10.3 Integratie en examentraining Cursus A & B OA

Les 10.3
Integratie en examentraining
 Cursus A & B
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 10.3
Integratie en examentraining
 Cursus A & B

Slide 1 - Tekstslide

🎯Doelen les 10.3
Aan het einde van deze les kan ik:
➡️ beschrijven wat inclusief werken inhoudt.
➡️ uitleggen hoe je omgaat met diversiteit in de groep.
➡️ samenvatten wat de aandachtspunten zijn voor genderbewust opvoeden.
➡️ toelichten op welke manieren je kinderen vertrouwd kunt maken met diversiteit.
➡️ richtlijnen geven voor de juiste beroepshouding bij diversiteit in het werkveld.
➡️ omschrijven wat inclusieve communicatie is.
➡️ Werken aan de formatieve toetsingen

Slide 2 - Tekstslide

Lesprogramma
✅Theoretische interactieve les
✅Verdieping examencriteria A P3-K1-W6
✅Verdieping examencriteria A P3-K2-W1
✅Werken aan de formatieve toetsing
✅Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Formatieve toetsen periode 10
  • Vaststellen deadline
  • Week 5
  • Op jouw lesdag


Ma
15-12-2025
Di
16-12-2025
Woe
17-12-2025
Do
18-12-2025
Vr
19-12-2025

Slide 4 - Tekstslide

Boeken die centraal staan bij deze examens
Theorie
Theorie toepassen in de praktijk laat zien dat <b>je niet alleen weet wat je moet doen, maar ook hoe en waarom.</b> Dit is belangrijk bij een proeve van bekwaamheid, omdat je kunt uitleggen waarom je iets doet.

Slide 5 - Tekstslide

Interculturele communicatie vaardigheden, wat houdt dat in?

Slide 6 - Woordweb

🗺️Interculturele communicatie vaardigheden
 Verwijzen naar het vermogen om effectief en respectvol te communiceren en samen te werken met mensen uit verschillende culturele achtergronden

📌Deze vaardigheden zijn belangrijk in een steeds meer globaliserende en diverse samenleving. 

Slide 7 - Tekstslide

Is het bij jou wel eens misgegaan?

Slide 8 - Woordweb

Voorbeelden van Interculturele Dilemma’s
1. Cultuur rondom het geven van cijfers:
• In Nederland is een 10 zeldzaam, terwijl in Italië een '10 met lof' gebruikelijker is.
• Internationale studenten, bijvoorbeeld uit Azië, begrijpen soms niet waarom een 8 als hoog wordt gezien.

2. Zwijgzame internationale studenten:
• Nederlandse onderwijsstijlen verwachten proactieve deelname, wat niet altijd past bij studenten met een migratieachtergrond die minder proactief zijn.

Slide 9 - Tekstslide

3. Onbereikbare ouders


 Het betrekken van ouders met een migratieachtergrond, kan lastig zijn voor leerkrachten
1. Taalbarrières
Als Nederlands niet de eerste taal is, kan communicatie over details van de afspraak moeilijk zijn. Onduidelijkheden over tijd, locatie, of doel kunnen leiden tot misverstanden.

2. Verschillende tijdspercepties
Culturen hebben verschillende opvattingen over punctualiteit. In sommige culturen is tijd meer flexibel, terwijl het in Nederland vaak als strikt wordt gezien.

3. Communicatiestijl
Directe communicatie (zoals gebruikelijk in Nederland) kan als confronterend worden ervaren, terwijl indirecte communicatie voor Nederlanders juist onduidelijk kan zijn.

Slide 10 - Tekstslide

4. Sociale verplichtingen
Familieverantwoordelijkheden of andere sociale verplichtingen kunnen prioriteit krijgen boven afspraken, zonder dat dit altijd wordt gecommuniceerd.
5. Onbekendheid met Nederlandse normen
Mensen die recent in Nederland zijn aangekomen, zijn mogelijk niet bekend met hoe afspraken worden gemaakt en nagekomen (bijvoorbeeld schriftelijke bevestigingen of agenda’s gebruiken).
6. Wantrouwen of onzekerheid
Door negatieve ervaringen met instanties of taalproblemen kunnen mensen minder geneigd zijn om afspraken te maken of deze na te komen.
7. Praktische belemmeringen
Factoren zoals een beperkt vervoersmiddel, financiële uitdagingen, of gebrek aan toegang tot digitale tools kunnen het moeilijk maken om een afspraak na te komen.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Filmmaker Nora Akachar 
"Binnen mijn cultuur is het altijd iemand anders. Het zit ook in onze taal. Als ik daar een voorbeeld van mag geven, je zegt niet: 'ah, ik heb de trein gemist.' 
Als je het letterlijk vertaalt dan zeg je: 'de trein heeft mij verlaten'. Ik weet als kind, ik loop tegen een tafel die er al een week staat, en ik heb pijn. Dan komt mijn moeder, geeft een klap aan die tafel en zegt: 'stoute tafel.' 
Wat leer ik als kind? 'Het ligt nooit aan mij'." 

Slide 13 - Tekstslide

Christelijke cultuur van West-Europa: 
Deze cultuur wordt gekarakteriseerd als een die diepgeworteld is in christelijke waarden. 

Deze waarden brengen met zich mee dat mensen geneigd zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen fouten en tekortkomingen (zelfbeschuldiging). 
Dit gaat vaak gepaard met een verlangen om de schuld goed te maken, wat zich vertaalt in een bereidheid om anderen te helpen en te accommoderen, zelfs tot het punt van grenzeloosheid.
Expansiegerichte, externaliserende cultuur: Dit verwijst naar een andere cultuur die de schuld niet bij zichzelf zoekt maar bij anderen. 

In plaats van introspectief te zijn, is deze cultuur erop gericht om zichzelf uit te breiden en zijn invloed te vergroten, vaak door anderen de schuld te geven voor problemen.

Slide 14 - Tekstslide

Effectief en respectvol communiceren
Cultureel bewustzijn: Het herkennen van en begrijpen van culturele verschillen, zoals normen, waarden, gewoonten, en communicatiestijlen. Dit houdt ook in dat je je eigen culturele achtergrond en vooroordelen herkent.

Empathie: Het vermogen om je in te leven in mensen van andere culturen en hun perspectieven en ervaringen te begrijpen, zelfs als ze anders zijn dan die van jezelf.

Communicatievaardigheden: Het vermogen om duidelijk en respectvol te communiceren, rekening houdend met culturele verschillen in taal, non-verbale communicatie en interpretaties.

Flexibiliteit en aanpassingsvermogen: Het vermogen om je eigen gedrag en benadering aan te passen aan verschillende culturele contexten, zodat je effectief kunt samenwerken met mensen die andere gewoonten of opvattingen hebben.

Conflictoplossing: Het vermogen om culturele conflicten te herkennen en op een constructieve manier aan te pakken, door begrip voor de verschillende culturele waarden en overtuigingen te tonen.

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht
of werken aan de formatieve toetsingen
timer
10:00

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide