel
  • Hersenvliesontsteking
  • Hersenbloeding (CVA)
  • Gezwel (tumor) in de hersenen



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Epilepsie komt vaker voor bij zorgvrager met een verstandelijke beperking

  • Als gevolg van dezelfde oorzaak; afwijkend functioneren van de hersenen
  • 30% van zorgvragers met verstandelijke beperking heeft epilepsie.
  • Epilepsie kan leiden tot achteruitgang van verstandelijke vermogens.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ernstiger de hersenaandoening, hoe groter de kans op epilepsie.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies




2 Soorten
 epileptische aanvallen


Partiele aanvallen



Gegeneraliseerde aanvallen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Partiele aanvallen

  • Spelen zich af in aanwijsbare plaats in de hersenen.
  • Aanval blijft beperkt tot 1 lichaamsdeel.
  • Zorgvrager is gedeeltelijk of geheel bij bewustzijn.
  • Duur enkele seconden of minuten zonder dat dit wordt waargenomen door een ander.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Gegeneraliseerde aanvallen
  • Begint midden in de hersenen
  • alle hersencellen doen mee, in beide hersenhelft
  • Bewustzijn is verstoord
  • het hele lichaam is betrokken bij de aanval
  • na de aanval vaak klachten als hoofdpijn, spierpijn, slaperigheid

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fases Gegeneraliseerde aanval 
Tonisch clonische aanval: 
                                       Aura (verschijnsel)
                                       Tonische fase, aanspannen spieren
                                       Clonische fase, lichaam schokt
                                       Verslappingsfase,  lichaam gaat ontspannen
                                       Herstelfase,  verward/moe/hoofdpijn

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Absence

  • Plotseling kortdurende bewustzijnsdaling
  • Voor zich uit staren
  • Subtiele beweging of  schokjes zoals bijv. smakken

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

 Kan epilepsie behandeld worden ?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling epilepsie

  • Medicijnen
  • Epilepsiechirurgie
  • Ketogeen dieet
  • Nervus Vagus Stimulatie (NVS)
  • Diepe Brein Stimulatie (DBS)

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ketogeen dieet 
  • Bij 30% van de mensen met epilepsie werken medicijnen niet of onvoldoende. Het ketogeen dieet kan dan een behandelmogelijkheid zijn. Het dieet kan ervoor zorgen dat de aanvallen verminderen
  • bij ongeveer een derde van de gebruikers verminderen de aanvallen de aanvallen met meer dan de helft
  • bij ongeveer een derde verminderen de aanvallen met de helft 
  • bij ongeveer een derde verminderen de aanvallen niet 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking Ketogeen dieet 
Normaal halen de hersenen hun energie uit koolhydraten (suikers en zetmeel). Bij het ketogeen dieet eet iemand veel vetten en weinig koolhydraten. Hierdoor verandert de manier waarop het lichaam normaal gesproken zijn energie uit voeding haalt.
Hoe het dieet precies werkt is nog onbekend, maar het kan ervoor zorgen dat er minder epileptische activiteit in de hersenen ontstaat, waardoor de aanvallen verminderen.
https://www.epilepsie.nl/over-epilepsie/pagina/102-2/ketogeen-dieet/

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nervus Vagus Stimulatie (NVS)
Nervus Vagus Stimulatie (NVS) is een aanvullende behandeling voor mensen met epilepsie. Bij NVS worden kleine stroomstootjes toegediend aan een hersenzenuw in de hals, waardoor de aanvallen verminderen en/of minder heftig verlopen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diepe Brein Stimulatie (DBS)    
Ook wel diepe hersenstimulatie, is een relatief nieuwe behandelmethode bij epilepsie. DBS wordt al langer succesvol uitgevoerd bij Parkinsonpatiënten. Sinds 2011 wordt de behandeling bij een zeer beperkt aantal epilepsiepatiënten in Nederland gebruikt.

Bij DBS worden permanente elektroden operatief geplaatst in bepaalde hersenkernen, zoals de nucleus subthalamicus of thalamus. Deze delen van de hersenen hebben een belangrijke functie bij het coördineren van bewegingen, emoties en/of cognitieve functies. Deze gebieden vertonen een verstoorde activiteit, een soort kortsluiting. Met behulp van de geplaatste elektroden worden er elektrische impulsen (prikkels) gegeven waardoor signalen die problemen veroorzaken, tegengehouden worden. Dit heet het principe van tegenstroom.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aandachtspunten bij de begeleiding

Slide 26 - Woordweb

  • Observeren
  • Veilige omgeving
  • aanspreken
  • verstikkingsgevaar
  • ondersteunen bij acceptatie gevolgen epilepsie
  • passende activiteiten aanbieden
  • prikkelarme omgeving
  • Controleren op verwondingen na aanval
  • Lichamelijke verzorging na aanval (verlies urine)
  • Medicatie toedienen (protocol)
  • Medische hulp inschakelen
  • Goed rapporteren
  • Dagboekje bijhouden
  • Veiligheid en Preventie
  • Leer patiënten en hun families hoe ze aanvalstriggers kunnen herkennen en vermijden, zoals slaapgebrek, stress en alcoholgebruik.
  • Medicatiebeheer
  • Moedig een gezonde levensstijl aan met voldoende slaap, regelmatige lichaamsbeweging en een gebalanceerd dieet.
  • Leer patiënten over stressmanagementtechnieken en de impact van alcohol en drugs op epileptische aanvallen.
  • Leer zorgverleners, leerkrachten en naaste familieleden hoe ze een epileptische aanval kunnen herkennen en hoe ze moeten reageren, inclusief het beschermen van het hoofd van de patiënt en het omdraaien op de zij om verstikking te voorkomen.
  • observatie en rapportage van de aanvallen
  • Psychosociale Ondersteuning
  • behandelingsopties:
  • Zwangerschap en Anticonceptie:
  • Noodsituaties en Voorbereiding: noodmedicatie









Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Anti-epileptica

  • Epilepsiemedicijnen (anti-epileptica) onderdrukken epileptische aanvallen en kunnen het optreden van aanvallen verminderen
  • Door de medicijnen worden de hersencellen minder gevoelig voor prikkels
  • Epilepsie is niet te genezen.
  • Medicatie moet daarom langdurig, meestal levenslang worden gebruikt.
  • Werken in op de impulsoverdrachtsystemen in de hersenen. Daarmee behoort deze groep tot de neurofarmaca. 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking medicatie 
Bij epilepsie is er sprake van overmatige prikkeling of tijdelijke verstoring in de hersenen. ("kortsluiting")
 Regelmechanismen dempen doorgaans de neurale activiteit en houden deze beperkt. 
Bij epilepsie werkt de demping van die prikkels dus niet goed.
Daardoor een onwillekeurige en ongecontroleerde ontlading, waar door de aanval ontstaat.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werking medicatie 2
Anti epileptica verminderen overmatige prikkeling. Ze richten zich op het remmen of stimuleren van specifieke neurotransmitters.  

Neurotransmitter is een chemische stof die vrijkomt aan het uiteinde van de zenuwcellen(neuronen). 

Deze chemische stoffen binden aan receptoren op andere cellen en geven uiteenlopende effecten. (bv. samentrekken van de spieren).

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijwerkingen
  • Misselijkheid
  • Braken
  • Sufheid
  • Duizeligheid
  • Obstipatie
  • Droge mond

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medicatie inzet

  • 3 tot 6 maanden
  • Dan is er pas een stabiele concentratie v/h middel in het systeem. (opbouw en afbraak)
  • Bij onvoldoende werking/resultaat wordt een ander middel ingezet. Zo wordt getest welk middel het beste aanslaat en waarop iemand goed is in te stellen.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afbouw
  • Pas als er lange tijd geen aanvallen zijn voorgekomen kan de medicatie worden afgebouwd. 

  • Dit kan vaker bij partiele epilepsie dan bij gegeneraliseerde epilepsie. Daarbij is het risico te groot op vernieuwde aanvallen.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medicijnen niet altijd nodig
  • Als de gevolgen van een aanval niet ernstig zijn. Lichte wegrakingen kunnen echter wel de rijvaardigheid beïnvloeden en hebben dus gevolgen voor de rijgeschiktheid.  

  • Aanvallen die alleen 's nachts optreden, maar het is belangrijk dit met de arts te overleggen. 

  • Aanleiding die eenvoudig te vermijden is, bijvoorbeeld lichtflitsen.(trigger)

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Middelen om aanvallen te voorkomen;

  • Barburaten
  • Fenytoine
  • Succinimide
  • Andere middelen
Middelen om aanvallen te stoppen;

  • Diazepam
  • Clonazepam
  • Midazolam

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht puzzel

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen?
Na de herfstvakantie;
gastles Rettsyndroom

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies